nieuws

Bouw wil eenduidige regels voor duurzaam bouwen

bouwbreed

De bedrijfstakorganisaties in de uitvoerende bouw streven naar een leidraad voor de bouwpartijen die bestaat uit concreet te treffen maatregelen voor het duurzaam bouwen op gebouwniveau. Een dergelijk basispakket kan tevens als kader voor duurzaam bouwen worden meegegeven aan controlerende instanties. Op die manier ontstaat een uniforme landelijke regeling, waardoor de huidige tendens naar regionale en plaatselijke oplossingen als convenanten tot het verleden kan behoren. De Stichting Bouwresearch (SBR) coordineert de samenstelling en gaf DHV AIB opdracht het bijbehorende onderzoek te verrichten.

Een landelijk toepasbaar basispakket duurzaam bouwen gaat volgens ir. H. Vingerling en ir. G. Mars van de SBR meer partijen aan dan alleen de uitvoerende bouw. Voor de begeleiding van de samenstelling nodigde de SBR ter zake kundigen uit van de VNG, BNA, ONRI, NWR, NCIV, ROZ/NEPROM, AVBB, NVOB, NVTB en de SEV. Het initiatief voor de leidraad komt van AVBB en NVOB. Het ligt in de bedoeling het pakket eind juni te ke presenteren. De SBR financiert het onderzoek terwijl ook de SEV een financiele bijdrage toezegde. Het onderzoek bestaat vooral uit een inventarisatie van de bestaande publikaties over duurzaam bouwen en een analyse van reeds bestaande basispakketten. Mede aan de hand daarvan moet een landelijk basispakket duurzaam bouwen voor de sector B en U tot stand komen. De opzet maakt het mogelijk keuzes voor materialen of produkten op basis van gelijkwaardigheid te maken. Aan dit landelijke instrument ke de bouwpartijen overeenkomstig de inhoud van het NMP+ duurzaam ontwerpen en uitvoeren. Een regelmatige aanvulling en herziening moet de inhoud actueel houden. Het ligt in de bedoeling op termijn een soortgelijk instrument voor de utiliteitsbouw te presenteren.

Overeenkomsten

Het MBB presenteerde volgens Vingerling en Mars tot op heden nog geen eenduidig model voor duurzaam bouwen. De komst van praktisch bruikbare milieumaten laat vooralsnog op zich wachten. Lagere overheden zoeken om die reden naar eigen oplossingen om het duurzame bouwen in praktijk te ke brengen. Dat gebeurt door aan de hand van voorwaarden overeenkomsten te sluiten met bijvoorbeeld bouwbedrijven die in de regio werken. Een voorbeeld daarvan biedt het basispakket duurzaam bouwen van het Stadsgewest Den Bosch. Een dergelijke ontwikkeling veroorzaakt communicatieproblemen op poniveau. Ook kan het tot vertragingen in de voorbereiding leiden en de indruk van oneerlijke concurrentiebedingingen wekken. Die gang van zaken laat het begrip duurzaam bouwen verwateren en zorgt voor de komst van steeds meer regels. Het verbod of de beperking voor bepaalde produkten wordt niet onderbouwd en biedt in het ergste geval tegengestelde meningen over duurzaam bouwen.

Milieuzorg

De SBR publiceerde inmiddels de brochure ‘Integrale milieuzorg voor grotere bouwbedrijven'(*). Dit jaar dient onder andere de bedrijfstak bouw volgens Vingerling een begin te maken met milieuzorg. De overheid laat de uitvoering van dit beleid voor het overgrote deel over aan de bedrijven. De brochure gaat in op duurzaam bouwen en op de wijze waarop milieuzorg tot stand kan komen. De nadruk ligt op de rol van de verschillende partijen in het bouwproces. Het bouwbedrijf dient vooral architecten en ontwerpers tijdens de voorbereiding van een po te wijzen op de aspecten van duurzaam bouwen. De publikatie kan in deze de weg wijzen.

De aannemer kan in bouwteamverband een niet onbelangrijke invloed uitoefenen op het ontwerp. Het komt volgens Vingerling echter nogal eens voor dat architecten en ontwerpers een plan voorstellen waaraan weinig kan worden veranderd. Het vooroverleg dient om die reden voldoende ruimte voor aanpassingen te bieden. Bij openbare aanbestedingen blijven voor de bouwer weinig mogelijkheden over rekening te houden met een milieubewuste uitvoering. Het blijft evenwel te overwegen naast de besteksinschrijving een alternatief met een milieuparagraaf in te dienen. Tijdens de werkvoorbereiding kan het bouwbedrijf met het stellen van voorwaarden onder meer de hoeveelheid vrijkomend afval beperken. Daarnaast is het zinvol een voorcalculatie te maken van de te verwachten afvalstromen. Nacalculatie en evaluatie levert dan inzicht op in de werkelijke afvalstromen.

Evalueren

De uiteindelijke milieubelasting van de uitvoering en het gebouw hangt voor een groot deel af van de bereidheid die het personeel op de bouwplaats toont om mee te werken aan de vermindering. De indeling van de bouwplaats moet daarbij voldoende plaats bieden aan bijvoorbeeld containers voor afvalscheiding. Goede afspraken met onderaannemers en toeleveranciers over milieubewust handelen ke volgens Vingerling veel frustraties bij het eigen personeel voorkomen. Tijdens en na de oplevering is het zinvol de genomen milieumaatregelen te evalueren met de opdrachtgever, de architect en andere betrokkenen. De verbeterde resultaten moeten voor iedereen inzichtelijk worden zodat de motivatie om verder te gaan blijft bestaan. Boven alles geldt dat een milieubewuste aanpak neerkomt op een leerproces dat vele jaren in beslag kan nemen.

(*)’Integrale milieuzorg voor grotere bedrijven: opstap tot implementatie’; publikatie 342; nadere inlichtingen verstrekt de SBR via telefoon 010-4123528/4117276 en fax 010-4130175.

Reageer op dit artikel