nieuws

‘Natuurlijk materiaal is niet altijd per definitie beter’

bouwbreed Premium

“Er wordt veel gediscussieerd over het vervangen van kunstmatige materialen door natuurlijke waardoor de milieubelasting zou verminderen. Dat is echter niet in alle gevallen zo. Een sprekend voorbeeld daarvan biedt asbest. Zo zijn er meer natuurlijke materialen te bedenken die gevaarlijk voor bijvoorbeeld de gezondheid zijn.”

“Je hebt ook alternatieven die op zich minder het milieu belasten, zegt algemeen directeur prof dr. J. Bijen van het bureau Intron uit Sittard, “zij het dat aan de basis van die beoordeling slechts een beperkt aantal aspecten liggen terwijl je alle aspecten moet beoordelen. Zo staat kurk in de SEV-lijst boven aan maar in de praktijk valt het resultaat slecht uit. Kurk is niet goed tegen vocht bestand. Dus gaan het materiaal en de isolatiewaarde verloren. Het effect van een verloren isolatiewaarde op de totale milieubelasting van een bouwwerk valt vele malen groter uit dan de milieuwinst die te behalen valt door ander materiaal voor kurk te verwisselen. Een al te lichtzinnig genomen besluit kan economisch en ecologisch funest uitvallen.”

“Als je een milieuprofiel opstelt van een materiaal kun je de milieubelasting aangeven”, stelt Bijen. “Bij betonwaren speelt het transport in deze een grote rol. Als je daar rekening mee houdt kun je verstandige beslissingen nemen omtrent het gebruik. De SEV-lijst raadt voor enkele toepassingen beton af. In andere gevallen komt beton met gebroken kalksteen het meest in aanmerking. Een milieu-analyse zal evenwel aantonen dat aan deze variant nogal wat nadelen kleven. Kalksteen moet uit Belgie komen en moet ook worden gebroken wat het nodige aan energie vraagt. Daarbij kun je je afvragen of een gat in Belgie wel mag en een grindgat in Nederland niet. Voor mij zijn dat vreemde en niet-doorzichtige motieven. Als je zand- en grindgaten wil vermijden dan zijn er voldoende andere mogelijkheden te bedenken. Wil je in de bouw iets veranderen dan moet je eerst de wil aanpakken. Te denken valt aan een geleidelijke afbouw van zandgebruik waardoor de markt de kans krijgt zich in te stellen op vervanging.”

Schaarste

“Het gaat hierbij om een maatschappelijke schaarste want alleen al onder Nederland ligt zo’n 20 miljard kubieke meter zand”, legt Bijen uit. “Externe ontwikkelingen ke het schaarstebeleid en de promotie van secundaire grondstoffen evenwel doorkruisen. Een po als de Grensmaas brengt plotseling een grote hoeveelheid zand en grind op de markt waardoor de aandacht voor alternatieven beduidend vermindert. In Nederland komt vooral fijn zand voor en dat kun je niet op grote schaal in beton gebruiken. Duitsland en Denemarken rekken op om maar zoveel mogelijk fijn zand te ke toepassen. Je moet alleen wat meer cement toevoegen. Wanneer je met gebroken puin grind vervangt loopt de kwaliteit telkens een beetje verder terug. Een gegeven dat in de betonsector enige zorg veroorzaakt. Vooralsnog dreigt geen vermindering van de betonkwaliteit. Dat gebeurt alleen wanneer we evenveel sloopafval vrij krijgen als we bouwen. Hetzelfde geldt voor pvc. Daarvan komt nog zo weinig vrij dat je hooguit 5 tot 10 procent in de nieuwe produktie kwijt kunt.”

