nieuws

Gewest legt zich toe op behoud van goedkope voorraad Zuid-Kennemerland: amper locaties voor woningbouw

bouwbreed Premium

Het gewest Zuid-Kennemerland heeft geen locaties meer voor nog steeds noodzakelijke grootschalige woningbouw. Tot het jaar 2010 kan de voorraad jaarlijks nog mondjesmaat toenemen met 250 woningen, waarvan 175 door nieuwbouw. De rest komt uit verbouw van scholen, kantoren, wonen boven winkels en woningsplitsing. De gemeente Haarlem zal daarnaast de komende tien jaar nog circa 3000 woningen bouwen in binnenstedelijk gebied. Steeds vaker zijn woningzoekenden aangewezen op de Haarlemmermeer en de IJmond.

Dit sombere toekomstbeeld schetst het gewest (waaronder vallen de gemeenten Haarlem, Bloemendaal, Zandvoort, Bennebroek, Heemstede en Haarlemmerliede) in zijn ‘Regionaal Volkshuisvestingsplan 1996-2000’.

Voornaamste conclusie: het gewest is niet meer in staat de groeiende stroom eigen woningzoekenden nog te helpen. Ondanks de toename van de voorraad met 250 woningen per jaar (“afgezet tegen de produktie van de afgelopen jaren en de grote claim die er op subsidieloos bouwen voor de komende jaren wordt gezet een ambitieuze doelstelling”) groeit het woningtekort van 3,6 nu naar 4,5% in 2000. Dat komt neer op een vraag van vele duizenden woningen. Het gewest kan daarin niet voorzien en roept de hulp in van rijk en provincie: “De omvang van het woningtekort gaat het zelfoplossend vermogen van de regio te boven”. Daarom bepleit het gewest “het bieden van mogelijkheden om in andere regio’s (Haarlemmermeer en IJmond) te bouwen ten behoeve van woningzoekenden uit Zuid-Kennemerland”.

Eengezinswoningen

Wat in het gewest nog aan nieuwbouw kan plaatsvinden dient eerst en vooral te worden gerealiseerd in de sfeer van eengezinswoningen. “Daaraan is de behoefte het grootst”, aldus het volkshuisvestingsplan. Ook de bouw van meergezinswoningen ten behoeve van ouderen moet aandacht krijgen. Voor jongeren zal geen nieuwbouw te verwachten zijn. Zij zijn aangewezen op de bestaande voorraad.

In de koopsector is de behoefte het grootst aan middeldure koopwoningen (tot f. 275.000). Die moeten vooral in Haarlem worden gebouwd. De goedkope huurwoningen dienen met name buiten Haarlem te worden gerealiseerd.

Het gewest is voorstander van “selectieve bouw van goedkope huurwoningen. Dergelijke woningen, waarbij het Bouwbesluit de ondergrens is voor wat betreft kwaliteit, dienen niet in grote aantallen bij elkaar te worden gebouwd. Ze moeten worden meegenomen in een groter po waarin verschillende prijscategorieen zijn opgenomen”.

Een groot deel van de produktie zal in kleinschalige poen plaatsvinden. Het bouwen in bouwstromen (het in een gezamenlijk po ontwikkelen van woningbouw op diverse locaties) verdient volgens het gewest “nadrukkelijk de voorkeur”.

Overigens stelt het gewest vast dat “vervangende nieuwbouw ruim eenderde van de totale bouwproduktie zal uitmaken”. Werd in eerdere plannen uitgegaan van toevoeging van 35 woningen per jaar aan de voorraad door verbouw van scholen en kantoren, wonen boven winkels en woningsplitsing, in het volkshuisvestingsplan is dat aantal opgeschroefd tot 75.

Goedkope voorraad

Een van de belangrijkste opgaven voor het gewest in de komende jaren is overigens behoud van voldoende goedkope huurwoningen voor de laagste inkomens: “Zij zijn aangewezen op de bestaande woningvoorraad. Nieuwbouw is voor deze groep, met het huidige bouwkundige en woontechnische kwaliteitsniveau en de gestage afbouw van subsidies, vrijwel onbereikbaar.”

Maar volgens het gewest staat de goedkope sector ook in de bestaande voorraad geweldig onder druk. “De toenemende schaarste op de woningmarkt in een periode van liberalisering van het huurbeleid, heeft een prijsopdrijvend effect op de totale woningvoorraad. Daarnaast worden woningen verkocht ter versterking van de financiele positie van corporaties. En verder zullen meer woningen dan voorheen gesloopt gaan worden als gevolg van afname van subsidies voor woningverbetering.”

Het gewest acht daarom “handhaving van het aantal goedkope huurwoningen op het huidige niveau (ruim 30.000) en verdere afspraken over het terugdringen van de goedkope scheefheid noodzakelijk”.

Verbeteropgave

De grootste problemen verwacht het gewest met de na-oorlogse voorraad.: “Daar ligt nog een grote verbeteropgave.” Een groot aantal meergezinswoningen kan met eenvoudige middelen worden geschikt gemaakt voor ouderenhuisvesting. In dat kader dringt het gewest er bij het rijk op aan om “de tot en met 1995 lopende subsidieregeling voor plaatsing van liften voortzetten”. Mocht het rijk dat niet willen, dan overweegt het gewest zelf een met een liftenregeling te komen “gezien het belang van het vergroten van de toegangelijkheid van flats voor ouderen”.

Tenslotte hecht het gewest groot belang aan “het inhalen van de kwaliteitsachterstanden in de particuliere huursector”.

Reageer op dit artikel