nieuws

Kozijn moet beter op gevel aansluiten

bouwbreed Premium

De Vereniging van Kunststof Gevelelementenfabrikanten (VKG) hoopt in september een studie te ke presenteren inzake een materiaal-ongebonden concept voor kozijnaansluitingen. Het onderzoek begon in november 1994.

Het po moet leiden tot een betere aansluiting van kozijnen op de gevel. In het verlengde daarvan ontstaan betere condities voor kozijnrenovaties en voor afvalpreventie tijdens de levensduur van de kozijnen en de aansluitende geveldelen. De Stichting Bouw Research (SBR) voert dit onderzoek uit in opdracht van de VKG, de Vereniging Metalen Ramen en Gevelbranche (VMRG) en de Nederlandse Bond van Timmerfabrikanten (NBvT). De totale kosten belopen om en nabij f. 122.000 exclusief btw.

Vergeleken met andere geveldelen gaat een kozijn volgens directeur drs. W. de Ruijter van de VKG betrekkelijk kort mee. Dat brengt reparaties en vervanging(en) met zich mee. De huidige aansluittechnieken zorgen ervoor dat de ingrepen de aansluitende bouwdelen beschadigt en dat het oude kozijn verloren gaat. De werken vergen veel arbeid, leveren een ongewenste hoeveelheid afval op en tasten vaak de architectonische kwaliteit aan. De wijze van montage speelt een uitermate belangrijke rol. Een woning vergt, in de periode dat deze meegaat, zo’n drie tot vier keer aanpak van de gevel.

Uniform

De VKG, VMRG en NBvT laten de SBR de mogelijkheden van een uniform kozijn onderzoeken. Met behulp van dit po willen de drie bedrijfstakken tot toepassing komen van demontabele kozijnen. Een dergelijk kozijn vermindert door afvalpreventie en hergebruik tevens de milieubelasting. Het onderzoek moet volgens De Ruijter de benodigde veranderingen aangeven in plaatsing, bevestiging en afdichting op de aansluitende geveldelen. Voorts moeten er voorwaarden komen voor de praktische toepassing van de nieuwe aansluittechnologie en dient er inzicht te komen in de voordelen die de betrokken bouwpartijen ermee ke boeken.

Ook utiliteitsbouw

Oplossingen die het buitenland gebruikt, laten zich volgens De Ruijter niet zonder meer in Nederland toepassen, omdat hier andere eisen worden gesteld dan in bijvoorbeeld Belgie en Duitsland. Het resultaat moet algemene instemming vinden en tegemoet komen aan de wensen van aannemers en architecten en van de industrie.

Boven alles moet het om werkbare oplossingen gaan, die niet alleen op de tekentafel kloppen. De nadruk ligt niet op het vinden van een nieuw bouwsysteem, maar op een doorbraak in de bestaande bouwwijze. Op die manier ontstaat er een oplossing die in de nieuwbouw en in de renovatie terecht kan. Het gaat hierbij niet alleen om de woningbouw, maar zeker ook om de utiliteitsbouw. Het onderzoek laat zich mede om deze redenen vergelijken met het zoeken naar het ei van Columbus.

Het onderzoek krijgt ook subsidie van de NOVEM omdat het zich voor een deel richt op het hergebruik van materiaal. Dat laatste aspect speelt volgens De Ruijter in de sector kunststofkozijnen een steeds belangrijker rol. Te denken valt aan het inzamelsysteem waarmee de vereniging de leden tegen betaling garandeert gebruikte kozijnen terug te nemen. Die worden nadien hergebruikt en dit betekent dat er geen resten PUR aan mogen zitten.

Op de rubberen strippen na vinden de delen van een kunststof kozijn een nieuwe toepassing. De inzameling is evenwel op een tamelijk vroeg moment mogelijk gemaakt waardoor het nog weinig in praktijk kwam, omdat er nog nauwelijks sprake is van een vervangingsmarkt. De VNG adviseerde de aangesloten gemeenten inmiddels het hergebruik van kunststof kozijnen verplicht te stellen in de model-sloopvergunning. Het afval dat bij de produktie ontstaat, gaat opnieuw het proces in.

Zeven keer

Een kozijn uit kunststof met een KOMO-certificaat gaat gemiddeld ruim vijftig jaar mee. Het materiaal laat zich volgens De Ruijter zo’n zeven keer opnieuw gebruiken. De verantwoordelijkheid voor de keuringen ligt bij het KIWA, terwijl TNO regelmatig beproevingen en controles uitvoert. Nederland boekt in deze aanzienlijke resultaten en bezet daarmee in Europa een belangrijke plaats. Een voorbeeld daarvan biedt de Europese normstelling voor profielen van ongeplastificeerd PVC die opgaan aan de constructie van gevelelementen, kozijnen, ramen en deuren. Het eerste deel gaat in op de eisen en beproevingsmethoden voor witte en lichtgekleurde profielen, het tweede op die voor gekleurde profielen.

Reageer op dit artikel