nieuws

Zoeterwoude gunt zichzelf meer dan de laagste prijs

bouwbreed Premium

De relatie tussen de wegenbouwsector en de opdrachtgevende overheden is aan het veranderen. Rijkswaterstaat, de Nederlandse Spoorwegen en (nog aarzelend) ook de gemeenten laten de aannemer langzamerhand meer ruimte om werken integraal aan te pakken: van bestek tot eindcontrole. De aannemer maakt hierdoor beter gebruik van zijn kennis, terwijl de overheden aanzienlijk ke bezuinigen.

r zal de komende jaren desondanks nog een flinke cultuuromslag moeten plaatsvinden. Veel aannemers hebben zich immers genesteld in hun rol van pure uitvoerder. Vaak houden de opdrachtgevers (in veel gevallen de gemeenten) dit in stand uit angst dat de eigen positie wordt ondermijnd. Ook politiek lijkt het ‘dom houden’ van de aannemer soms te scoren. Via openbare aanbestedingen worden de aannemers gedwongen hun prijzen zo laag mogelijk te houden. Dat de feitelijke kosten uiteindelijk vaak hoger uitvallen, meestal als gevolg van meerwerk of vervroegd onderhoud door slechte uitvoering, wordt veelal weggemoffeld in de begrotingen.

Maar de tijden veranderen, en zo ook de aannemerij. Certificering is aan de orde van de dag, wat als gevolg heeft dat de aannemerij steeds vaker onder kwaliteitsborging uitvoert. De opdrachtgevers spinnen hier garen bij omdat ze de aannemer ke aanspreken wanneer het werk niet goed is uitgevoerd en zo hun kosten beheersbaar ke houden.

Als gevolg van deze ontwikkelingen lijkt het huidige aanbestedingssysteem soms hopeloos ouderwets. Volgens dit systeem is het voor opdrachtgevers immers op het eerste gezicht nog steeds lucratief om werken altijd aan de laagste bieder te gunnen, ongeacht de kwaliteit van het werk.

Integraal uitbesteden

In de gemeente Zoeterwoude gaat het er anders aan toe. Zowel de wethouder als het ambtelijk apparaat van deze gemeente kozen er onlangs voor een, voor deze gemeente, groot po integraal uit te besteden aan een aannemer. Het gaat om het vernieuwen van de riolering en de infrastructuur in een naoorlogse wijk van ongeveer 300 woningen. Kosten: f. 3,8 miljoen exclusief btw.

Hoofd sector grondgebied, M. Geerling, van de gemeente Zoeterwoude legt uit dat in ‘normale gevallen’ gekozen zou zijn voor een ingenieursbureau om het voorbereidende werk te doen. Geerling: “Intern hebben we momenteel geen capaciteit om een dergelijk po voor te bereiden. Meestal werd dan een ingenieursbureau ingehuurd om het bestek te maken, waarna een openbare aanbesteding volgde. In het verleden hebben we echter wel meegemaakt dat het bestek niet klopte. Daar kwamen we dan pas in de uitvoeringsfase achter. De aannemer rekende, terecht, kosten voor meerwerk om de zaak weer op orde te krijgen. Daarnaast moet er constant een gemeentelijk opzichter op het werk zijn. Uiteindelijk ben je dan duur uit want ook bij het ingenieursbureau valt geen verhaal te halen.”

Geur van gesjoemel

Mede om die reden besloot de verantwoordelijk wethouder samen met Geerling om het werk integraal uit te besteden aan een contractant.

Voormalig wethouder A. Ringersma van Zoeterwoude: “Het onderhands of enkelvoudig aanbesteden door gemeenten is de laatste jaren in een kwaad daglicht komen te staan. Er hangt een geur van gesjoemel omheen. Om die reden zijn er wethouders die bijna alleen nog maar openbaar aanbesteden. Dit om alle verdenkingen omtrent eventuele betrokkenheid uit de wereld te helpen. Zelf heb ik gemerkt dat je politiek de handen op elkaar kan krijgen voor een andere wijze van aanbesteden. Als je maar hard kan maken dat je prijstechnisch een goede zaak hebt. Nog belangrijker is dat je de ambtenaren meekrijgt. Hier, in Zoeterwoude, was dat gelukkig het geval. In veel gemeenten heerst echter nog traditie en conservatisme op dit vlak. De gedachte is dat de traditionele werkwijze en verhouding met de aannemerij zich in het verleden heeft bewezen en dus goed is. Daarnaast speelt dat wanneer er meer wordt uitbesteed aan de aannemerij er een bedreiging ontstaat voor het ambtelijk apparaat. Men geeft immers meer uit handen. Hierdoor krijgt men het gevoel de eigen positie te ondermijnen en tenslotte overbodig te worden.”

Rayondirecteur P. Kelder van Heijmans Wegenbouw (de aannemer van het werk) is positief over de nieuwe aanpak van Zoeterwoude.

