nieuws

Minister De Boer kan belofte niet waarmaken Veilige dijken niet binnen een jaar te realiseren

bouwbreed Premium

De verwachting dat binnen een periode van een jaar iedereen veilig achter de rivierdijken kan zijn, is absurd. Een dijkversterkingsprogramma dat loopt van 1990 tot 2008 al in 1996 afronden is niet mogelijk. Het versnellen van procedures kan echter wel bijdragen tot eerder uitvoeren van verzwaringen op trajecten waaraan al hoge prioriteit is toegekend.

Dit zegt H. Bijnsdorp van de Vereniging van waterbouwers in Bagger, Kust- en Oeverwerken (VBKO) in een reactie op uitlatingen van minister De Boer. Die zei maandag de veiligheid voor mensen achter de dijken binnen een periode van 1 jaar te ke garanderen.

In het rivierengebied moet ongeveer 600 km dijk worden versterkt. Dat is volgens Bijnsdorp in een periode van een jaar niet te doen. Ook niet als procedures worden versneld en de bestekken klaar zouden zijn.

Voor een beperkt aantal werken zou de capaciteit bij de Nederlandse aannemers best toereikend zijn. In Europa is volgens hem misschien wel voldoende capaciteit beschikbaar, “maar daar ontbreekt het in het algemeen aan de specifieke kennis die noodzakelijk is bij het werken aan dijken”.

Dijkversterkingen werden tot in 1994 uitgevoerd door de waterschappen met subsidie van rijk en provincie op basis van een planning, waarin veiligheid en gevolgschade van overstromingen zijn gecombineerd. In 1994 is de verantwoordelijkheid voor de rivierdijken een zaak geworden van de provincies. Daarbij wordt in beginsel dezelfde planning bij gebruikt, met dijkvakken met hoge prioriteit vooraan.

Artikel 66

Minister De Boer is er van overtuigd dat de vertragende inspraak- en milieuprocedures voor de “werkelijk noodzakelijke” dijkverzwaringen terzijde moet worden geschoven. Dat kan door middel van het in werking stellen van artikel 66 Wet op de Ruimtelijke Ordening. Door dit artikel kan juist die stroperige besluitvormingsprocedures worden omzeild.

Immers, dit artikel kan worden toegepast “op waterstaatswerken waarvan de onmiddellijke uitvoering door het bevoegde waterstaatsgezag nodig wordt geoordeeld om dringend en dreigend gevaar tegen te gaan of vermeerdering van geleden schade te voorkomen”, zo luidt de officiele wettekst .

Volgens De Boer moet het in de ontstane noodsituatie duidelijk zijn dat de aandacht voor natuurwaarde bij dijkversterkingen nu niet kan prevaleren boven de veiligheid van de getroffen burgers. Dat wil in de visie van de minister echter weer niet zeggen dat “de zorgvuldigheid uit het oog moet worden verloren”.

Afwikkeling

Vandaag zullen premier Kok en de betrokken ministers De Boer, Jorritsma en Dijkstal praten over de watersnood. Minister Dijkstal van Binnenlandse Zaken informeerde eerder deze week al de Tweede Kamer over de financiele afwikkeling van de wateroverlast. De Tweede Kamer buigt zich morgen over de overstromingen.

Premier Kok pleitte gisteren voor een ‘deltaplan’ voor de bescherming tegen het overstromingsgevaar van de Nederlandse rivieren. Er bestaan al vele plannen, zo zei de premier, en procedures en financiele bezwaren mogen de uitvoering daarvan niet meer in de weg staan. “Wat in redelijkheid te doen is, moet ook gedaan worden”, aldus de minister president Kok.

In navolging van eerder gedane uitspraken van minister Jorritsma benadrukte ook Dijkstal dat de financiering voor het ophogen van de kades, genoemd in de Commissie Boertien II door de regering wordt gegarandeerd. Daarbij gaat, aldus Dijkstal, de regering uit van de uitgaven voor kades en bijbehorende kwelwater-voorzieningen van – 68 miljoen, zoals Boertien dit heeft voorgerekend.

Overigens tekent de minister van Binnenlandse Zaken hierbij wel aan dat de waterschappen in eerste instantie verantwoordelijk zijn voor de aanleg van de kades. “Dit houdt in dat het rijk garant staat voor die kosten van de waterschappen die niet gedekt worden door (eigen) bijdragen van waterschappen, gemeenten en provincie of niet op andere wijze worden gedekt.”

De Unie van Waterschappen dringt er bij minister Jorritsma op aan snel met een dijkverbeteringsprogramma te komen. Volgens de Unie moet er in totaal nog een slordige 560 kilometer aan rivierdijken worden verbetert. “Hiervan is een substantieel deel zo slecht dat de veiligheid van de bewoners in gevaar is.”

Snelle uitvoering van de dijkversterkingsplannen zal echter nog de nodige voeten in de aarde hebben. Zo hebben de Waterschappen in Limburg volgens hoofdambtenaar van het Waterschap Roer en Overmaas “geen vierkante centimeter grond in eigendom om dijken langs de Maas te bouwen”.

Kosten

Voor het aanleggen van 62 km kades in de werkgebieden van het Waterschap Roer en Overmaas en Peel en Maas is, bij een breedte van 10 meter van de voet van de dijk, ruim 60 ha nodig. Kosten van de aanleg wordt door het Waterschap geraamd op – 70.000.000. “Ik zou niet weten waar we die vandaan moeten halen”, zegt de woordvoerder van het schap.

De grond waarop de dijken gebouwd moeten worden is eigendom van grindbedrijven en particulieren, meestal agrarische bedrijven. Onteigening voor het aanleggen van waterkeringen vergt echter te veel tijd. Het is volgens het schap de vraag of het instellen van Artikel 66 soelaas biedt.

Gelderland

De provincie Gelderland heeft laat weten de prioriteiten voor dijkversterkingen te hebben vastgelegd in een ‘Gelders rivierenplan met uitvoeringsprogramma’. Hierin zitten de moeilijke stukken vooraan. Het gaat om poen van een kilometer of 15 tot 20. Maar wellicht biedt het voordelen om de zaak nog grootschaliger aan te pakken. Ook kan gedacht worden aan het opzetten van een pobureau dat in een keer de dijkverbeteringen doet. Afstemming van zaken door de vijf provincies die verantwoordelijk zijn voor versterkingen van rivierdijken is in deze gewenst. “Maar de tijd die mogelijk heen gaat met nog meer overleg is er voor Gelderland niet meer”, aldus een provinciewoordvoerder.

Gelderland wil de eigen problemen met de rivierdijken direct oplossen. Het liefst in overleg, maar wel direct.

De uitlatingen van minister de Boer heeft drs. P.P.A.I. van der Kaaij, algemeen secretaris van de Vereniging Aannemers Grond-, Water- en Wegenbouw (VAGWW) opgevat als het willen oplossen van de knelpunten in uitvoeren van dijkversterkingen op trajecten waar men zich zorgen om maakt. Daar zou in zijn visie binnen een jaar best iets aan te doen zijn.

Reageer op dit artikel