nieuws

Opening stadhuis einde Haags avontuur

bouwbreed Premium

Het Haagse stadhuis/bibliotheekcomplex is klaar. Het hagelwitte gebouw, ontworpen door de Amerikaanse architect Richard Meier, wordt volgende week door Koningin Beatrix officieel geopend. Er zit een periode van negen jaar tussen het allereerste idee van voormalig wethouder Adri Duivesteijn en het uiteindelijk resultaat op de hoek van het Spui en de Kalvermarkt in het hart van de Residentie. Het door sommige geringschattend als ijspaleis gekenschetst stadhuis heeft in de afgelopen jaren carrieres gemaakt maar vooral gebroken. Negen jaar van list en bedrog, van achterkamertjes politiek tot het resulteren van een knap staaltje precisiewerk… In zeven-mijls-laarzen door de geschiedenis van het Haagse stadhuis.

Die geschiedenis begint kort na de gemeenteraadsverkiezingen van 1986. Het splinternieuwe en voor Den Haag unieke, linkse college bestaande uit PvdA, Links Den Haag (CPN/PSP en PPR) en D66 is bezig met het formuleren van het beleidsprogramma. Het college stoelt met 23 zetels op de kleinst mogelijke meerderheid in de gemeenteraad. Reden dat er heel zorgvuldig moet worden gesleuteld aan het beleid.

Kort voor de verkiezingen is de gemeenteraad nog akkoord gegaan met het afbouwen van het Haagse stadhuis aan de Burgemeester de Monchyplein. Het gaat hierbij om het plan van W.Th.Ellerman voor de realisering van ruim 40.000 m2 kantoorruimte. Hiermee moet eindelijk het in de jaren vijftig gebouwde stadhuis, ontworpen door Luthmann, worden afgemaakt. Met de realisering is f. 178 miljoen gemoeid. De uitvoering van dit po is een van de zaken die door het nieuwe college moet worden uitgevoerd. Adri Duivesteijn, wethouder van ruimtelijke ordening en stadsvernieuwing krijgt als taak dit po te begeleiden. Hij voelt hier echter weinig voor. In zijn vorig jaar verschenen boek ‘Het Haagse stadhuis’, bouwen in een slangekuil’ schrijft het huidige PvdA-Tweede Kamerlid over deze opdracht: “Nu moet ik verdomme dat kloteplan van Ellerman nog uitvoeren ook terwijl ik er tegen ben.”

Brainwave

Het is deze aversie tegen het plan-Ellerman en zijn aandacht voor het Haagse centrum (Duivesteijn was nauw betrokken geweest bij de komst van het Residentie Orkest/Nederlands Danstheater naar het Spui-HO) die bij Duivesteijn een brainwave veroorzaken: “Waarom bouwen we het stadhuis niet aan het Spui, in combinatie met de openbare bibliotheek.” Er moeten dan weliswaar wat problemen worden opgelost zoals de huisvesting voor de huidige gebruikers van de locatie Lummus en Hulshoff Wonen. Maar de locatie van De Monchyplein kan, zo bedacht hij, voor woningbouw worden gebruikt.

Duivesteijn stelt het college voor een denkpauze voor het plan Ellerman in te lassen en de mogelijkheid van ‘zijn’ plan te bekijken. Het college neemt na enige reserve het voorstel over. Het vormt daarmee de opmaat voor het ‘grote stadhuisavontuur’ dat vanaf dat moment Den Haag in zijn greep krijgt.

Er wordt besloten poontwikkelaars en bouwers uit te nodigen om in een competitie te komen met een plan. MAB, MultiVastgoed, Wilma Vastgoed, het Haags Poen Consortium bestaande uit Ballast Nedam, Bam en Volker Stevin en de Ontwikkelingscombinatie Stadhuis/Bibliotheek Den Haag (OCS) bestaande uit Bredero, Nelissen Van Egteren, Nevanco en IBC zijn de uitverkorenen.

Architecten

Binnen het Haagse gonst het in die zomermaanden van ’86 van de namen. Nederlandse maar vooral ook buitenlandse architecten passeren de revue. Aan het eind jaar presenteren de ontwikkelaars c.q. bouwcombinaties de architecten met hun plannen: Het gaat om de Canadees/ Franse combinatie Cabinet Saubot en Jullien/WZMH, Hans Boot, Helmut Jahn, Rem Koolhaas en Richard Meier. Eind ’86 begin ’87 volgt er een tentoonstelling van de plannen in het Gemeentemuseum. De Haagse bevolking komt massaal opdagen en discussieert vrolijk mee over wat er op het Spui moet verrijzen.

