nieuws

Toen hier… over hongerwinter en bevrijding

bouwbreed Premium

Aanbellen bij de fotograaf A. Windrig, Wehrmachtskommandant dr. Hans Schroder, of bouwer Alphonsus de Vilder. In het Amsterdams Historisch Museum is een straat nagebouwd waar de bezoeker kan binnengluren in dertig Amsterdamse huiskamers tijdens de hongerwinter.

De straat is onderdeel van de tentoonstelling Toen hier…, over de hongerwinter en bevrijding in Amsterdam. Het is meer dan een plaatselijk evenement: de expositie schetst niet alleen het Amsterdamse leven aan het eind van de oorlog, maar de hoofdstad staat model voor alle grote steden in de nog niet bevrijde gebieden. Binnengluren bij Walter Janssens bij voorbeeld, een Jeugdstormopperkompaan met een grote liefde voor de muziek. Volk en Vaderland ligt nog op tafel. De fiets van Cornelis Roovers staat nog binnen. Cornelis fietste zich dagelijks een ongeluk in de huiskamer, maar via de dynamo die hij met een nikkelijzeraccu op zijn licht had aangesloten, had hij dan tenminste nog wat licht.

De klas van juffrouw Pauw lijkt nog maar net verlaten. De kinderen maakte tekeningen, ze liggen nog op de tafeltjes. “Tijdens de Hongerwinter kwam er niet veel van lesgeven. De kinderen kwamen zo nu en dan nog naar school omdat ze met z’n allen naar de gaarkeuken gingen. Ze liepen dan in optocht, rammelend met hun pannetjes en lepels. Soms vielen er kinderen flauw van de honger”, vertelt juf op het lichtpaneeltje bij haar klas.

Ook revuester Willy Walden is in de straat te vinden. Hij trad op in een onverwarmd en door fietsdynamo’s verlicht City-theater en zong daar ‘Als op het Leidseplein de lichtjes weer eens branden gaan’. Geklapt werd er nooit, want de toehoorders zaten met handschoenen aan. Er werd dus maar op de grond gestampt om het enthousiasme voor de Sleeswijk-revue kenbaar te maken. Buiten gaat de tentoonstelling verder. Op het binnenplein is er aandacht voor het leven in het algemeen. Er is een complete stellage gebouwd met allerlei foto’s; straatbeelden: mensen die met hout slepen, wachtende rijen, feestende mensen en tanks. Sommige foto’s doen denken aan beelden uit Ethiopie en Somalie. Het is nauwelijks voorstelbaar dat deze foto’s nog maar een halve eeuw geleden in Nederland zijn gemaakt. De teksten erbij zijn eenvoudig en duidelijk van deze tijd. De tanende opinie van het absolute en dus onjuiste “wij zijn goed en zij zijn fout”, is ook hier niet meer te bespeuren.

Tegelijk hoort de bezoeker originele fragmenten van radio-uitzendingen uit Londen: “Hitler is dood. Een glorierijke dood was het niet. Hij is gestorven in het uur van de nederlaag en de schande van Duitsland.” Frank Sinatra volgt: “A hot time in the city of Berlin, when the yanks come marching in.”

Ook ‘de gang door de hongerwinter’ is indrukwekkend. De tijdbalk met uitspraken en foto’s begint met ‘Het is stil op straat, de meeste herrie maken de fietsen zonder banden en een enkele moffenauto’ en eindigt met ‘Duitsland is gecapituleerd, overal vlaggen, maar de groene politie rijdt nog door de straten. Alleen de vlag met hamer en sikkel mag niet uithangen.’

Direct daarachter staat draaiorgel het Snotneusje. Het orgel stond op de Dam, toen op 7 mei de mensen bijeenstroomden om de bevrijding te vieren. Uit het gebouw ‘de Grote Club’ op de hoek van de Kalverstraat klonken schoten. Duitsers openden het vuur op feestvierende mensen. Op foto’s is te zien hoe mensen beschutting zochten achter het draaiorgel. Vanaf 7 mei zal het orgel iedere donderdag draaien tussen 12.30 en 13.00 uur.

Toen hier… is tot en met 3 september te bezoeken in het Amsterdams Historisch museum aan de Kalverstraat 92.

Reageer op dit artikel