nieuws

Zinkindustrie verliest kort geding tegen SEV

bouwbreed Premium

Niets wijst erop dat de Stuurgroep Experimenten Volkshuisvesting (SEV) het “apert onjuist” heeft bij de beoordeling over het gebruik van zink in de handleiding ‘Duurzame Woningbouw’. Dit stelt mr. J. Mendlik, president van de Rotterdamse Arrondissementsrechtbank, in het kort geding dat de zinkindustrie tegen de SEV had aangespannen.

Inzet van het kort geding was de in de visie van de Vereniging voor de Nederlandse Non-Ferro Industrie en Nedzink, negatieve benadering van zink door de SEV in de volgende week te verschijnen brochure Handleiding Duurzame Woningbouw.

Het gaat hier om een geactualiseerde bijlage die door de helft van alle gemeenten wordt toegepast als het gaat om het opstellen van bouwplannen. Zink krijgt in deze brochure ‘een lage score’ op de milieu-voorkeurslijst.

Voor mr. Mendlik voerde de zinkbranche aan dat een te negatieve benadering leidt tot een verlies van een marktaandeel maar dat vooral de gegevens waarop de SEV zich baseert niet kloppen.

Volgens de eisers is zink veel milieuvriendelijker dan wordt verondersteld. Basis van dit gegeven put de zinkindustrie uit het rapport Basisdocument Zink, addendum Industrie’. Dit addendum is echter door TNO Bouw gewogen en te licht bevonden. Op zijn beurt beoordeelde een deskundige, ingehuurd door de zinkindustrie, het rapport van TNO Bouw weer als te mager en onzorgvuldig.

Dit laatste wordt door Mendlik in zijn beoordeling in twijfel getrokken. In zijn argumentatie om de eis van de zinkindustrie af te wijzen, zegt Mendlik dat op basis van die gegevens niet kan worden gezegd dat de mening van de SEV over zink “apert onjuist” is.

“Dat NFI en Nedzink voor hun zienswijze steun vinden in het rapport van de door hen ingeschakelde deskundige leidt deze, in feite partij-deskundige, afgezet tegen de onafhankelijkheid van de SEV niet tot een ander oordeel. Van onrechtmatig handelen jegens NFI en Nedzink is dan ook geen sprake”, aldus president Mendlik.

Reageer op dit artikel