nieuws

VBTI: ‘Investeringsniveau infrastructuur moet met ruim f. 3 miljard omhoog’

bouwbreed Premium

Het investeringsniveau voor infrastructurele werken moet worden verhoogd tot tenminste 3% van het netto nationaal inkomen. De extra impuls van f. 3,2 miljard per jaar is nodig om de bestaande vervoersmodaliteiten niet alleen goed te onderhouden maar deze waar nodig ook te ke uitbreiden.

Dit staat in de nota ‘Nederland, nat en droog 1996-2000’ van de Vereniging van waterbouwers in bagger-, kust- en oeverwerken uit Leidschendam. In de nota wordt een beeld geschetst van de knelpunten in de Nederlandse infrastructuur. Bovendien geeft de vereniging, als belanghebbende organisatie van de Nederlandse waterbouwers, daarin haar visie op mogelijke oplossingen. De nota dient ter onderbouwing van besluitvorming die de toekomst van de Nederlandse infrastructuur bepaalt.

Het huidige investeringsniveau is volgens de VBKO te laag. Dat ligt momenteel op een niveau van 2,6% van het netto nationaal inkomen (nni). De omringende landen investeren echter gemiddeld 3,5% van het nni in fysieke infrastructuur. Het betreft: Verenigd Koninkrijk, Frankrijk, ex-DDR, ex-BDR en Duitsland. Een niveau van 3% of hoger zou voldoende moeten zijn Nederland de voorsprong als transport- en distributieland te laten behouden. Dat betekent een extra impuls van f. 3,2 miljard per jaar voor het weg- en railtransport, voor de binnenvaart, de kust- en de zeevaart en de luchtvaart.

In de omringende landen verloopt de besluitvorming over fysieke infrastructuur sneller dan in Nederland. In combinatie met een hoger investeringsniveau zet dat Nederland extra op afstand. De overheid ziet het belang van snellere besluitvorming wel in,. maar het is volgens de VBKO hoog tijd dat ook de Nederlandse cultuur van besluitvorming verandert. Een goed voorbeeld van snelle besluitvorming is die voor de dijkverhogingen in het kader van de Deltawet Grote Rivieren.

Invulling

De jaarlijkse budgetten voor de vaarwegen moeten met f. 150 miljoen worden verhoogd om het beleid zoals vastgesteld in het SVVII en de Derde Nota waterhuishoudingen te verwezenlijken. Betrokken bedrijfstakken, verenigd in het Centraal Overleg Vaarwegen, wijzen de overheid in hun Vaarwegenbeleidsplan III op de te stellen prioriteiten. Met de voorgestelde verhoging kan daadwerkelijk invulling worden gegeven aan het Vaarwegenbeleidsplan III. Dan kan volgens de VBKO het huidige volume van 220 miljoen ton worden uitgebreid en kom er meer ruimte op de wegen.

Momenteel gaat ruim een derde van het totale internationale en binnenlandse vervoer in Nederland over water. Hoofdvaarwegen en regionale vaarwegen vervullen daarbij een even belangrijke taak. Decentralisatie van van beheerstaken van regionale vaarwegen aan lagere overheden zou ke leiden tot verslechtering van het totale vaarwegennet. Dat kan als de lagere overheden de prioriteiten anders leggen dan de centrale overheid. Van belang bij decentralisatie is volgens de VBKO dan ook dat het beleid centraal wordt vastgesteld en dat alleen de uitvoering van de beheerstaken decentraal plaatsvindt.

Grootschalig

Om in het jaar 2000 de gewenste 600 km rivierdijk versterkt en verhoogd te hebben moet worden uitgegaan van een grootschalige aanpak vindt de VBKO. Per jaar moet ongeveer 120 km dijk worden versterkt. De meest zwakke dijkvakken (ongeveer 150 km) moeten conform de Deltawet Grote Rivieren eind 1996 worden opgeleverd. De overige 450 km vallen buiten deze noodwet. Om dit gedeelte werkelijk in het jaar 2000 te ke opleveren zullen in 1996 al voldoende werken moeten zijn aanbesteed. Grootschalige aanpak van de uitvoering is vereist om een aantal volgens de VBKO belangrijke punten te realiseren. Zo kan dan de inzet van mensen en materieel worden geoptimaliseerd. Mede omdat de kans op vertragingen wordt beperkt zijn aanzienlijke besparingen te bewerkstelligen.

Op het gebied van de kustverdediging vraagt men zich bij de VBKO af of dynamisch handhaven ven de kustlijn wel afdoende is. Dynamisch handhaven betekent jaarlijks suppleren van zand. Onderzoek heeft aangetoond dat het huidige budget van f. 60 miljoen ontoereikend is om de kust op peil te houden. Er is volgens de VBKO zeker nog f. 30 miljoen nodig om de opgelopen achterstand aan de kustverdediging in te lopen.

Reageer op dit artikel