nieuws

Petersburg etaleert (bouw)kunst

bouwbreed

In 1998 is het honderd jaar geleden dat het neoclassisistische Michaelpaleis in St. Petersburg – het voormalige Leningrad – als eerste Russische staatsmuseum in gebruik werd genomen. Dit feit wordt over drie jaar herdacht met een grootse overzichtstentoonstelling waarin de hoogtepunten van 500 jaar Russische kunst zijn te bewonderen. Liefhebbers ke zich een verre reis besparen; de Kunst- und Ausstellungshalle in Bonn gunt ons een preview.

Oorspronkelijk was het paleis bestemd voor grootvorst Michael. Nadat in 1819 negen miljoen roebel bijeen was gebracht kon met de bouw worden aangevangen. Het complex werd gerealiseerd naar een ontwerp en onder toezicht van architect Carlo Rossi (1777-1849), destijds in dienst van tsaar Alexander I. De Russische architect van Italiaanse afkomst was in de jaren twintig en jaren dertig van de vorige eeuw ook verantwoordelijk voor de stadsplanning van het stadscentrum van St. Petersburg.

Met zijn paleisontwerp oogste hij internationale roem: “Dit paleis betekent ongetwijfeld een triomf van de nieuwe architectuur. Het overtreft niet alleen alles in de Tuilerieen of andere koninklijke Paleizen op het continent, maar is ook enige in zijn soort”, aldus de Engelse geleerde Greenville.

De aanzet tot de inrichting als het eerste nationale museum werd gegeven door de zoon van tsaar Alexander III die ‘beval’ het in bezit van de fiscus zijnde Michail-Palais met al zijn vleugels en bijgebouwen als eerste museum voor de Russische nationale kunst te gebruiken.

Rossi’s bijdrage betrof niet alleen het exterieur maar ook de inrichting, waarvan de Witte Zaal nu nog getuigt. Het is opgetrokken in empirestijl; een Franse monarchiestijl met elementen uit de Romeinse keizertijd. Om zich in St. Petersburgse sferen te wanen is deze zaal in Bonn gereconstrueerd.

Rossi’s werk werd hogelijk aangeschreven wat mag blijken uit het feit dat de Engelse koning een model van deze zaal werd aangeboden. De architect Vasilij Fedorovic viel later de eer ten deel de prive-vertrekken en dienstruimten om te turnen tot ruimtes waarin kunst tot zijn recht komt.

De in de loop der tijd gegroeide collectie heeft, zoals te verwachten viel, een omvang van Russisch formaat; 370.000 werken waarvan er 500 werden geselecteerd die een goed en vooral mooi beeld geven van de rijke Russische kerk-, kunst- en cultuurgeschiedenis. Een letterlijke grootse uitwerking (304 bij 505 cm) is ‘De Golf’ van Ajvazovskij, die de laatste nietige minuten op de oceaan penseelde. Onder de schilderijen portretten van prinsessen, gravinnen en vorstinnen, zoals die van de achttiende eeuwse hofschilder Ivan Nikitin. Een andere Nikitin, Nikolaj genaamd, zou zich een eeuw later toeleggen op het tsaristische interieur en gunt ons een blik in het Stroganof-paleis. De kunstenaar werd uiteindelijk stadsarchitect in St. Petersburg en heeft een aantal verschillende openbare gebouwen op zijn naam staan.

De meeste architectuur- en schilderopdrachten in de door Tsaar Peter de Grote gestichte stad werden in die tijd vergeven door het secretariaat voor het Bouwwezen, een staatsinstelling.

Het volksleven werd het thema van schilders als Venecianov, die onder andere het Russische boerenleven en de stadse middenstand op het doek vereeuwigde en Repin die het zware leven verbeeldde. Zijn ‘Wolgatrekkers’ uit omstreeks 1870, waarin mannen een schip voorttrekken, was zowel een aanklacht op de arbeidsomstandigheden als een ode aan de kracht van het volk. De natuurgetrouwe en gedetailleerde werkwijze van Venecianov kreeg navolging zodat er sprake werd van de ‘school van Venecianov’.

Ook de bekendere avantgarde-kunstenaars Kandinsky, Tatlin en Malevic ontbreken niet. Van laatstgenoemde is onder andere een suprematische theekan te wonderen. De vazen van Suetin verwijzen naar de architectonische composities van Malevic: Architektone. Ondanks hun geringe formaat geven ze een beeld van de grote architectuur waarmee de suprematisten hun denkbeelden van volledige plastische form verbonden.

De collectie omvat naast schilderijen en porselein nog indrukwekkende iconen, lithografieen en sculpturen. De voorwerpen zijn in navolging van het Russische Michail-paleis ondergebracht in de verschillend gekleurde ruimtes van de hoge en moderne Kunst- und Ausstellungshalle.

Het moderne Duitse complex vormt een groot contrast met het Russische Staatsmuseum, waartoe sinds een aantal jaren ook drie andere monumentale trekpleisters in Leningrad -het Stroganov-, Marmor en het keizerlijke Ingenieurs-paleis- deel van uitmaken. Na voltooiing van de restauratiewerkzaamheden zullen over drie jaar in deze gebouwen de hoogtepunten van Ruslands nationale erfgoed in volle glorie zijn te bewonderen.

Kunst- und Ausstellungshalle is geopend van dinsdag t/m zondag van 10.00-19.00 uur. Toegang DM 8. De tentoonstelling loopt tot 13 augustus. Catalogus: DM 48.

Reageer op dit artikel