“Het meten van milieubelasting wint steeds meer aan belang,” weet Bijen. “Op die manier valt vast te stellen of getroffen milieumaatregelen het beoogde effect teweeg brengen. Te denken valt aan het hergebruik van pvc-kozijnen met behulp van het retoursysteem dat de bedrijfstak daarvoor ontwikkelde. Onderzoek toonde aan dat de gang van zaken op alle punten positief verloopt. In het geval van bouw- en sloopafval gaat dat ook op voor de besparing op primaire grondstoffen. De bewerking vraagt evenwel meer energie dan bijvoorbeeld het opbaggeren van grind en dat gegeven pakt weer negatief uit voor andere milieu-aspecten. Vooralsnog bestaat er geen algemeen geaccepteerde methode voor het bepalen van de milieubelasting. De tot nu toe gehanteerde voorkeurlijsten roepen bij de producenten nogal wat bezwaren op. En vaak niet ten onrechte. Het ligt in de bedoeling uiteindelijk te komen tot vier getallen die mede door gegevens van de fabrikanten zijn berekend en die voldoende basis moeten geven voor het samenstellen van objectieve voorkeurlijsten. Deze getallen moeten er ook toe leiden dat producenten belastende materialen van de markt halen of juist verbeteren. Te denken valt aan aluminiumkozijnen, een van de eerste produkten waarvoor een LCA is gemaakt. Het materiaal kwam er slecht uit, temeer omdat de produktie een aanmerkelijke hoeveelheid energie vereiste. Ongeveer 50 procent van de energie hing samen met de koudebrug in de kozijnen. In nieuwe kozijnen loste het aanbrengen van isolatie dat probleem op. Daarmee kom je op het punt waarom het gaat: vermindering van de milieubelasting.

Fosforgips

“In de afgelopen jaren deden we veel onderzoek naar fosforgips”, zegt Bijen. “Daarvan komt in het Waterweggebied jaarlijks zo’n 2 miljoen ton vrij. Deze grote hoeveelheid levert bedrijven als Kemira en Hydro Agri waarin het ontstaat nogal wat problemen op bij de milieuvergunning. Fosforgips veroorzaakt geen schade; het zijn de grote hoeveelheden die aanpak vereisen. Het schept namelijk een wat merkwaardig beeld dat je de taakstellingen van het Reinwaterverdrag onderschrijft en tegelijkertijd aan het eind van de rivier een forse massa reststoffen in het water stort. Om die reden moeten er mogelijkheden voor hergebruik komen. De betrokken bedrijven maken echter deel uit van een bedrijfstak die een aanzienlijke internationale concurrentie kent. De inkomsten staan onder een evenredige druk wat het besluit tot milieu-investeringen niet gemakkelijk maakt. Marokko is de grootste producent in deze sector. Daar verdwijnt het gips vermengt met ander afval zonder meer de oceaan in. Besluit je hier te activiteiten te stoppen dan verschuift de fabricage naar Marokko zodat daar nog meer afval in het water terecht komt.”

Niet binnen

“Een mogelijke oplossing voor Nederland biedt het ontwateren van het fosforgips met vliegas, kalk of cement”, meent Bijen. “Een pers vormt onder hoge druk uit het aldus ontstane materiaal blokken. Dat is tot op heden de meest belovende optie. Kalk en cement maken de blokken watervast waarbij de hoge druk het materiaal een dusdanige dichtheid heeft dat het bijvoorbeeld toepassing kan vinden in de bouw. Het gaat dan op gebruik buiten omdat het fosforgips in zekere mate radioactief is en om die reden niet aan binnengebruik kan opgaan. Je kan de blokken bijvoorbeeld breken en vervolgens in de wegenbouw toepassen. Nu is het wel zo dat elke stof min of meer radioactief is. Maak je echter beton met vliegas dan valt de straling lager uit dan wanneer je ander materiaal zou gebruiken. Vliegas uit kolencentrales heeft van zichzelf, als je het meet aan uranium een wat hoger radioactief gehalte. Er komt daarentegen minder radon vrij omdat het gas opgesloten zit in het vliegasbolletje. Voordat het door de glasachtige wand van het bolletje kan ontwijken is het reeds tot vaste stof vervallen.”

Reageer op dit artikel