nieuws

Moderniseringsproces bij ’s werelds oudste wijn Attractie van Griekse wijnen is hun volstrekte individualiteit

bouwbreed Premium

Het grote pluspunt van Griekse wijn is zijn eigen karakter. Geen kreten als ‘beter dan een Meursault’ of ‘doet denken aan een stevige Cote de Provence’, niets van dat alles, gewoon Grieks, take it or leave it. Maar toch… De groots opgezette proeverij van Griekse wijnen in het Amsterdamse Hilton Hotel, waar master of wine Maggie McNie deze stelling poneerde, werd natuurlijk niet voor niets gehouden. Hoewel het totale Griekse wijnaanbod – ca. vijf miljoen hectoliter – niet zo groot is dat er een Bulgarije-effect van te verwachten valt, zijn er toch wel zodanige kwalitatieve verbeteringen te signaleren, dat men er andere Europeanen, meer dan tot nu toe, van wil laten kennisnemen.

Griekse wijnen zijn of behoren tot de oudste ter wereld. Termen als ‘dynosisch’ en ‘amfora’ herinneren daar nog aan. Wanneer het precies begonnen is, door wie en hoe is in de mist van de geschiedenis teloorgegaan. Het is echter wel zeker dat er in het neolytische tijdperk, ooral 4000 v. C. al van reguliere wijnproduktie sprake was en wat is een decennium in een periode van zesduizend jaar? Nooit zijn er grote aaneengesloten wijnbouwgebieden geweest; de druiven groeien overal op de eilanden en het vasteland als onderdeel van de Helleense cultuur. Tot vrij kort geleden werden de Griekse wijnen voornamelijk in het eigen land gedronken, een enkele uitzondering als Samos daargelaten. De restsina, de harswijn heeft het wel tot grote bekendheid gebracht, maar de uitvoer ervan is nooit een succes geworden. Gemakkelijk is de laatste eeuw niet geweest voor de Griekse wijnbouw; de phylloxcra (druifluis)-ramp, twee wereldoorlogen en een burgeroorlog zorgen nu eenmaal niet niet voor een ideale ambiance.

Er heerst een uitgesproken landklimaat met ’s zomers uitbundige zonneschijn en ’s winters barre tot zeer barre temperaturen, die wat getemperd worden door de nabijheid van de zee. De grond is kalkrijk, vaak rotsachtig. Wat ook bijdraagt tot het individuele karakter van de Griekse wijn zijn de eigen druiven, die nergens anders groeien. Zoals de witte Assyrtiko in Athos, de Robola in Cephalonia en de rode Agiorgitiko uit Nemca, de Xinomavro uit Naoussa en de Mavrodaphne uit alweer Cephalonia. Op beperkte schaal zijn ook uitheemse druiven aangeplant, zoals de Cabernet-Sauvignon, de Merlot, de Chardonnay en de Sauvignon. In overleg met de Europese regelingen zijn er twee klassen: de tafelwijnen en die uit een bepaald herkomstgebied, de VQPRD-categorie.

Omdat Griekse wijn al sinds de oertijd met de plaats van afkomst wordt aangeduid, claimen de Grieken ongeveer de uitvinders van het AOC-systeem te zijn. Bewaarwijn is er als Reserve met een minimum-opslagtijd van twee jaar voor de witte en drie jaar voor de rode, en de Grande Reserve, waarvoor de witte minstens drie en de rode vier jaar moeten worden gelagerd.

Misschien bespoedigd door de toetreding van Griekenland tot de Europese Gemeenschap, zijn er de laatste jaren ingrijpende moderniseringen waar te nemen. De pionierswijnen Carras aan de Cotes de Militton, ten zuiden van Tessaloniki zijn al langer bekend. Mooi tot voortreffelijk, maar allerminst goedkoop. Ook elders is men aan de gang met roestvrij staal, Frans eiken, Amerikaanse technieken. De voortreffelijke rode Hatzimichalis – zou die naam niet voor de export wat aangepast ke worden? Je gaat niezen als je de bestelling formuleert – zou ruim veertig gulden moeten kosten. Zeker value for money, maar in dat prijsgebied hebben op zeker spelende Nederlandse kopers andere kandidaten. Wat Maggie McNie ons deze middag liet proeven, acht witte, elf rode, een zoete (Samos) was over het algemeen van eenvoudiger klasse, meest nog niet in ons land verkrijgbaar. Sommige waren dat wel in Engeland, waar ze bij supermarkten voor omgerekend – 6 tot – 9 in de schappen liggen. Generaliserend: redelijk tot goed, geschikte tafelwijnen, maar nieuwkomers in een al zeer zwaar prijsgebied.

Reageer op dit artikel