nieuws

‘Aanleg Betuwelijn dringt in hoge mate’

bouwbreed Premium

“De aanleg van de Betuwelijn is een strategische beslissing en strategische beslissingen zijn gebaseerd op visie. Strikt op rendement laat deze lijn zich niet meer aanleggen; die benadering is verlaten toen de milieumiljarden in het po aan hun opmars begonnen. Wat moet moet. Maar de politiek zal er nu toch eindelijk voor moeten zorgen dat ook werkend Nederland de moed erin kan houden.”

Dat zei voorzitter mr. G.J. Doeksen van de Havenondernemersvereniging SVZ op het Havencongres 1995 in Rotterdam. Nu de besluitvorming over aanleg van de Betuwelijn in een beslissend stadium is gekomen, benadrukte Doeksen nog eens het belang van dit railinfrastructuurpo voor de concurrentiepositie van de Rotterdamse haven.

Hij wees er op dat de Duitse havens in samenwerking met de Duitse spoorwegen (Deutsche Bundesbahn, DB) “op weg zijn naar superioriteit in de kwaliteit van de achterlandverbindingen.” Daarom dringt volgens hem “de aanleg van een adequate spoorverbinding in Nederland in hoge mate.”

Duitsland staat bovendien aan de vooravond van de introductie van een hoge snelheidsnet (120 km) van spoorverbindingen: “Met laat vertrek uit de haven en vroege aankomst in het achterland, van en naar de Duitse havens.”

Met verve

Doeksen stelde vast dat Duitse havens niet anders ke dan zich orienteren op het spoor. “Maar ze doen dat met zoveel verve dat Nederland daar, met zijn aan het einde van zijn groeimogelijkheden zijnde wegvervoer en met zijn locatiegebonden Rijn, in feite te weinig tegenover stelt.” Voor de oplossing van het (toekomstige) mobiliteits- en positioneringsvraagstuk is volgens hem “de superioriteit van het spoor een gegeven.”

Hij beklemtoonde verder dat de Europese, maar met nog grotere intensiteit de Zwitserse, Oostenrijkse onverbiddelijk en nog meer de Duitse vervoerspolitiek, “zich steeds grotere (financiele) inspanningen getroosten voor modal-split veranderingen in het goederenvervoer.”

Nederland loopt volgens hem daarbij “het risico zich te profileren tot een – bij de buurlanden op den duur zelfs agressie oproepende – risee in vervoersvraagstukken.”

Onderschatting

In feite is naar zijn mening in de Nederlandse politiek sprake van “een onderschatting van de veranderingsdrift met betrekking tot het goederenvervoer in Europa” en van “naiviteit met betrekking tot de inschatting van de gevolgen ervan.” Het niet aanleggen van de Betuwelijn is volgens Doeksen “een keuze tegen Europa en tegen het wegvervoer.”

Overigens wees hij de kritiek van de DB van de hand dat in Rotterdam onvoldoende railinfrastructuur zou liggen: “Voor een verdubbeling of een verdrievoudiging van de huidige hoeveelheid in Rotterdam overgeslagen goederen ligt er nu in Rotterdam ook al meer dan voldoende infrastructuur. En wanneer die hoeveelheid verder wordt uitgebouwd komt er ook meer capaciteit voor het spoorvervoer.”

Reageer op dit artikel