nieuws

Kwart bevolking Noord-Korea dakloos

bouwbreed Premium

Het noodweer dat Noord-Korea tussen 31 juli en 18 augustus driemaal trof heeft het land in een uitermate deplorabele toestand achtergelaten. Naar verluidt zijn 5,6 miljoen Noord-Koreanen – ongeveer een kwart van de bevolking – direct getroffen door de catastrofe. Voorlopige schattingen geven een schade van om en nabij f. 24 miljard aan.

Grote delen van Noord-Korea zijn door de breuk van dammen, dijken en stuwdammen onder water gelopen. Het overgrote deel van de oogsten ging daarbij verloren. Het landsbestuur ziet zich daardoor dusdanig bedreigd dat het voor het eerst een officieel en met nadruk uitgesproken beroep op buitenlandse hulp doet. Vertegenwoordigers van buitenlandse instellingen kregen inmiddels toegang tot Noord-Korea en ke zonder beperkingen met de plaatselijke bevolking praten. Om een afdoend beeld van de ramp te ke geven schortte de regering zelfs het uitermate restrictieve beleid inzake foto’s op.

Vloedgolven

Het onweer en de stortregens lieten in sommige delen van het land binnen twee uur meer dan 600 millimeter neerslag vallen. De daardoor ontstane vloedgolven spoelden landbouwgronden weg, evenals grote aantallen woningen en andere bouwwerken. Ook bruggen, wegen en spoorwegen liepen zware beschadigingen op. Het landsbestuur rekende voor dat 68 mensen door het noodweer het leven verloren.

Voorts raakten 5,2 miljoen mensen oftewel een kwart van de bevolking dakloos. De overstromingen troffen 145 van de 209 regio’s. De grootste schade ontstond in het noordoostelijke deel aan de grens met China, in het noordwesten in de delta van de grensrivier Amnok in de provincie Pjong’an en in de provincies Noord- en Zuid Hwanghe die tussen de steden Pjongjang en Kaeson liggen.

Cholera

Vooral in regio’s van Hwanghe is de schade enorm. De gevolgen daarvan wegen des te zwaar omdat dit gebied het centrum van de rijstbouw is. Vorig jaar troffen zware hagelbuien dit gebied ook, net voor de oogst. Het landsbestuur maakt in het binnenland geen geheim van de catastrofe en deelde de bevolking inmiddels mee dat het buitenland om hulp is gevraagd. De zogeheten Korea-kijkers zien daarin het bewijs dat het land geen kant meer op kan. De omvang van de ramp ten spijt kwamen de berichten erover pas dagen nadien in de openbaarheid; een teken dat niet elke vertegenwoordiger van het regime buitenlandse steun noodzakelijk achtte. Sindsdien dringen ook berichten door over een cholera-epidemie in Noord-Korea die dreigt over te slaan naar Zuid-Korea.

Reageer op dit artikel