nieuws

Wilma-directeur Spelbos over malaise in U-bouw: ‘De markt zal uiteindelijk het schip keren’

bouwbreed Premium

Welke grote aannemer stapt als eerste uit de utiliteitsbouw? Deze vraag houdt menig bouwer bezig. De markt is zo slecht dat men nauwelijks nog iets verdient aan het neerzetten van kantoren. “Uiteindelijk zal de markt het schip keren”, is de mening van Thijs Spelbos, directeur Wilma Utiliteitsbouw. Een gesprek met deze moeizaam zwoegende utiliteitsbouwer over de toekomst van zijn bedrijf.

Wilma Utiliteitsbouw heeft een zware en vervelende periode achter de rug. De bouw van kantoren, winkelcentra en bedrijfshallen dragen namelijk al drie jaar niet meer bij aan de winst van het totale bouwconcern. De bestuurstop heeft na een heftige discussie, “gaan we door of stoppen we”, besloten er niet uit te stappen. Eigenaar/directeur Maas vindt het onderdeel “een wezenlijk onderdeel van het beleid.”

De organisatie had echter nog de omvang uit de periode van de goede tijden. Het mes ging in het bedrijf en het overtollige vet werd weggesneden. Begin dit jaar is de totaal vernieuwde organisatie operationeel geworden. Het komt hierop neer dat van de bestaande vestigingen in Den Haag, Eindhoven en Amsterdam een select aantal ‘technische koppen’ naar een centraal punt in Nieuwegein zijn gehaald.

De vestigingen in het land bestaan alleen nog uit bouwplaatspersoneel en commerciele mensen. In Maastricht blijft de situatie bij het oude vanwege de afgelegen positie van de vestiging. De omzet van de nieuwe organisatie schommelt rond de f. 200.

Geen vetpot

“Het hele proces is opgezet om de algemene kosten (AK) naar beneden te brengen, maar ook om ons te wapenen tegen de grillige markt. De hoge AK zorgde ervoor dat de winsten die we maakten op de poen werden opgesnoept”, zegt Spelbos in zijn tijdelijke kantoor in Den Haag.

“De slankere organisatie is in staat om over 1995 weer een bescheiden resultaat te boeken. De orderportefeuille is tot half 1996 goed gevuld. De kwaliteit van de poen is goed. Alleen voor het technisch gecompliceerde po van de Sint Maarten Kliniek in Nijmegen is een reservering getroffen.”

Spelbos beaamt dat het geen vetpot is met deze activiteiten. “De marges zijn flinterdun en de toekomst van de kantorenmarkt ziet er niet echt positief uit.”

In rust legt hij uit dat men ondanks de slechte markt toch een positie wil blijven behouden. “Een aannemer met deze omvang ( f. 1,5 miljard omzet) kan niet alleen steunen op een activiteit, het ontwikkelen en bouwen van woningen. Daarnaast is het uit financieel/economische overwegingen veilig om deze activiteit te hebben. Je kunt dan schommelingen in de andere sector beter opvangen.”

Wilma Utiliteitsbouw wordt steeds vaker door dochter Wilma Vastgoed ingeschakeld bij het realiseren van binnenstedelijke poen. In bestaande en nieuwe stadskernen moeten niet alleen woningen neer worden gezet, maar steeds vaker winkels en kleinschalige kantoren. Ceramique Maastricht is een po waar de u-bouwers actief zijn. “Daarom stoppen we er niet mee.”

Met enige trots vult Spelbos aan dat de utiliteitsbouw van zijn bedrijf wel voor de uitstraling zorgt, waaraan de zeer winstgevende woningbouw nauwelijks kan tippen “Zonder denigrerend te zijn, hebben onze woningbouwers gigantisch veel plezier van de poen die opvallen, zoals het VROM-ministerie en het stadhuis in Den Haag.”

Geen cijfers

Het probleem waarmee Spelbos en zijn concurrenten kampen, is het gebrek aan betrouwbaar cijfermateriaal voor de langere termijn. Het gemis aan degelijk cijfermateriaal speelt de sector parten. De snelle verandering van de u-markt heeft de aannemerij verrast omdat de beschikbare cijfers een dergelijke snel val niet aangaven.

“Maar ik steek ook de hand in eigen boezem. We hadden nog eerder in moeten grijpen. Maar je weet hoe het gaat. Een probleem doet zich altijd voor bij de buren en niet bij jou. We hoopten dat met kleine bijsturingen de organisatie wel zou veranderen.”

Een troost voor Spelbos is dat hij niet de enige u-bouwer is die het moeilijk heeft. Grote bedrijven als HBM, NBM-Amstelland Utiliteitsbouw en Bam gingen hem voor in het aanpassen van de organisatie en volgens marktkenners zullen er nog vele volgen.

Aan verbreding van de u-bouwactiviteiten wordt voorlopig door Wilma niet gedacht. NBM heeft de bui zien hangen en heeft vele miljoenen geinvesteerd in het betreden van de markt voor afvalverbranding, waterzuivering en de industrie.

Spelbos: “Industriele bouw zit er niet in. We hebben er wel over nagedacht, maar de kosten om een toonaangevende positie in te nemen zijn gigantisch. Het duurt jaren voordat je dat hebt terugverdiend en weer is er onrust in de tent.”

Houding

Het proces van onttakeling van de utiliteitsmarkt wordt versneld door de opstelling van de opdrachtgevers. Deze zien dat de branche werkelijk op alles ingaat. “En tot mijn stomme verbazing bouwen ze het nog ook”, liet eens een opdrachtgever zich ontvallen.

In het nummer van 20 januari in Bouwbelangen trekt VGBouw-voorman en directeur HBM, Chris Sas, van leer tegen deze ontwikkeling. ‘Opdrachtgevers ke niet straffeloos bedrijven op kosten jagen’.

“Maar we moeten wel”, zegt Spelbos zichtbaar ontevreden. “Je hebt toch een relatie en die wil je niet verstoren. Het probleem zou al minder zijn als er minder bouwers zouden zijn. Teveel kleine en middelgrote aannemers zijn op de markt actief en pakken tegen afbraakprijzen projecten aan. Dat straalt ook door naar ons. Ons u-bouwbedrijf heeft een marktaandeel van nog geen 1 procent en dan behoren we tot de grotere. Als industrie zijn we daarom moeilijk een vuist te maken.”

Spelbos is realistisch en strijdvaardig. “Als Wilma wapenen we ons tegen prijskopers. Kwaliteit willen we leveren dan alleen kan je het redden, maar niet tegen elke prijs.”

Reageer op dit artikel