nieuws

Met Bouwstoffenbesluit is in praktijk niet te werken

bouwbreed Premium

Bij het ministerie van VROM denkt men de definitieve tekst van het Bouwstoffenbesluit in april in het Staatsblad te zullen publiceren. De regelgeving in het besluit is ingewikkeld. Het is maar de vraag of er in de praktijk mee te werken valt. Duidelijkheid en helderheid over de – te verwachten – inhoud van deze algemene maatregel van bestuur is gewenst.

In het Bouwstoffenbesluit worden de milieuhygienische randvoorwaarden vastgelegd, waaraan grond en bouwstoffen moeten voldoen om te worden toegepast. Na publikatie zal het in de periode tot 1998 gefaseerd in werking treden. Dat zo zuinig mogelijk moet worden omgegaan met grondstoffen is tegenwoordig een algemeen aanvaard gegeven. In het Nationaal Milieubeleidsplan is daartoe gebruik van alternatieve materialen of opnieuw benutten van al gebruikte materialen opgenomen. Daarvoor dient het milieu-effect, op langere termijn, bekend te zijn van materialen die op of in de bodem worden gebruikt. In de definitieve versie van het Bouwstoffenbesluit wordt naar de beste huidige inzichten rekening gehouden met bescherming van de bodem en het oppervlaktewater en het ondersteunen van hergebruik.

Economische belangen

De ministeriele Uitvoeringsregeling die bij het besluit hoort, ligt nog voor beoordeling in Brussel. Als de Europese Unie geen moeilijkheden met de regeling heeft, zal het besluit als de uitvoeringsregeling nog in april van dit jaar worden gepubliceerd in het Staatsblad en de Staatscourant. Opstellen van het besluit heeft dan ruim tien jaar in beslag genomen. De regelgeving moet gestoeld zijn op technische haalbaarheid en wetenschappelijke grondslagen. Er moet rekening worden gehouden met economische belangen. Dat heeft tijd nodig. Desondanks komt er een moment dat overheden en bedrijfsleven helderheid over inhoud en werking van het besluit verlangen.

Gebruiker

Voor wat betreft de stichting CUR is dat moment nu al aangebroken. De instelling uit Gouda heeft de publikatie ‘Onderweg naar het Bouwstoffenbesluit’ gepubliceerd, die is toegesneden op de toekomstige gebruiker van het besluit. Het rapport is in CUR-verband tot stand gekomen en is begeleid door vertegenwoordigers uit overheid en bedrijfsleven.

Uitgangspunten worden duidelijk verwoord. Begrippen zoals interventiewaarden, grenswaarden en streefwaarden voor de beoordeling van gehaltes aan chemische stoffen die in bodem, grond- en oppervlaktewater en waterbodem voorkomen, worden helder uiteengezet.

Eigenlijk bestaat het Bouwstoffenbesluit uit niets anders dan regels en procedures. Sommige zijn dat werkelijk: het juridisch aspect komt sterk naar voren en de argeloze lezer wordt met de neus op plichten en verantwoordelijkheden gedrukt. Een aantal bepalingen heeft meer het karakter van “zo gaan we het in het vervolg doen.”

Nodeloos ingewikkeld

Uitbrengen van de publikatie door de CUR is door drs. J.C. Blankert, vice voorzitter Vereniging VNO-NCW, met instemming begroet. Het Bouwstoffenbesluit is naar zijn mening een nodeloos ingewikkelde en zware regelgeving. Daarom is het niet zeker of het resultaat in de bouwpraktijk wel hanteerbaar zal zijn. De poging van de CUR om het besluit te vertalen in iets waar de bedrijfskolom ten minste mee aan de slag kan, is verheugend.

Blankert vraagt zich af welke milieuproblemen met het Bouwstoffenbesluit eigenlijk worden opgelost. Zolang het gaat om traditionele bouwstoffen in gebruikelijke toepassingen heeft men dit besluit niet nodig. “Maar de overheid heeft een tamelijk complex besluit opgesteld, waarin moeilijk tot zeer moeilijk wordt gedaan over bouwstoffen die al sinds mensenheugenis op en in de bodem worden gebruikt, zonder dat we overspoeld zijn door saneringsgevallen.”

Er is voor het Bouwstoffenbesluit maar een bestaansreden te vinden, meent Blankert. Dat is het creeren van duidelijkheid en eenduidigheid. Alle partners in de bouw zij gebaat bij duidelijkheid over het toepassen van bouwstoffen in de bodem. Dat geldt vooral voor nieuwe bouwstoffen en nieuwe toepassingsvormen. Er is een toetsingskader nodig dat goed bruikbaar is en waarmee bezien kan worden of een bouwstof in een bepaalde toepassing verantwoord is. Of het Bouwstoffenbesluit de gewenste duidelijkheid biedt, moet de praktijk nog leren. Blankert is daar niet gerust op, mede gezien de complexiteit van het besluit.

Heldere hoofdlijnen

Het grote belang van een publikatie, zoals die van de CUR, wordt ook onderschreven door door drs. A. Deelen van het ministerie van VROM. Bedacht moet echter worden dat het Bouwstoffenbesluit niet geschikt is om te dienen als richtsnoer voor het dagelijks praktisch handelen in de bouw. Het besluit omvat heldere hoofdlijnen, gevat in juridische termen, die zijn toegeschreven op het wetgevingsproces en niet op participanten in het bouwproces. De publikatie van de CUR biedt een praktische vertaalslag voor de mensen in de bouwpraktijk naar wat nu wezenlijk voor hen van belang is in het besluit.

Het Bouwstoffenbesluit biedt duidelijke milieuhygienische randvoorwaarden bij het hergebruik van afvalstoffen.

Reageer op dit artikel