nieuws

Energieprestatienorm onvoldoende doordacht

bouwbreed Premium

Energie-onderzoek Centrum Nederland ECN vindt de EPN (energieprestatienorm) voor woningen onvoldoende doordacht. De norm zou een hogere prioriteit moeten geven aan een goed ontwerp van het casco van de woning en pas daarna aan de technische installatie.

Dat is de hoofdconclusie van het ECN-rapport, ‘De energieprestatienorm: geen vooruitstrevende prestatie’. In dit rapport geeft ECN forse kritiek op de Energieprestatienormering, die in de Staatscourant 295 van 30 mei is gepubliceerd en half december in Nederland wordt ingevoerd. De kritiek richt zich vooral op de berekening van de energieprestatienorm, zoals is neergelegd in NEN 5128 voor de woningbouw.

De energieprestatienorm is bedoeld om de energiezuinigheid van woningen en utiliteitsgebouwen in hun geheel te beoordelen.

ECN heeft zich bepaald tot de EPN voor de woningbouw. Volgens de onderzoekers van de groep Energie-optimalisatie van ECN worden de huidige normen voor de prestatie van het casco en die voor de installatie ondoorzichtig met elkaar gemengd. Dat is volgens de onderzoekers een volstrekt verkeerde benadering, omdat het casco van de woning veel langer meegaat dan de installatie.

De norm geeft een cijfer aan de afzonderlijke bezuinigingsmaatregelen. Door een aantal formules toe te passen komt men daarmee op een eindbeoordeling. “Bij het toepassen van energiebesparingsmaatregelen is het van groot belang de samenhang en verhoudingen in het oog te houden”, aldus de onderzoekers ing. F Ligthart en ir. C. Zijdeveld.

Basisvraag

“Bovendien werken bepaalde keuzes langer door in de tijd dan andere. Als men bij het ontwerp van een casco weinig maatregelen neemt om de basisvraag aan verwarmingsenergie laag te houden, moet men extra hoge eisen stellen aan de efficientie van de installatie om toch binnen de norm te blijven.

De uitvoering van het casco is bepalend voor de basisbehoefte aan warmte. De installaties bepalen hoe efficient in deze behoefte wordt voorzien. Met andere woorden, wanneer in het ontwerp de juiste bouwfysische beslissingen worden genomen, kan men later met naar verwachting steeds geavanceerder wordende installaties wellicht verder komen dan aanvankelijk werd gedacht. De economische levensduur van het gebouw wordt zo verder verlengd. Dat is dan een echte bijdrage aan duurzaam bouwen”, zo stellen zij.

Twee problemen

Door de huidige energieprestatienormering aan te houden ke twee soorten problemen ontstaan. Ten eerste: ‘Aan het einde van de levensduur van de installatie bestaat het gevaar dat deze door een mindere wordt vervangen. De woning gaat dan meer energie gebruiken dan nodig is’.

Ten tweede: ‘Het casco bepaalt de basisbehoefte aan energie voor de ruimteverwarming van de woning. De toekomstmogelijkheden van de woning liggen daarmee vast. Een woning met lagere basisbehoeften is op den duur beter dan een woning met een hogere behoefte, waarin door een zeer geavanceerde technische installatie moet worden voorzien om binnen de norm te vallen’. Vandaar dat ECN tot zijn aanbeveling komt om in de berekening van het ontwerp prioriteit aan het woningcascote geven en pas daarna de technische installatie aan de orde te laten komen. “Slechts zo krijgen woningen een hogere toekomstwaarde”, aldus de rapporteurs van ECN te Petten. “Ook de prestatie van de technische installatie zou beter moeten worden vastgesteld.

In de huidige normberekeningen spelen volgens ECN ook ander motieven mee. De verwarming via een warmtekrachtinstallatie wordt bijvoorbeeld veel lager beoordeeld dan uit oogpunt van energiebesparing juist zou zijn”, aldus de onderzoekers.

Reageer op dit artikel