nieuws

Cao’s kennen steeds meer lage loonschalen

bouwbreed Premium

In cao’s is de aandacht voor het laagste segment van de arbeidsmarkt aan het toenemen.toegenomen. Op dit moment komen in 42 cao’s van de 133 onderzochte grotere akkoorden afspraken voor over de onderkant van het loongebouw. Deze 42 cao’s hebben betrekking op gemiddeld 43% van de cao-werknemers. Het gaat om cao’s die gedeeltelijk in 1993, in 1994 en in 1995 zijn ingegaan.

In de in 1993 afgesloten cao’s golden specifieke maatregelen voor de onderkant van de arbeidsmarkt voor 9% van de werknemers onder deze cao’s. Voor de in 1995 ingegane cao’s is dit opgelopen tot 82% van de cao-werknemers.

Dat blijkt uit de eerste rapportage van de Inspectiedienst van het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid over de ontwikkeling van de arbeidsvoorwaarden in cao’s in 1995.

Nieuwe schalen

Minister Melkert heeft de rapportage aan het parlement aangeboden, alsmede aan de Stichting van de Arbeid en de Sociaal-Economische Raad. De meeste afspraken (20 van de 42) gaan over de invoering van nieuwe schalen tussen het wettelijk minimumloon en de laagste loonschaal. Daarnaast zijn er tien afspraken gemaakt over de verlaging van de laagste loonschaal door uitbreiding van het aantal treden aan de onderkant of door verlaging van het bedrag van de laagste trede.

Van veel akkoorden is nog niet duidelijk op welk niveau het laagste bedrag van de nieuwe loonschaal komt te liggen. In 13 van de 42 akkoorden is het laagste bedrag gelijk aan het wettelijk minimumloon.

De akkoorden over nieuwe loonschalen zijn vaak gericht op specifieke doelgroepen, onder andere langdurig werklozen, allochtonen en vrouwen. In dertien van deze twintig akkoorden gaat het om de invoering van aanloopschalen. Dit zijn schalen die doorgaans voor een periode van een jaar van toepassing zijn op de nieuw aan te nemen werknemers.

In de cao’s wordt vooralsnog niet concreet gestalte gegeven aan het scheppen van nieuwe functies.

Wel wordt bij de afspraken over de invoering van nieuwe loonschalen aandacht besteed aan de functies en het functieniveau, zonder dat er evenwel uitdrukkelijk sprake is van het creeren van nieuwe functies.

Flexibilisering

Tot nu toe zijn van 70 grotere akkoorden de loongegevens voor geheel 1995 bekend. Deze akkoorden zijn gezamenlijk van toepassing op 2,2 miljoen werknemers (54%) die onder grotere cao’s vallen. De gemiddelde loonstijging van deze cao’s voor 1995 bedraagt 1,3%. In de 27 akkoorden die in 1995 tot stand zijn gekomen, komt de loonontwikkeling gemiddeld 1% hoger uit dan in de akkoorden voor 1995 die reeds in 1994 zijn gesloten.

Uit de eerste verkenning blijkt verder dat er tot nu toe in cao’s behoorlijk wat aandacht is besteed aan flexibilisering van de arbeid. In 17 van de 70 onderzochte akkoorden voor 1995 wordt voor het gehele personeel of voor een deel van het personeel (op termijn) de werkweek verkort al dan niet gecombineerd met een vierdaagse werkweek.

Andere elementen zijn flexibele invulling van de wekelijkse arbeidstijd, aan- of verkoop van vakantie- en/of ADV-dagen door individuele werknemers en verlaging van toeslagen voor het werken op niet regelmatige uren of bijzondere dagen en studies.

Reageer op dit artikel