“Het heeft grote voordelen. Als aannemer zijn we vanaf het eerste moment betrokken geweest, waardoor er een veel beter zicht op het werk ontstaat. Normaal is het bestek dat je krijgt maatgevend. Als dat niet goed is, is het jammer, maar volgens de traditionele werkwijze voeren wij het werk uit zoals het wordt opgedragen. Ontstaat er door fouten in het bestek meerwerk, dan is dat een zaak van de opdrachtgever. In dit geval hebben we zelf het bestek geschreven, waardoor er tijdens de uitvoering al heel veel kennis over het po aanwezig is en het gevoel van betrokkenheid groter is.”

Geerling: “In andere poen moesten we als gemeenten veel investeren in de kwaliteitscontrole. Nu we het werk aan een gecertificeerde aannemer hebben uitbesteed, is dat minder belangrijk. We ke de aannemer tenslotte aansprakelijk stellen als er achteraf fouten aan het licht komen. Er wordt immers gewerkt met een garantieperiode. Mochten er fouten gemaakt zijn, dan manifesteren die zich vanzelf. Het voordeel is dat wij ons niet meer met iedere korrel zand die in het werk gaat bezig hoeven te houden. Het gaat om het eindprodukt en de aannemer ziet maar hoe hij dat voor elkaar krijgt. Uiteraard zijn we om die reden met een gecertificeerde aannemer in zee gegaan die zijn kunde op dit gebied heeft bewezen en een ingenieursbureau in huis heeft die het bestek kan maken. Desondanks komt het voor dat ik op het werk loop en denk: ‘Nou Heijmans, dat doe je toch niet zo handig’. Wij zouden dan een andere werkmethode kiezen. Maar in feite maakt dat niet uit. Nogmaals, wij kijken naar het eindprodukt.”

Verrekend

Kelder: “Het risico wordt door deze wijze van werken voor ons groter. Als we nu fouten maken zijn we zelf verantwoordelijk. Ik denk dat het een goede zaak is. Het hoort bij het risico van de ondernemer. Het is niet meer zo dat de aannemer alleen maar poen wil uitvoeren, liefst met nog wat meerwerk. We hebben het liever integraal. Het voortraject van een po hoort bij de aannemer, vind ik.”

Kelder geeft wel te kennen zich enigszins ‘verrekend’ te hebben bij de inschrijving op het po. “We hebben het integraal aangenomen. Dat hield ook in dat we de klachtenafhandeling met de bewoners en de onderhandelingen met de nutsbedrijven op onze schouders namen om op grond daarvan een planning te maken. Ik zeg wel eens: we hebben net het raadsvoorstel niet hoeven maken, maar verder hebben we echt het hele administratieve traject voor onze rekening genomen. Aanvankelijk hebben we ons daar een beetje op verkeken. Dat komt door een gebrek aan ervaring op dit terrein. Gelukkig hebben we veel hulp van de gemeente gekregen. Maar, op zich werkt het heel goed als de aannemer, bij een project als dit, waarbij we midden in een woonwijk aan het werk moesten, de gesprekken met de bewoners aangaat. Het zijn korte lijnen en dat werkt bijzonder efficient.”

Geerling voegt eraan toe dat het met name voor de nutsbedrijven even wennen was. “De onderhandelingen werden met de aannemer gevoerd. Maar als ze iets moesten ondertekenen of iets te vragen hadden, kwamen ze toch naar de gemeente. Ze zijn gewend om met de gemeente als opdrachtgever in zee te gaan. Maar in feite is het zo veel efficienter. De gemeente zit er eigenlijk als een overbodige schijf tussen.”

Ambtelijke moed

Op de vraag waarom aannemer en opdrachtgever niet veel eerder op deze manier zijn gaan werken reageert Ringersma met een ernstige blik: “De wijze waarop beide partijen in het algemeen met elkaar omgaan komt voort uit ingesleten gewoonten. Het vergt ambtelijke en politieke moed om dat anders te gaan doen. De aanvangs-investering is namelijk groter, maar die betaalt zichzelf op de langere termijn ruim terug. Dat moet je een gemeenteraad duidelijk ke maken. Ik heb wel het idee dat steeds meer gemeenten op deze manier gaan werken. Ik heb in Zoeterwoude toch een beetje een voorbeeld willen stellen.”

Geerling: “Ik heb niet het idee dat de ambtelijke apparaten van gemeenten staan te springen om meer werk uit te besteden. Veel ambtenaren zien het als een bedreiging. In Stadswerk (platform voor hoge gemeente-ambtenaren op bouw-gebied, red.) ontmoet ik nog redelijk veel scepsis als het over dit onderwerp gaat.”

Kelder: “Zoals gezegd, de aannemer wil liever een integrale opdracht. Het grootste deel van de aannemerij is er ook klaar voor. Er is veel aan kwaliteit gedaan. Bij het uitsluitend uitvoeren van werk gaat er veel van onze kennis verloren.”

Reageer op dit artikel