nieuws

Provincie Rotterdam belast met uitvoering Vinex

bouwbreed Premium

De vorming van een stadsprovincie Rotterdam blijft zonder gevolgen voorhet Vinex-uitvoeringscontract dat het rijk met het stadsgewest heeft gesloten. De rijksbijdrage in de bouw van de 53.000 woningen in de regio, bijna f. 2,7 miljard, zal worden uitgekeerd aan de nieuwe provincie. Deze zal voor de verdere verdeling van het geld en de uitvoering van het akkoord zorg moeten dragen.

Dat stelde staatssecretaris Van de Vondervoort (Binnenlandse Zaken) desgevraagd bij de presentatie van een tweetal wetsvoorstellen, die speciaal zijn opgesteld voor de vorming van de stadspovincie Rotterdam.

De twee wetten voorzien in de instelling van een stadsprovincie voor het gehele Rijnmondgebied per 1 januari 1997. Per diezelfde datum wordt de gemeente Rotterdam opgeheven en opgesplitst in tien kleinere gemeenten.

Volgens Van de Vondervoort is de nu gezette stap onvermijdelijk. “De stad Rotterdam is te klein om de regionale problemen, onder andere op het gebied van verkeer en vervoer en de ruimtelijke ordening, op een goede manier aan te pakken, en te groot om de problemen op wijkniveau adequaat aan te pakken.”

In de nieuwe opzet krijgt de stadsprovincie (gevormd door 45 Statenleden en 6 gedeputeerden) daarom de verantwoordelijkheid voor de voorzieningen van regionaal en bovenlokaal belang. Dan gaat het bijvoorbeeld om de ontwikkeling van grootschalige infrastructuur en van grote bouwlocaties, het grondbeleid, openbaar vervoer, en grootstedelijke recreatieve en culturele voorzieningen.

Havengebied

Het op deze terreinen te voeren beleid moet worden geformuleerd in een Integraal Strategisch Plan, dat de provincie in overleg met de gemeenten moet opstellen.

De gemeenten in de provincie zijn verantwoordelijk voor zaken als het vaststellen van de bestemmingsplannen, het verlenen van bouwvergunningen en de verdeling van de beschikbare woonruimte. Uitzondering vormt het Rotterdamse havengebied, waarover de zeggenschap bij de provincie is gelegd.

Met betrekking tot de volkshuisvesting wordt eenzelfde werkwijze nagestreefd. De hoofdlijnen van beleid worden door de provincie in samenspraak met de gemeenten vastgelegd in een volkshuisvestingsplan; de gemeenten zijn verantwoordelijk voor de ontwikkeling en uitvoering van woningbouwlocaties, woningverbetering, stadsvernieuwing, woningtoewijzing en lokaal grondbeleid.

Financien

Nieuw is dat het provinciebestuur de zeggenschap heeft gekregen over de verdeling van de beschikbare financiele middelen uit Provincie- en Gemeentefonds over provincie en gemeenten in het gebied. Dit was een taak van het rijk.

Een noviteit is ook dat de heffing van de onroerende zaak-belasting is gesplitst. De gemeenten heffen OZB over het woningbezit, en de provincie heft de OZB over het overige onroerend goed, dat in het bezit is van bedrijven. De maatregel mag niet leiden tot lastenverzwaring.

Ten slotte krijgt de provincie het beheer over de verstrekte locatiesubsidies, woninggebonden subsidies en de stads- en dorpsvernieuwingsgelden.

Staatssecretaris Van de Vondervoort zei ervan overtuigd te zijn dat met de bestuurlijke structuur waar nu voor is gekozen deze problemen wel ke worden opgelost. “Rotterdam staat klaar voor de 21ste eeuw”, aldus Van de Vondervoort. “Het woord is nu aan de Tweede Kamer.”

Positief

De gemeente Rotterdam, het stadsgewest OOR en de provincie Zuid-Holland hebben overwegend positief gereageerd op de wetsvoorstellen van Van de Vondervoort en minister Dijkstal van Binnenlandse Zaken. Burgemeester Peper van Rotterdam sprak zelfs van een “voorbeeld van wetgeving die je historisch zou ke noemen”.

De Rotterdamse wethouder Kombrink wees wel nog op een aantal lacunes in de wetten. Zo ontbreekt een adequaat instrumentarium voor de provincie om gemeenten te dwingen mee te werken aan de uitvoering of aanleg van “overlastgevende activiteiten”.

Bovendien is het toezicht op woningcorporaties, die op regionaal niveau actief zijn, niet geregeld. Kombrink vindt dat dit wel moet gebeuren: “Het bovenstedelijk volkshuisvestingsbeleid moet door de stadsprovincie gevoerd ke worden.”

Bestuurder M. Jansen van het stadsgewest wees vooral op de splitsing van de onroerende zaak belasting als mogelijk probleem voor de toekomst. “Er is een rare scheiding aangebracht tussen bedrijven en woningen, zeker als je bekijkt wat de consequenties ke zijn”, aldus Jansen.

OZB

Volgens hem moet de uitvoering van het Vinex-akkoord ten dele uit de opbrengst van de OZB worden gefinancierd. Door de OZB op woningen te laten innen door de gemeenten bestaat het gevaar dat zij dit geld voor andere doeleinden bestemmen, en zich niet meer verantwoordelijk voelen voor de woningbouwtaakstelling van de provincie. Jansen pleit er daarom voor alle OZB-opbrengsten te laten innen door de provincie.

Reageer op dit artikel