Uiteindelijk gaat de grootste voorkeur van de Hagenaars naar het ontwerp van Hans Boot. Het is echter Rem Koolhaas die de meeste ‘punten’ van de vakjury krijgt. Het ontwerp van Richard Meier volgt als goede tweede. Het zijn vervolgens ook deze twee ontwerpen die binnen het smalle Linkse College voor de later als ‘broedertwist’ omschreven verdeeldheid zorgen. Duivesteijn komt met zijn voorkeur voor Meier lijnrecht tegenover die van volkshuisvestingswethouder Gerard van Otterloo te staan. Deze laatste heeft een uitgesproken voorkeur voor het ontwerp van Rem Koolhaas.

Op 11 mei 1987 moet de Haagse gemeenteraad zich over een aantal zaken uitspreken. Als eerste het definitief stoppen van het plan Ellerman en kiezen voor een stadhuis in het nieuwe hart van Den Haag. Vervolgens is de architectenkeuze – Meier of Koolhaas, de overige architecten speelden namelijk nog nauwelijks een rol – aan de orde en uiteindelijk moet in diezelfde vergadering de grondaankoop voor de bouw van het stadhuis worden geregeld.

Stemmen

Tot diep in de nachtelijke uren van die 11de mei buigt politiek Den Haag zich over de kwestie. Uiteindelijk schaart de gemeenteraad zich met 36 stemmen voor achter het bouwen van een stadhuis annex bibliotheekcomplex op het Spui door Meier. Echter, het moest budgettair neutraal worden uitgevoerd. Alles bij elkaar mag het de gemeente niet meer dan f. 320 miljoen kosten oftewel de huisvestingskosten die Den Haag toch al kwijt is voor alle gemeentelijke diensten zijnde f. 22,5 miljoen per jaar. Hoewel de gemeenteraad zich achter het stadhuisplan schaart is de finale kogel dan nog niet door de kerk. Het college is nu weer aan zet om dit keer een definitief plan inclusief een waterdichte financiele onderbouwing aan de raad te presenteren.

Ruzie

Van Otterloo, met naast volkshuisvesting tevens financien in zijn portefeuille, ontpopt zich in de maanden die na deze vergadering volgen als een waar tegenstander van het stadhuisplan.

Vergelijkingen met de Amsterdamse Stopera en het daaraan synonieme financiele debacle gaan de ronde doen. Er ontstaat een tweestrijd binnen het college met voor- en tegenstanders. Bij herhaling waarschuwt Van Otterloo dat het stadhuis niet binnen de door de gemeenteraad gestelde randvoorwaarden kan worden gebouwd. Duivesteijn wringt zich in diverse bochten om het ongelijk van zijn partijgenoot te bewijzen. Er komt een onafhankelijk onderzoek en de uitkomsten liegen er niet om. De gekozen financiele constructie blijkt Den Haag niet te waarborgen voor eventuele tegenvallers. Duivesteijn hierover in zijn boek: “Het leek een totale overwinning voor iedereen die altijd al een financiele ramp had voorspeld. En daarmee ook een persoonlijke triomf voor Van Otterloo en een nederlaag voor mij.”

Het eens zo enthousiaste Haagse publiek wordt ook mede door deze geluiden sceptischer. Een enquete van het Haagse huis-een-huisblad Nieuwsblad NU wijst uit dat niet alleen een ruime meerderheid van de Haagse bevolking niet op een nieuw stadhuis zit te wachten, maar dat ook 90 procent een overschrijding van de bouwkosten verwacht.

Kemphanen

Maanden van ruzie, achterkamertjes politiek en een likkebaardende pers volgen, tot dat uiteindelijk midden 1989 het PvdA-gewest hard ingrijpt. Beide kemphanen moeten opstappen. Het is een noodgreep om de zich op hellend vlak begevende PvdA te redden. Het luidt tevens het einde in van het smalle Linkse College. Nog in diezelfde zomer schuiven CDA en VVD aan de collegetafel. Links Den Haag stapt eruit. Een meerderheid stemt vervolgens op 6 mei in met de bouw van het Haagse Stadhuis. De gemeente ondertekent in oktober van dat jaar het definitieve contract met het Abp. Het pensioenfonds treedt op als opdrachtgever en de gemeente wordt de toekomstige huurster van het stadhuis.

Er lijkt eindelijk rust te komen rond het sneeuwwitte gebouw. Lijkt want achter de schermen is het Abp in een woest gevecht gewikkeld met de bouwer van het stadhuis: de Ontwikkelingscombinatie Stadhuis/Bibliotheek waarbij naast de eerder genoemde bedrijven Bredero, Nelissen Van Egteren, Nevanco en IBC nu ook HBG is aangeschoven. Inzet de bouwkosten. De OCS vraagt voor de bouw van het complex meer dan f. 250 miljoen (dat is het uiteindelijk hoogste bedrag dat het Abp de bouwers heeft geboden).

