nieuws

Extra spoorvorming treedt alleen bij dicht asfalt op Zoab goed bestand tegen tropische temperaturen

bouwbreed Premium

Wegen die zijn uitgerust met een deklaag van zeer open asfalt beton (zoab) hebben veel minder kans op schade als gevolg van het warme weer dan wegen, die zijn voorzien van dicht asfaltbeton (dab). Waar dab onder invloed van tropische temperaturen kan smelten, blijft bij zoab de structuur van het mengsel onaangetast. Extra spoorvorming doet zich bij zoab dan ook niet of nauwelijks voor.

“Zoab is vaak negatief in het nieuws geweest, maar dit is toch een groot voordeel ervan”, zo stelt een woordvoerder van de Dienst Weg- en Waterbouwkunde (DWW) van Rijkswaterstaat desgevraagd.

Zoals bekend wordt bij ieder groot onderhoud dat wordt uitgevoerd aan het rijkswegennet de deklaag van dicht asfaltbeton vervangen door zeer open asfaltbeton. Op die manier is een kwart van alle rijkswegen inmiddels voorzien van open asfaltbeton.

Uit de toelichting van de DWW kan worden geconcludeerd dat die wegen niet of nauwelijks te maken zullen krijgen met extra spoorvorming. “Bij aanhoudend warm weer treedt onder zware belasting extra spoorvorming op in de dichte deklaag. Dat is met name het geval wanneer het wegdek ’s nachts amper de kans krijgt om af te koelen. Bij zoab echter speelt dit probleem veel minder”, aldus een woordvoerder, die erop wijst dat onderzoek heeft aangetoond dat de temperatuur in het wegdek onder invloed van het weer wel tot 70 gr. Celsius kan oplopen.

Het feit dat zoab hieronder niet te heeft lijden, komt volgens de DWW vooral door de isolerende eigenschappen van zoab en de opbouw van het steenskelet ervan. “Ook bij zoab worden de bitumen wel wat zachter, maar het steenskelet als zodanig blijft intact. De stenen in het asfalt blijven gestapeld.”

Extra schade

Het gegeven dat dicht asfaltbeton minder goed tegen hoge temperaturen kan dan zoab, levert Rijkswaterstaat iedere warme zomer weer een extra schadepost op.

Vorig jaar bijvoorbeeld heeft de bijna tropische zomer geleid tot een twee keer zo hoge toename van de rijspoordiepte in het oosten en zuiden van Nederland. “Gemiddeld ligt de toename van de rijspoordiepte op zo’n 1,5 mm per jaar. In het zuiden en het oosten is echter een toename gemeten van gemiddeld drie mm.”

Het extra onderhoud wat hierdoor moest worden uitgevoerd vergde in 1994 een investering van f. 5 miljoen. Dat is overigens maar een klein deel van het totale onderhoudsbudget van circa f. 300 miljoen voor de verhardingen van rijkswegen.

De tropische temperaturen van de laatste tijd hebben nog niet tot grote schades aan het bestaande rijkswegennet geleid. Alleen de dienstkringen Gorinchem en Overijssel van Rijkswaterstaat hebben zich al bij de meetdienst gemeld voor extra controles.

Onwerkbaar weer

Volgens een woordvoerder van VBW-Asfalt is het bij dit warme weer met name oppassen bij onderhoudswerkzaamheden. “Feitelijk is het onwerkbaar weer voor onderhoud, vooral als dit ’s nachts wordt uitgevoerd. Asfalt moet namelijk zijn afgekoeld tot minimaal 35 gr. C, voordat er weer auto’s over ke rijden. Bij een nachttemperatuur van 20 gr. C, gaat dat niet al te snel.”

Er zijn nauwelijks mogelijkheden om dit afkoelingsproces te versnellen. “Je zou water op het asfalt ke spuiten, maar dan gaat het al gauw om gigantische hoeveelheden die moeten worden opgebracht.”

Een andere probleem is de afwerking van de nieuwe deklaag. “Deze wordt afgestrooid met steenslag, om de aanvangsstroefheid te vergroten. Als het asfalt nog niet voldoende is afgekoeld, wordt door iedere auto die eroverheen rijdt steenslag in de deklaag gedrukt. Met alle gevolgen vandien voor de stroefheid.”

In Utrecht weet men inmiddels over deze problematiek mee te praten. Daar bleek een rijstrook bij knooppunt Oudenrijn, na nachtelijk onderhoud, nog niet voldoende afgekoeld. Direct na openstelling trad spoorvorming op, en moest de strook weer worden afgesloten. Hierdoor ontstonden files op de A2 tot voorbij Breukelen.

Reageer op dit artikel