nieuws

Stadhuis Lelystad nog steeds niet af

bouwbreed Premium

Twintig jaar geleden was Lelystad nog maar een dorp met zo’n 14.000 inwoners, maar allengs werd de opzet van de hoofdstad van onze twaalfde provincie groter. Meer dan 100.000 mensen moesten daar van de regering komen te wonen. Dit betekende ook dat de oorspronkelijke opzet voor een nieuw stadhuis grondig moest worden herzien

Een prijsvraag leidde uiteindelijk tot een keuze van het ontwerp van de Rotterdamse architect Hoogstad. Hij kreeg op 4 januari 1979 de opdracht zijn ontwerp, dat vooral gekenmerkt werd door een schuine dakconstructie van de centrale hal, nader uit te werken. Negen maanden later werd aan het ook al Rotterdamse bouwbedrijf Dura de uitvoering gegund, maar niet van het volledige ontwerp, want het bedrijf diende eerst te zoeken naar kostenbesparende alternatieven voor deze dakconstructie.

In het bekroonde ontwerp bestond die uit een zaagtandvorm, waarbij de verticale delen puien waren en de horizontale bekleed waren met dakbedekking. Het schuine effect werd bereikt door het geheel te overdekken met in een hoek van 45 graden geplaatste gemoffelde stalen roosters. Het blijkbaar goedkopere alternatief van Dura ging eveneens uit van een schuine dakconstructie; die zou bestaan uit Luxalon sandwich panelen van aluminium platen, onderling verbonden door hardschuim. Die oplossing werd door de gemeente en de architect aanvaard, zodat de laatste het bestek op dat punt herschrijven kon. De levering van de panelen en het aanbrengen daarvan zou in onderaanneming door een gespecialiseerd bedrijf dienen te geschieden. Bij de nadere uitwerking van deze nieuwe constructie ontstonden echter vrijwel onoplosbare problemen; met name de waterdichtheid van het dak zou praktisch niet te verwezenlijken zijn.

Dura stelde de gemeente daarom voor om het dak niet in de aluminium, maar in een gemoffelde stalen sandwich-constructie uit te voeren. Niet alleen zou het bouwbedrijf het dak dan wel waterdicht ke krijgen, ook zou het gebruik van gemoffeld staal nog een aantal andere voordelen meebrengen.

Zo zouden afzonderlijke delen uitgewisseld ke worden, het plaatmateriaal dikker en daardoor minder kwetsbaar zijn en ook een grotere brandwerendheid hebben. Architect Hoogstad liet zich door deze voordelen overtuigen en nam het voorstel over. Zo werd het stadhuis van Lelystad dus gebouwd.

Met een totaal aan stichtingskosten van ruim – 82 miljoen werd het fraaie bouwwerk op 15 juni 1984 opgeleverd. Niet lang daarna deden zich de eerste gebreken voor. De dakconstructie bleek toch problemen te geven, want op meerdere plaatsen lekte het dak en onder de coating trad roestvorming op. Lelystad stelde voor dit en nog een aantal andere problemen zowel zijn architect als de aannemer aansprakelijk. Niet onbegrijpelijk verwees Dura aansprakelijkheid van de hand, want – zo stelde het bedrijf – door de goedkeuring van de nieuwe dakconstructie was die een onderdeel van het ontwerp geworden.

Omdat de opdrachtgever de verantwoordelijkheid draagt voor de door hem voorgeschreven constructies (par. 5 lid 2 UAV) leek Dura’s opvatting juist. Maar de drie arbiters, die over de claims van de gemeente in een gecombineerde behandeling moesten oordelen, hadden een andere opvatting. Zij vonden, dat de specifieke kennis van de verwerking van de sandwich panelen, die de onderaannemer van Dura heeft, belangrijker was dan de goedkeuring van Dura’s aanbeveling door de architect.

Die specifieke kennis van de leverancier van de luxalon-panelen werd aan Dura volledig toegerekend. Dat is gebruikelijk in de jurisprudentie van de Raad. Zelfs als een constructie-voorschrift afkomstig is van de opdrachtgever pleegt in zo’n geval een grotere deskundigheid van de aannemer te leiden tot een verplichting om te waarschuwen tegen de risico’s daarvan. Ik neem aan dat arbiters in het Lelystad-geval vonden dat de aannemer (via zijn onderaannemer) veel deskundiger was op het gebied van dit type daken en dus dit alternatieve voorstel niet had mogen doen.

In ieder geval betekende de aanvaarding daarvan door de architect niet dat Dura daardoor van zijn verantwoordelijkheid ervoor was ontheven. Gevolg hiervan was dus, dat de aannemer volledig verantwoordelijk was voor de nieuwe dakconstructie, maar dat gold voor de onderaannemer evenzeer in zijn rechtsverhouding tot Dura. Die onderaannemer was immers de echte deskundige op dit punt en van hem was dan ook het voorstel afkomstig om in plaats van de Luxalon panelen gemoffelde stalen platen te gebruiken. Zelfs het teken- en rekenwerk aan dit dak waren door hem verricht.

De veroordeling van Dura tot een schadevergoeding van ruim een miljoen gulden werd dan ook meteen gevolgd door eenzelfde veroordeling van de onderaannemer, die door Dura in vrijwaring was geroepen. De schade aan het stadhuisdak werd dus uiteindelijk helemaal gedragen door het bedrijf dat op dit gebied de meeste deskundigheid in huis had. Zowel Dura als Hoogstad, die door de arbiters alleen verantwoordelijk werd gehouden voor het bouwkundig inpassen van de dakconstructie in het geheel, kwamen dus met de schrik vrij.

Maar het stadhuis in Lelystad staat er nu nog net zo. Begin september hoopt men te beginnen met het dak. Dat wordt overigens niet gerepareerd want dat zou naar de mening van zowel Dura als Hoogstad niet tot een bevredigende oplossing leiden. Die wordt nu gezocht in het overtrekken van de schuine kap. Die operatie kost wel ruim een kwart miljoen gulden meer dan de gemeente aan schadevergoeding ontvangt. Zo zit ook Lelystad met een strop.

Hoe groot die uiteindelijk is zal pas blijken als ook beslist is over de problemen, die bestaan met de klimaatbeheersing in het gebouw. Het herstel van de schade aan de tegelvloer in de centrale hal van het stadhuis komt overigens wel voor rekening van de aannemer, want die had bij het aanbrengen van die tegels wat uitvoeringsfoutjes gemaakt. Maar een hele nieuwe tegelvloer, zoals Lelystad wilde, zat er voor de gemeente niet in. Over de problemen met de klimaatbeheersing in het bestuursgedeelte en de hal werd nog geen uitspraak gedaan; de gemeente kreeg de opdracht zijn klachten hierover nader te onderbouwen.

(BR 1995 p. 603)

Reageer op dit artikel