Palencontract

Om de vertraging van de bouw niet al te ver op te laten lopen wordt een ‘palencontract’ gesloten. De OCS kan dan in december van 1990 met het slaan van de palen voor het complex beginnen. Ondertussen slepen de onderhandelingen zich moeizaam voort. Hetgeen uiteindelijk leidt tot een breuk tussen de OCS en het Abp die de houding van de bouwers meer dan zat is. Het Pensioenfonds hakt in zijn rol als poontwikkelaar na maanden dubben de knoop door en schopt de OCS de laan uit. Het Abp vraagt vervolgens vier andere aannemers een nieuwe offerte te maken. Het gaat hierbij om Wilma, Ballast Nedam, het Franse Fougerolle/IGB en Takanaka uit Japan. Wilma Bouw-directeur, H.J. Wilgenhof, zegt in Cobouw het stadhuis het liefst alleen te willen bouwen. Hij voelt niets voor een combinatie met collega aannemingsbedrijven. Zijn wens wordt niet lang daarna verhoord. Eind 1991 maakt het Abp bekend met Wilma in zee te zullen gaan. Begin januari 1992 start Wilma bijna geruisloos met de werkzaamheden. De bouw heeft meer dan een half jaar stilgelegen.

Rust

In vergelijking met de jaren die er aan voorafgingen breekt dan een periode van rust aan. Wilma gaat voortvarend aan de slag en langzaam maar zeker verrijst de ene verdieping na de andere aan het Spui. Pas in 1993 is er weer tegenslag. Vertraging dreigt en komt er uiteindelijk ook wanneer Hulshoff, eigenaar van de gelijknamige woninginrichtingszaak, weigert het nieuwe onderkomen in het stadhuis te betrekken. Dit is in het kader van de voortgang van de bouw noodzakelijk omdat de oude vestiging van de meubelzaak moet wijken voor de nieuwbouw van de bibliotheek. Volgens Hulshoff is echter zijn nieuwe vestiging voor het winkelend publiek onbereikbaar en dat nu is weer in strijd met het contract dat hij met Abp heeft gesloten. Een kort geding volgt en de woninginrichter wordt in het gelijk gesteld. Hij hoeft niet te verhuizen. De bouw loopt weer maanden vertraging op. De opleveringsdatum, medio 1994 wordt definitief van het bord gehaald.

Huur of koop

Eind 1994 maakt Peter Noordanus, sinds het aftreden van Duivesteijn verantwoordelijk voor de voortgang van het stadhuis, bekend te willen onderzoeken wat de consequenties zijn voor de aankoop van het stadhuis. Het betekent een ommekeer in de denkwijze van de Hagenaars. Immers, Noordanus’ voorstel wordt door een woordvoerder van de gemeente “als moeilijk uit te leggen” omschreven. Vooral omdat de Hagenaars steeds is voorgehouden dat huren goedkoper is dan kopen. Door de lage rentestand van dat moment blijkt het juist andersom. Daarnaast heeft Noordanus een in zijn visie aardige btw-constructie opgetuigd. Deze mening werd overigens niet door staatssecretaris van Financien Vermeend gedeeld. Dit jaar gaat de kogel desondanks toch nog door de kerk en wordt het stadhuis voor f. 275 miljoen van het Abp overgenomen. In dit bedrag zit tevens de schadeclaim van Den Haag aan het Abp verwerkt van enkele miljoenen guldens voor het te laat opleveren van het stadhuis.

Magistraal

In april komen de eerste ambtenaren het nieuwe stadhuis binnen. De verhuizing begint langzaam maar zeker op gang te komen en eind juni hebben alle gemeenteambtenaren een plekje in het geesteskind van de Amerikaanse architect gevonden. De meningen over het gebouw zijn nog net zo verdeeld als negen jaar geleden. “Meer dan een gebouw voor het volk is het een zinloos vertoon van macht, een praalbed voor ambtenaren”, aldus Parool-journaliste Marina de Vries. En de hoofdrolspelers van toen, eveneens in het Parool: Gerard van Otterloo: “Het is een katholiek gebouw dat je als burger nietig maakt. Wanneer je in de gang zit om een uitkering te halen zul je je onprettig voelen door de meedogenloze grootheid waarmee je bent omgeven.” En Duivesteijn: “Het voldoet volstrekt aan mijn verwachtingen. Vooral de zijde aan het Spui is virtuoos; de entree is magistraal…”

Het complex in volle glorie. De ronde ‘kop’ is de bibliotheek, met daarnaast Hulshoff, de ‘romp’ is het stadhuis, de ‘staart’ is kantoor voor de verhuur.

Reageer op dit artikel