nieuws

WOV: van veerdienst naar tunnel

bouwbreed Premium

Er is geen gebied in Nederland waar het veer zo’n grote maatschappelijke, en later ook economische, functie heeft gehad als Zeeland. Als het plan voor een tunnel onder de Westerschelde doorgaat, betekent dat het einde voor de laatste veerdiensten in ‘het landje van overkanten’, nadat bruggen en dammen elders in de provincie de functie van de veerdiensten al overnamen. Aanleiding voor het Stedelijk Museum te Vlissingen om de ontwikkelingen door de eeuwen heen eens op een rijtje te zetten met de tentoonstelling ‘Schipper mag ik overvaren, van veerdienst tot tunnel’.

Al in 1312 was er een vaste veerman die vanuit Vlissingen een dienst naar Vlaanderen onderhield. Platbodem-zeilschepen die zo ver mogelijk het strand opvoeren, maar niet altijd konden voorkomen dat de passagier toch nog een paar natte voeten haalde voor hij of zij op het droge Zeeuws-Vlaanderen was.

Begin negentiende eeuw kwam er een stoombootdienst en werd in Breskens een aanleghaven aangelegd. De veerdiensten over de Westerschelde breidden zich uit tot lijnen op Walsoorden en Terneuzen. Vanaf 1916 konden ook auto’s mee naar de overkant. Boten werden zo verbouwd dat aan deze noviteit kon worden ingespeeld. Momenteel varen er enkele dubbeldeksveerboten op de lijnen Kruiningen-Perkpolder en Vlissingen-Breskens.

Geen enkele veerdienst

“Die ontwikkeling is erg snel gegaan. Steeds meer bruggen, tunnels en dammen hebben de taak van de veerdiensten overgenomen. In 1823 waren er nog zo’n 23 veerdiensten. In 1927 waren er nog maar zeven en toen was de achtste nog maar net opgeheven omdat de Sloedam net was opgeleverd. Op dit moment zijn er nog maar twee veerdiensten, en als de WOV te zijner tijd wordt opgeleverd dan zullen ook deze twee veerdiensten ook verdwijnen. Mogelijk blijft er nog een voetganger- en fietsterpontje varen. Minister Jorritsma heeft de veerponten buiten de begroting gehouden dus dat is hoopvol voor het voortbestaan van een veerdienst”, vertelt Dik Broens, depothouder van het museum.

Niet serieus

De eerste plannen voor een vaste verbinding over de Westerschelde dateren al van 1931. Zakenlieden uit Goes presenteerden toen een ontwerp voor afgezonken tunnelelementen tussen Baarland en Terneuzen. ‘Den Haag’ nam het po echter niet serieus. In 1954 volgde het plan voor een brug-tunnel combinatie tussen Kruiningen en Perkpolder. “Pas in 1969 kwam het tot serieuze bestudering van mogelijkheden als een brug, een tunnel, een hangbrug en combinaties daarvan. Die hangbrug had wel leuk geweest, stel je eens voor die had je in Oost-Soeburg al ke zien. Dat had nog eens een blikvanger geweest”, vindt Dik Broens.

In 1978 gaf het rijk groen licht, maar desondanks werd het po op het laatste moment afgeblazen. Later haalde de provincie Zeeland de stukken toch uit de archieven en toog aan het werk.

Japan

Eind jaren tachtig laaide de discussie toch weer op. Nieuwe technieken werden bestudeerd en er toog een delegatie naar Japan. Een reisverslag van deze delegatie van het ministerie van V en W naar Japan is te zien op de tentoonstelling. Een video laat allerlei Japanse voorbeelden van geboorde tunneltechnieken met de specifieke apparatuur te zien.

Naar aanleiding van die reis werd besloten dat de WOV definitief een geboorde tunnel zou worden. tussen Ellewoutsdijk en Terneuzen. De eis van Belgie dat de tunnel 30 meter NAP zou komen, voor een voldoende bereikbaarheid van de Antwerpse havens, kan daarmee worden gehaald. Nu ligt het in de verwachting dat de geboorde toltunnel onder de Westerschelde in het jaar 2002 in gebruik kan worden genomen. Direct na de zomer zal de ministerraad besluiten over een compleet uitgewerkt voorstel tot aanleg en exploitatie van de Westerschelde Oeververbinding.

In de la verdwenen

De expositie in het Stedelijk Museum in Vlissingen belicht aan de hand van modellen, kaarten en bouwtekeningen de geschiedenis van de veerverbinding tussen Vlissingen en Breskens.

Aan de hand van impressies en ontwerpschetsen geeft de expositie daarnaast een beeld van de vele in de la verdwenen ontwerpen voor een vaste verbinding en de techniek voor de voorgenomen geboorde tunnel onder de Westerschelde.

De tentoonstelling is tot en met 1 oktober te zien in het Stedelijk museum, Bellamypark 19 te Vlissingen. Openingstijden maandag tot en met vrijdag van 10 tot 17 uur en in het weekend van 13 tot 17 uur. De toegangsprijs bedraagt f. 2,50.

Reageer op dit artikel