nieuws

Een teken aan de Zeeuwse wand

bouwbreed Premium

Beeldend kunstenaar Johnny Beerens leefde zich afgelopen zomer uit op de 55 meter hoge watertoren in Oostburg (Zeeuws Vlaanderen). Hij voorzag het ronde bouwwerk van een muurschildering van formaat, ‘Levensbron’ genaamd. De relatie tussen zijn werk en het gebouw omschrijft de schilder als een symbiose; “schilderij en toren worden onafscheidelijk met elkaar verbonden en vormen samen een kunstwerk”.

De totstandkoming van dit openbare kunstwerk is samengevat in de tentoonstelling ‘Een teken aan de wand’ die nog tot en met 1 oktober in de toren is te zien.

Het architectonisch monument is voor de 28-jarige Beerens al vroeg een vertrouwd beeld geweest. Vanuit zijn ouderlijk huis keek de in Oostburg geboren en getogen kunstenaar al op de nog in werking zijnde watertoren uit. Afgelopen zomer zag hij het complex van wel heel nabij. Vanaf een hangsteiger schilderde Beerens op de bakstenen muur zijn ‘Levensbron’; vijf druppels water die uit een scheur (“een wonde in een stenen lichaam”) naar beneden vallen.

Met dit schilderij van 25 bij 10 meter gaf hij naar eigen idee en ontwerp invulling aan een kunstopdracht van de gemeente Oostburg die twee jaar geleden kunstenaars opriep hun creativiteit op de buitenruimtes uit te leven. Medio 1994 vernam Beerens dat betreffende gemeente en Deltanutsbedrijven, de eigenaar van de toren, zijn voorstel wilden realiseren en begon hij met de uitwerking. Een half jaar lang legde de kunstenaar zich toe op het bestuderen van de verschillende verschijningsvormen van druppels. Bij deze studie stuitte hij op de weerspiegeling van zichzelf. Wie goed kijkt ziet in een van de druppels dan ook niet alleen de zon, zee en andere druppels maar ook de schilder zelf; een subtiele signatuur. “Het schilderij krijgt een extra dimensie wanneer je het door de verrekijker aanschouwt”, aldus de maker.

Pas afgelopen zomer kon de in Breskens woonachtige Beerens daadwerkelijk aan de slag omdat de 55 meter hoge toren dit jaar eveneens toe was aan een groot onderhoudsbeurt. Houtepen Schilderwerken uit Sas van Gent zette het complex in de verf en leverde daarmee de (beige) ondergrond. Vanwege het grote formaat, schilderde Beerens eerst een kleinere versie van de ‘Levensbron’.

Dit ‘schaalmodel’ is evenals de – te koop zijnde – kleinere voorstudies te zien in de watertoren zelf en maakt deel uit van de tentoonstelling ‘Een teken aan de wand’ waarin de totstandkoming van dit kunstwerk wordt belicht. Vader Beerens nam de vorderingen van zijn zoon op video op en de Breskense fotograaf Peter Nicolai vergezelde de kunstenaar menigmaal op zijn vaak eenzame tocht naar boven om het creatieproces op de gevoelige plaat vast te leggen.

Het laagste punt van ‘Levensbron’ ligt op 18 meter, het hoogste 25 meter hoger. Had hij geen hoogtevrees? “Dat niet, maar ik was wel bevreesd. Met name de weken voordat ik daadwerkelijk naar boven moest, droomde ik regelmatig over het gebeuren.” Beerens had overigens wel een mobiele telefoon aan boord, voor het geval dat. Uiteindelijk konden alleen weer en wind (“windkracht zes was de limit”) hem nog stoppen. “Nog nooit heb ik zo vaak naar de weersvoorspellingen geluisterd” memoreert Beerens, die de Kunstacademie in Tilburg doorliep. Vanaf de steiger kon ik wel tijdig zien of er zwaar weer op komst was.” Twee van de vier uitgetrokken weken heeft hij vanwege de weersomstandigheden het werk moeten staken.

Operatie ‘Levensbron’ vergde zo’n 80 liter verf. Voor een goede hechting gebruikte hij speciale, elastische verf (“net kauwgom”). Nadeel was dat deze industriele verf op acrylbasis vrij snel droogde, waardoor een plantenspuit af en toe uitkomst moest bieden.

Op artistiek gebied kreeg Beerens “de vrije hand”; op financieel gebied was het “een beetje aan de krappe kant”. Een groot deel ging op aan zaken als de huur van de steiger en het verzekeren van de toren voor het geval hij door bijvoorbeeld een val het gebouw zou beschadigen. Het kunstwerk kwam overigens tot stand met financiele hulp van de provincie Zeeland.

Nu de muurschildering is voltooid, heeft Beerens, die ook nog een aantal uren per week volwassenen doceert, zijn alledaagsere schilderwerk weer opgepakt. Hij maakt onder andere portretten en na eerder vissers met hun vangst te hebben geschilderd, heeft hij het decor in dat werk naar de voorgrond gehaald. Kist of de zand/stenen ondergrond werkte hij uit tot verzelfstandigde beelden; voorstellingen met een universele en eeuwige geldigheid, wat ook voor ‘Levensbron’ van toepassing is.

Het is overigens niet de eerste keer dat Beerens de steiger opging. Aan het Piusplein in Tilburg nam hij eerder met behulp van een rolsteiger een zijgevel van een winkelpand onder handen. Het werk was echter een kort leven beschoren en werd door nieuwbouw aan het gezichtsveld onttrokken. “Mijn dertig meter lange en acht meter hoge muurschildering verdween in de spouw en is dus goed geconserveerd”, merkt Beerens nuchter op.

De levensduur van de Levensbron ziet er gunstiger uit. Hoewel de gemeente geen garantie geeft heeft zij wel contractueel toegezegd het kunstwerk zo lang mogelijk in stand te zullen houden. De toren krijgt om de tien jaar een goede verfbeurt en die tijd verwacht Beerens moet zijn creatie zeker meeke.

De tentoonstelling ‘Een teken aan de wand’ is t/m 1 oktober in de weekenden van 11.00-18.00 uur te bezichtigen in de watertoren in Oostburg.

Reageer op dit artikel