nieuws

Evaluatie Bouwprognoses 1994 Opleving bouw heeft labiel karakter

bouwbreed Premium

De geloofwaardigheid van bouwramingen van instellingen zoals CBS, CPB, EIB en VROM boet in zodra gekekene wordt naar de onderlinge enorme verschillen. Een evaluatie van de uitkomsten van de bouwprognoses 1994 en de prognoses voor 1995.

Verleden jaar is een inventarisatie gemaakt van ramingen voor de ontwikkelingen op de bouwmarkt in 1994 van een aantal instellingen (Cobouw 15-2-’94).

Geconcludeerd werd toen dat de verwachtingen sterk uiteenlopen; van + 5% voor de B en U in de CBS raming, tot – 5 % voor deze grootheid in CPB raming. Tussen deze ramingen lagen de schattingen van het EIB en VROM met resp – 2 % en – 1,8%.

Ramingen zijn een instrument bij de planning van de bouwactiviteit voor de sector, de arbeidsmarkt en de ondernemingen. Bovengenoemde marges in de ramingen doen geen goed aan de geloofwaardigheid van de instellingen.

Nu de realisatie voor de burgerlijke en utiliteitsbouw in 1994 bekend is, is het interessant te bezien welke raming het dichtst bij de werkelijkheid ligt en wat hiervan de mogelijke oorzaak is. In tabel 1 zijn de ramingen van vorig jaar samengevat met in de laatste kolom een weergave van de nu bekende realisatie.

Bedrijfsgebouwen

In het commentaar op de cijfers in het artikel van vorig jaar werd een positieve ontwikkeling als door het CBS geraamd niet uitgesloten, zij het dat in de loop van 1994 de produktie van met name de vrije sector woningbouw, als gevolg van de lage rente, sterk zou moeten toenemen. Een positieve ontwikkeling bij de bedrijfsgebouwen werd gegeven de algemeen economische verwachtingen niet waarschijnlijk geacht.

Uit de realisatie in de laatste kolom, blijkt dat de werkelijke bouwproduktie de meest optimistische raming nog overtrof. De produktie in de B en U lag in 1994 6,4% boven het niveau van 1993. De daling bij de utiliteitsbouw was minder groot dan het CPB, EIB en VROM raamden; de stijging in de woningbouw overtrof alle verwachtingen, zelfs de zeer positieve van het CBS. Uit tabel 1 blijkt dat de opleving in de bouw geheel te danken is aan de nieuwbouw van woningen. Nadere analyse leert dat hierbinnen met name de koopsector sterk is toegenomen.

Labiel

De relatief lage rente, de ruimere kredietfaciliteiten(tweeverdieners), de structureel stijgende huren etc. hebben geleid tot een ongekende hausse in de koopwoningenmarkt zowel voor bestaande als nieuwbouwwoningen. De stijging van bijna 6,5 % van de bouwproduktie in 1994 is op zich als zeer positief te beschouwen, het feit dat deze stijging bijna geheel gebaseerd is op een opleving in de koopsector van de woningbouw, maakt deze opleving labiel.

Eind zeventiger jaren was het met name in dit onderdeel dat de bouwproduktie na jaren van grote bloei sterk daalde. Dit door rentestijgingen en inkomensverwachtingen die toen niet uitkwamen. Een groot gedeelte van de opleving in de koopsector wordt gefinancierd door leningen. Rente, inkomensgroei en verwachtingen spelen daarbij een belangrijke rol. Rentestijgingen, werkloosheid en dalend vertrouwen ke zowel bij aanbieders als vragers van leningen tot stagnaties in de koopsector leiden. Vooralsnog wijst uitgezonderd de iets gestegen rente niets op een herhaling van de ontwikkeling eind zeventiger jaren. Desondanks maakt de eenzijdigheid van de opleving op de bouwmarkt deze labiel.

Blijft de vraag of het CBS met haar raming van een stijging van de bouwproduktie met 5% in 1994, tegenover de forse dalingen die door de andere instellingen voorspeld werden, niet over betere indicatoren beschikt dan CPB, EIB en VROM. Het CBS pretendeert dat het betrekken van de ontwikkeling van de architectenportefeuilles tot eerdere signalen van oplevingen en inzinkingen leidt. De raming van de woningbouw zou dit bevestigen, helaas was de raming van een herstel van de “andere gebouwen” van het CBS het verst van de realisatie, zodat een eensluidende conclusie niet getrokken kan worden.

Prognoses

Voor 1995 zijn weer soortgelijke ramingen opgesteld, die zijn weergegeven in tabel II. In de tabel ontbreekt de raming van het CBS. Waarschijnlijk is de publikatie van het CBS in bepaalde kringen niet goed gevallen. Primaire taak van het CBS is het verzamelen van statistisch materiaal; de interpretatie daarvan zou tot de taken van anderen behoren.

Wat de prognose voor 1995 zelf betreft kan gesteld worden dat de onderlinge verschillen minder zijn dan vorig jaar. Alle instanties voorzien een groei van de bouwproduktie, varierend van 3 tot 3,8 %. De groei zal evenals in 1994 met name bepaald worden door voortzettende toename van nieuwbouw van woningen. Hoewel de bouwvergunningen daartoe geen aanleiding geven verwachten alle instellingen weer een herstel van de produktie in de utiliteitsbouw.

Bron: CPB: Macro-economische verkenningen’94, EIB:De verwachtingen van de bouwproduktie en werkgelegenheid in ’94, VROM:Bouwprognoses ’93-’98, CBS:Vooruitzichten voor de Bouwnijverheid in ’94. Realisatie ’94: CBS.

Bron: CPB:Macro-Economische Verkenningen 1995, EIB:De verwachtingen voor de bouwproduktie en werkgelegenheid in 1995, VROM: Bouwprognoses 1994-1999.

Reageer op dit artikel