nieuws

In december grote manifestatie over toekomst Groene Hart De Boer: Tot 2005 geen sprake van ruimtegebrek

bouwbreed Premium

De Randstad heeft nog ruimte genoeg voor de woningbouwopgave in deze Vinex-periode. Volgens minister De Boer zijn er nog voldoende locaties voor aanvullende woningbouw te vinden aan “de rand van de Randstad”. Dat neemt niet weg dat nu al gesproken moet worden over de ruimtelijke ordening na 2005. En het is in dat kader dat de ontstane discussie over de toekomst van het Groene Hart moet worden bezien.

Minister De Boer greep de persconferentie over de VROM-begroting voor 1996 aan om haar onbegrip te ventileren over de ophef die is ontstaan over een verstedelijkingsnota van het ministerie van Verkeer en Waterstaat.

In die nota wordt gepleit om het Groene Hart op ten minste drie plaatsen open te breken, om nieuwbouw en verstedelijking in de nabijheid van spoorlijnen in de Randstad mogelijk te maken.

Zoals reeds was aangekondigd, en ook met de Kamer is afgesproken, vinden dit najaar een groot aantal bijeenkomsten plaats, waar wordt gesproken over de toekomst van het Groene Hart, aldus De Boer. “Op negen december wordt de slotmanifestatie gehouden. De bedoeling is om te komen tot een soort scenario: welke impulsen zijn nodig om de ontwikkeling van het Groene Hart de goede richting te geven. De discussie hierover is gaande, onder andere op de andere departementen. Ik heb daar ook om gevraagd.

En in dat licht moet het stuk van Verkeer en Waterstaat worden gezien. V en W heeft, en dat gebeurt wel vaker, een ambtelijke, ik herhaal, een ambtelijke nota over de relatie tussen verstedelijking en mobiliteit afgescheiden. En daarin wordt een visie gegeven, waar ik het op zich wel mee eens kan zijn, namelijk om locaties te zoeken naast spoorlijnen. De vraag is hoe daar in het Groene Hart mee om moeten worden gegaan. En daarover gaat de discussie van dit najaar.”

Uitvoering

Het te voeren beleid ten aanzien van het Groene Hart vormt slechts een van de onderwerpen op de beleidsagenda van de ruimtelijke ordening.

Een ander belangrijk onderwerp is de uitvoering van het verstedelijkingsbeleid voor de jaren 1995-2005. Dan gaat het onder andere om de uitvoering van de Vinex-contracten. De uitwerking van die contracten is inmiddels in volle gang. In de verschillende regio’s en gemeenten wordt gewerkt aan planontwikkeling en -uitvoering; de financiele verplichtingen van het rijk zijn inmiddels in de diverse begrotingen verwerkt. Over de noodzakelijke aanvullende woningbouwlocaties voor de periode 1995-2000 wordt op dit moment nog overleg gevoerd.De rijksplanologische commissie (RPC) is belast met de opdracht na te gaan of de rijkstoezeggingen worden nagekomen. Ook zal de RPC bijhouden of de woningbouwlocaties en andere elementen van het verstedelijkingsbeleid worden gerealiseerd.

De eerste rapportage hierover is al verschenen. Verwacht wordt dat de afgesproken woningaantallen per 1-1-2000 zullen worden gerealiseerd. Wel bestaat enige zorg over de besteding van geld uit het Fonds Economische Structuurversterking voor bodemsanering in de periode 1994-1998. Er worden te weinig aanvragen ingediend.

Actualisering

Een ander agendapunt, waarmee overigens de toekomst van het Groene Hart in nauw verband staat, is de actualisering van het Vinex-beleid. Dit is nodig om tijdig beslissingen te ke nemen over de aanvullende woon- en werklocaties in de periode 2005-2010.

Naar verwachting wordt eind 1996 het eerste deel uitgebracht van de herziene planologische kernbeslissing Nationaal Ruimtelijk Beleid. Hierin zal globaal worden aangegeven langs welke lijnen de stedelijke ontwikkeling na 2005 moet gaan lopen.

Ook wordt ingegaan op de mogelijkheid van een kustlocatie tussen Scheveningen en Hoek van Holland. Eind 1994 is begonnen met een haalbaarheidsstudie naar dit plan, en de resultaten zullen bij de actualisatie worden betrokken.

Dat laat onverlet dat de herziene pkb zich vooral zal richten op voortzetting van de huidige stedelijke ontwikkeling. Daarbij zal in toenemende mate aandacht worden besteed aan de versterking van de relatie tussen uitbreidingslocaties en bestaand stedelijk gebied. Uitgangspunt is dat de stad de drager moet zijn voor de nieuwe uitbreidingen.

Vijfde nota

Ten behoeve van het ruimtelijk beleid na 2010 zal de Rijksplanologische Dienst in 1997 een verkenning over uitgangspunten en opties uitbrengen. Deze ‘Verkenning Ruimtelijke Perspectieven’ moet uitmonden in scenario’s voor de ruimtelijke hoofdstructuur van Nederlands. Deze zullen volgens het ministerie van VROM leiden tot nieuwe beleidskeuzen en eventueel tot een nieuwe, Vijfde Nota in de volgende kabinetsperiode.

Minister De Boer maakt in 1996 werk van de ruimtelijke ordening.

Oerlemans van Reeken Studio/Joop van Reeken

Reageer op dit artikel