nieuws

Flexibilisering werktijd verdeelt de geesten

bouwbreed Premium

Voor de een is het een zegen, voor de ander een vloek. Flexibilisering: op maat gesneden werktijden die een combinatie van arbeid en zorgtaken mogelijk maken of “een verkapte herinvoering van de zesdaagse werkweek”? Een 24-uurseconomie, die arbeiders opnieuw knecht of de mogelijkheid voor vrije werknemers om werk en prive op elkaar af te stemmen? Het is “een fenomeen”, daar is iedereen het over eens.

Moderne produktiemethoden vereisen een soepele arbeidsorganisatie. Ondernemers voelen een steeds grotere behoefte om snel en adequaat op de vraag uit de markt in te spelen. Een voor honderd procent uit vaste werknemers samengesteld personeelsbestand en torenhoge toeslagen voor werk in de avonden of in het weekeinde horen daar niet bij.

Lenigheid, soepelheid, wendbaarheid. Werkgevers slagen er keer op keer in beter klinkende eufemismen te verzinnen voor hun wens werknemers flexibel in te zetten.

Variaties

Daarbij gaat het niet alleen om bijvoorbeeld werknemers met een aanstelling voor bepaalde tijd. Het gaat ook om variaties in de duur van de werkweek en om dienstroosters die inspelen op pieken en dalen in de produktie.

Prof.dr. R. Tissen, hoogleraar personeelwetenschappen aan de universiteit Nijenrode, is verklaard voorstander van flexibeler arbeidsverhoudingen. Vasthouden aan het ‘huidige economische keurslijf’ leidt tot het verlies van nog meer werkgelegenheid aan Zuidoostaziatische en Zuideuropese landen, vreest hij.

Tissen verbindt wel twee voorwaarden aan zijn pleidooi. Hij vindt dat niet alleen de arbeid(stijden), maar ook de beloning geflexibiliseerd moeten worden. Hij bepleit een flink variabel deel in het salaris naast het vaste deel van het inkomen.

Een variabel deel dat echt afhankelijk is van de prestatie en van het resultaat van de onderneming. Dat mag oplopen tot 20 tot 30 procent van het vaste deel. Mensen ke dan duidelijk zien wat hun bijdrage is aan het resultaat, wat hun toegevoegde waarde is. Een tweede voorwaarde betreft de rol van de overheid, die een stimulerend beleid zou moeten voeren. Tissen denkt daarbij aan fiscale vrijstellingen voor het prestatie-gerelateerde of resultaatafhankelijke deel van het salaris. Ook opleidingen zouden belastingtechnisch interessanter ke worden gemaakt.

Tweederangs

Hoogleraar bedrijfsorganisatie en arbeidsverhoudingen aan de universiteit van Amsterdam, prof.dr. W. Buitelaar, is aanmerkelijk minder enthousiast dan Tissen. Hij vreest de sociale consequenties van een 24-uurseconomie en ziet een scheuring ontstaan tussen vaste en tijdelijke arbeidskrachten, de opkomst van een soort tweederangsarbeiders met een sterk gereduceerde rechtszekerheid en een hoge werkdruk.

Bovendien, zo betoogt Buitelaar, heeft verhoging van de toegevoegde waarde met meer te maken dan kostenreductie die vaak aan flexibilisering ten grondslag ligt. Te denken valt aan het kwaliteitsstreven, vernieuwing en verbetering van het produkt en verbetering van het management en de marketing.

Het voordeel van de huidige flexibilisering is volgens Buitelaar dat arbeidstijdverkorting weer nadrukkelijk op de agenda staat.

Naast bezwaren van principiele aard ziet Buitelaar ook praktische bezwaren van variabele werkweken en soepele roosters. Plannen moeten nu eenmaal worden uitgevoerd.

Tissen ziet vooral een psychologisch gewenningsproces. Mensen moeten eraan wennen dat zij altijd moeten ke werken. Misschien met een uitzondering voor de zondag als ankerpunt in de week.

‘Wij-gevoel’

Uit onderzoek blijkt ook dat mensen flexibel willen werken. De vraag is alleen wat er tegenover staat. Over het eventuele verlies van de band tussen bedrijf en werknemers denken de hoogleraren verschillend. Buitelaar vreest het verlies van de bedrijfscultuur – het “wij-gevoel” – en ziet vaste werknemers de steeds zwaardere last dragen van de opleiding van steeds weer nieuwe werknemers.

Tissen vindt dat grote groepen werknemers alleen geinteresseerd zijn in de mate waarin zij toegevoegde waarde ke leveren.

*) D.J. Godfroid is redacteur van het ANP.

Reageer op dit artikel