nieuws

Bruikbaar onderzoek vergt goede opzet en draagvlak

bouwbreed Premium

De goede opzet van het onderzoek naar de kwaliteitszorg in de Nederlandse gww- en groenvoorzieningssector is reden dat branche-organisaties aan de uitvoering daarvan hebben bijgedragen. De medewerking van deze organisaties bij het informeren van de leden omtrent het onderzoek is reden van de ongekend hoge respons van de leden op de onderzoeksvragen van maximaal 98,3%. De resultaten zijn daarmee goed bruikbaar.

Dat blijkt uit een gesprek met directeur ir. J.J. Kloosterman van Organisatie Adviesburo Kloosterman uit Hengelo en M.A. van Hagen, student bedrijfskunde aan de Rijksuniversiteit Groningen en voor de duur van het onderzoek in dienst van adviesbureau Kloosterman. Het onderzoek is gedaan als onderdeel van het afstudeerwerk van Van Hagen die zijn studie dit najaar officieel met succes hoopt af te ronden.

Het onderzoek is gedaan op initiatief van Kloosterman. Aanleiding was de onduidelijkheid over de rol van kwaliteitszorg in de verhouding tussen opdrachtgever (directievoerder) en aannemer die uit de ervaring van het inmiddels ruim twee jaar praktizerende adviesbureau naar voren kwam. De activiteiten van het bureau zijn gericht op het verlenen van ondersteuning aan het management bij organisatie-ontwikkeling in het bijzonder in de aannemerij. Om goed te ke adviseren hoe bij de betrokken partijen, zowel intern als extern, tot goede afstemming over kwaliteitszorg ke komen moet de huidige stand van zaken bekend zijn. Gesprekken konden Kloosterman die niet voldoende duidelijk maken.

Mei vorig jaar besloot Kloosterman onderzoek te laten doen. Voor uitvoeren van onderzoek is de hulp ingeroepen van de Rijksuniversiteit Groningen. Met afstudeerder M.A. van Hagen is nagedacht hoe het onderzoek aan te pakken.

Voorwaarde voor bruikbare resultaten is een breed draagvlak van het onderzoek. Om dat te krijgen is contact gelegd met branche-organisaties van opdrachtgevers, directievoerders en opdrachtnemers. Deze ke de leden aanschrijven met een dringend verzoek vooral medewerking aan het onderzoek te verlenen, zo redeneerden Kloosterman en Van Hagen.

Overtuigen

De benaderde branche-organisaties reageerden in eerste instantie terughoudend op uitvoeren van weer een kwaliteitsonderzoek. Een toelichting op het onderzoeksvoorstel kon betrokkenen echter overtuigen van de onderscheidende aspecten waardoor dit onderzoek anders zou zijn dan andere qua opzet, voorbereiding en uitvoering. Enkele hebben gesponsord. Dat zijn de NVWB (Nederlandse Vereniging van Wegenbouwers), VAGWW (Vereniging van Aannemers in de Grond-, Weg- en Waterbouw) en VHG (Nederlandse vereniging van Hoveniers en Groenvoorzieners). De ONRI (Orde van Nederlandse Raadgevende Ingenieurs) en NVTL (Nederlandse Vereniging voor Tuin- en Landschapsarchitectuur) zegden hun steun toe. Al met al het gewenste brede draagvlak.

De respons is uitzonderlijk goed geweest. Bij de leden van de NVWB lag dat op een bij onderzoeker Van Hagen bijna ongekend percentage van 98,3. Voor de VAGWW lag dat op 81,2. De respons bij VHG bedroeg 58%. De ONRI scoorde 41,2 %. Het onderzoek dat nu is afgerond heeft bij elkaar een half jaar geduurd.

Geen beleid

Het onderzoek kost adviesbureau Kloosterman geld ondanks de spronsorbedragen geld, beaamt directeur Kloosterman. Dat is echter goed besteed. De doelstelling was om bruikbare informatie over de eigen markt te verwerven om daarop de eigen advisering te ke afstemmen. Die is nu bekend. Bovendien zijn de resultaten ook beschikbaar voor de leden van de betrokken organisaties. Het rapport gaat naar 1000 tot 1500 bedrijven. Kloosterman is ervan overtuigd dat uit die groep opdrachten voor zijn bureau gaan voortkomen.

Naar aanleiding van het onderzoek vindt Kloosterman dat “opdrachtgevers meer de rijen moeten sluiten en een algemeen beleid moeten formuleren over kwaliteitszorg”. Dit als gevolg van de vele vraagtekens in een tabel uit het onderzoek met een overzicht van wat opdrachtgevers in de toekomst van aannemers in de Nederlandse gww- en Groenvoorzieningssector zullen vragen cq. eisen. Het gros van de opdrachtgevers hebben geen beleid geformuleerd over ISO, VCA. en BS 7750 (milieu). Er is wat dat betreft dan ook geen sprake van afstemming.

Van Hagen laat weten dat men bij de VNG wel meer lijn wil krijgen in de eisen voor kwaliteitszorg bij aannemers. De VNG denkt echter dat dit niet te structureren is. De gemeenten vormen de grootste groep opdrachtgevers in Nederland. De groep is voor eenduidig beleid inzake kwaliteit volgens Van Hagen te groot en te divers. “Eindhoven is erg ver, maar Tietjerkstradeel is nog nergens wat kwaliteitszorg betreft.”

Reageer op dit artikel