nieuws

Onderscheid hoofd- en onderaannemer blijft gehandhaafd Eisen Vestigingswet na interventie verscherpt

bouwbreed Premium

Het ministerie van EZ heeft besloten in de komende vestigingswetgeving de eisen voor timmer- en metselbedrijven, die ook bouwconstructief bezig willen zijn, te verscherpen. Zowel het AVBB als overkoepelende organisatie van hoofdaannemers als de FAANB als belangenbehartiger van nevenaannemers zeggen blij te zijn met deze beslissing.

Er is in de voorbereiding om te komen tot een nieuwe Vestigingswet, die op 1 januari volgend jaar van kracht wordt, heel wat werk verzet om de indelingen van ondernemingen – en daarmee de eisen die aan deze bedrijven moeten worden gesteld om de werkzaamheden legaal te ke uitvoeren – op een voor branches juist niveau te krijgen.

Van het viertal niveaus dat wordt gehanteerd, blijkt voor wat de bouwnijverheid en aanverwante branches betreft het elektrotechnisch installatiebedrijf het hoogst te zijn ingedeeld.

Daarna volgen in niveau C, waarvoor behalve algemene ondernemersvaardigheden ook aanvullende eisen van bedrijfstechniek gelden, het bouwbedrijf en de installateurs.

Op niveau B bevonden zich in het concept-Vestigingsbesluit 23 bedrijfsuitoefeningen waarvoor slechts eisen van algemene ondernemersvaardigheden gelden. Daarbij waren ook het metsel- en timmerbedrijf ingedeeld.

Elementair

Het metselbedrijf mag daardoor vanaf 1 januari 1996 metselwerk uitvoeren voor zover dit de elementaire delen van een bouwwerk op het gebied van de b en u betreft. Timmerbedrijven mogen op de bouwplaats dan betonbekistingen timmeren en stellen, alsmede profielen of deur- en raamkozijnen stellen dan wel vloeren of kappen vervaardigen voor zover het houtwerk betreft.

Om nu te voorkomen dat een geheel bouwwerk aan een ondernemer met een B-vergunning zou ke worden opgedragen, was in het concept-besluit een artikel opgenomen waaruit valt op te maken dat wanneer zowel metsel- als timmerwerk zou worden uitgevoerd, het betreffende bedrijf over een C-vergunning zou moeten beschikken als ware het bedrijf hoofdaannemer.

SER-advies

De Sociaal Economische Raad gaf in zijn advies van december vorig jaar te kennen dit maar een kwakkelige constructie te vinden en suggereerde, mede op aandrang van zowel het AVBB als de FAANB eenvoudigweg te besluiten dat wanneer gespecialiseerde aannemers op B-niveau werk van bouwconstructieve aard zouden willen uitvoeren, zij over een vergunning op C-niveau zouden moeten beschikken.

Recent heeft het ministerie van EZ die suggestie overgenomen. Voor alle duidelijkheid stelt mr. drs. Sepers, directeur Ondernemerschap en Midden- en Kleinbedrijf van het ministerie van EZ in een brief aan het AVBB nog:

“Dit betekent dat de bedrijfsmatige bouwkundige activiteiten van het timmerbedrijf en het metselaarsbedrijf vergunningsplichtig gesteld zullen worden op het C-niveau. Met andere woorden: voor deze activiteiten zal een vergunning noodzakelijk zijn als voor het bouwbedrijf.” Duidelijk moet het voor iedereen zijn dat zolang geen bouwkundige activiteiten worden uitgevoerd een vergunning op B-niveau voldoende is.

Allemaal blij

De Federatie van Aannemers in de Afbouw- en Nevenbedrijven van de Bouwnijverheid (FAANB)

liet eerder al weten een dergelijk besluit van EZ toe te juichen “zodat metsel- en timmerbedrijven op volwaardige wijze zouden ke deelnemen aan het economisch verkeer”.

Het AVBB daarentegen ziet in dit besluit niet zozeer een werkverruiming voor een deel van de metsel- en timmerbedrijven als wel een afbakening van werkterrein voor hoofdaannemers en onderaannemers.

Oneerlijke concurrentie door timmer- en metselbedrijven, die volgens het oorspronkelijke concept-Vestigingsbesluit gemakkelijk als hoofdaannemer zouden ke gaan optreden, is hiermee voorkomen, aldus deze koepel van organisaties van uitvoerende bouwbedrijven.

Reageer op dit artikel