nieuws

Pensioenfonds bouw laatste jaren zeer succesvol

bouwbreed

De bouwvakker hoeft zich voorlopig geen zorgen te maken over zijn pensioenvoorziening. De Stichting Bedrijfspensioen voor de Bouwnijverheid (bpf-bouw) behoort met een beleggingsrendement van 9,0 procent*) over de te vijf jaar tot de meest succesvolle.

Nu in politiek Den Haag een discussie woedt over de betaalbaarheid van de aow zijn beheerders van de fondsen bezig hun rendementen op te trekken. Want de eindloonregeling van 70 procent blijft de norm en als de aow daalt, zullen de fondsen meer moeten bijleggen. De tijd dat pensioenfondsen rustig hun miljarden investeerden in vastrentende waarden (obligaties en leningen) is dus over. Onder invloed van asset liability management zijn de pensioenfondsen bezig hun ‘veilige beleggingsattitude’ te veranderen en meer richting aandelen op te schuiven, zo ook bpf-bouw. Het is inmiddels aangetoond dat langdurige beleggingen in aandelen meer opleveren dan inkomsten uit obligaties.

“We zijn van 10 naar 21 procent aandelenbezit gegaan. Maar nog steeds is iets meer dan 50 procent gestoken in vastrentende waarden,” is de reactie van drs Jacques A. Spruyt, directeur Geld- en Kapitaalmarkt, van de stichting sociaal fonds bouwnijverheid, op het onderzoek van WM Company*). “Het succes van het goede rendement over de laatste vijf jaar valt voor een belangrijk deel toe te schrijven aan de zeer goede resultaten van onze vastgoedbeleggingen. De markt voor woningen, waar we sterk inzitten, is goed gebleken. Het rendement op de beleggingen aandelen over 1994 was vanwege de slechte markt -6,3 procent*. Voor 1995 ziet het er tot dusverre aanzienlijk beter uit.”

Geen vlooien

Uit het jaarverslag 1994 van bpf-bouw kan worden opgemaakt dat het belegd vermogen de f. 16 miljard nadert. Spruyt heeft de dagelijkse zorg over bijna f. 12 miljard. “En dat doen we behoorlijk succesvol, zo blijkt. Onze slechts zeventien medewerkers bereiken het resultaat door alles goed te spreiden. Als fonds moet je een optimale mix zien te bereiken tussen risico en rendement.”

De meer dan f. 3 miljard aan beleggingen in aandelen is over de gehele wereld verspreid. Europa, Amerika, Latijns Amerika en de Pacific zijn de continenten waar de miljarden van aannemend Nederland zijn belegd. “De buitenlanden worden beheerd door externe mensen. De strategie is ook hier dat we lange termijn beleggers zijn, geen vlooien.”

In een toelichting op de EZ-begroting 1995 sprak minister Hans Wijers de wens uit als pensioenfondsen eens wat meer van hun vermogen zouden laten neerslaan in Nederland. In het jongste nummer van Beleggers Belangen toont drs D. de Jong van Van Meer James Capel aan dat de grote beleggers maar ongeveer 20 procent van het totaal aan uitstaande Nederlandse aandelen in portefeuille heeft. Spruyt is niet onder de indruk van dit verzoek en het percentage zijn reactie is duidelijk. “We moeten ervoor zorgen dat we onze verplichtingen na ke komen. Daarnaast is Nederland onze grootste aandelenportefeuille.

Voor zijn voor 80 procent is hier belegd.”

Niet in bouwfondsen

Evenmin is het de taak van Spruyt om aannemers te steunen. Geen gulden van bpf-bouw is in een van de acht genoteerde aannemers gestoken. Omslachtig, in termen als koekje van eigen deeg en sigaar uit eigen doos, legt de directeur uit dat de strategie gericht om risico’s te spreiden. “De pensioen van een bouwvakker beleg je niet in zijn eigen bedrijf. Hierbij wil ik het laten.” Duidelijk enthousiaster praat hij over de toekomst. Nu SFB het traject heeft ingeslagen van ‘goes commercial’ zijn de beleggingsgelden de smeerolie van dit proces. Spruyt: “We zijn concurrentie fahig. Nu al beheren we voor andere onderdelen, zoals Stichting Scholingfonds voor het Bouwbedrijf en Stichting Risicofonds voor de Bouwnijverheid honderden miljoenen. Ik sluit niet uit dat we ook voor derden gaan beleggen.”

*) Uitgerekend door WM Company uit Schotland met een vestiging in Amsterdam. De onderneming heeft een standaard ontwikkeld om de prestaties van pensioenfondsen over de gehele wereld uit te rekenen.

Ook pensioenen voor vrouwelijke bouwvakkers worden door bpf-bouw veilig gesteld

NKF/Gerlo Beernink Bank schrikt wakker van sfb-actie

De eerste reacties op de G-rekeningfaciliteit van het sociaal fonds bouwnijverheid komen binnen. Reeds geruime tijd is het sfb en een partner bezig om de geblokkeerde rekening als dienst te gaan aanbieden. Als het doorgaat wordt het sfb een forse concurrent voor de banken. Op G-rekeningen bij de banken staat voor honderden miljoenen guldens. De bouw staat kritisch tegenover de houding van de banken. De rentevergoeding is te laag en er is weinig flexibiliteit als het gaat op deblokkeren.

Bij de Rabobank is men ruw wakker geschrokken door dit initiatief. “Het verrast ons.” De Utrechtse instelling beweert een zeer goed renteniveau te hebben. “Afhankelijk van het saldo tussen de 1 en 2,65 procent.”

Reageer op dit artikel