nieuws

IPO wil meer vaart in sanering bodem brengen

bouwbreed Premium

Het Interprovinciaal Overleg (IPO) wil voorrang geven aan bodemsaneringen op Vinex-locaties. Het rijk moet de bevoegdheden in deze overdragen aan de provincies. Ook bepleiten de provincies vereenvoudiging van de bestaande regels, om zo stagnatie bij de sanering te voorkomen.

De overeenkomst VROM/IPO stelt de voorwaarden voor de uitvoering van de Vinex. Voor de sanering van de bodem liggen knelpuntgelden gereed, waarmee de woningbouw op deze terreinen wordt gegarandeerd. De zogeheten FES-gelden, toegezegd in de overeenkomst VROM/IPO, maken tot en met 1998 de noodzakelijke saneringen mogelijk.

Wanneer FES- en knelpuntgelden niet voldoende financiele ruimte bieden komen ook andere Vinex-gelden voor locatiesubsidies in aanmerking voor saneringen. Het IPO wil de saneringen op de Vinex-locaties onderzoeken en begeleiden en gezamenlijk de knelpunten oplossen die de uitvoering in de provincies vertragen.

Gezag

De saneringsregeling van de Wet bodembescherming versterkt het bevoegde gezag van de provincies en de vier grote steden. Naast het uitvoeren ke de provincies ook maatregelen treffen en bevoegdheden laten gelden. Te denken valt aan de kwaliteitsborging van saneringen, het nemen van juridische stappen en het sturen van saneringen.

Het probleem van de bodemvervuiling blijft onvoldoende te beheersen en te voorspellen. De oorzaken daarvan liggen in de onbekendheid over de omvang van de vervuiling, de gang van zaken omtrent het verhalen van saneringskosten op derden en de ontwikkeling van het beleid voor de sanering.

De aanbevelingen die de commissie Welschen deed brengt de voorgestelde decentralisatie dichterbij. De minister van VROM zegde bij de behandeling in de Tweede Kamer van het rapport toe de mogelijkheden daarvoor te overwegen.

Het IPO wil dat het rijk zich terughoudender opstelt en de provincies het milieubeleid laat uitvoeren. Anders dan voorheen dienen de provincies dan achteraf verantwoording af te leggen. Mede daardoor kan een integrale benadering vorm krijgen. Deregulering moet niet alleen de onderlinge verhouding tussen de overheden kenmerken, maar ook de relatie tussen de overheid en het bedrijfsleven. Dat vraagt een versterkte eigen verantwoording van de bedrijven. De gevolgen van deze aanpak voor de vergunningverlening en de handhaving moeten dit jaar duidelijk worden.

Prioriteiten

Dit jaar maakt het IPO verder werk van de prioriteitstelling voor grote gevallen en van de vrijwillige bodemsanering. Andere activiteiten zijn het schoonmaken van vervuilde terreinen in provinciaal beheer en het opstellen van een draaiboek voor ongewone gevallen.

Verder is het IPO betrokken bij activiteiten die het rijk opzet, maar die ook voor de provincies van belang zijn. Het gaat hier onder meer om de hoofdlijnen van het beleid inzake de bescherming en de sanering van de bodem en het standpunt van het kabinet over de financiering van de bodemsanering.

Informatiesysteem

Tussen 1996 en 1998 zoekt het IPO met VROM en de grote steden naar een informatiesysteem en stelt een handreiking voor een bodemrisicodocument op. Met nutsbedrijven, de NS en de PTT worden afspraken gemaakt over saneringen. Verschillende oplossingen voor sanering en beheersing moeten er voor zorgen dat het grootste milieurendement ontstaat. Voorts moet er een oplossing komen voor situaties waarin saneringen haaks staan op het voornemen verdroging te bestrijden.

Reageer op dit artikel