nieuws

GEB verrekent geen inkomstenderving

bouwbreed Premium

In het verlengde van de nationale isolatiecampagne rees de vraag of een verlaging van het energieverbruik niet tot een hogere rekening van het GEB zou leiden.

Immers, minder verkocht gas betekent minder inkomsten voor de Gasunie en de distributiebedrijven. Het leek niet ondenkbaar dat deze ondernemingen naar een compensatie zouden zoeken voor de inkomstenderving. Die discussie speelt tegenwoordig niet meer. De huidige gasprijs van f. 0,50 per kubieke meter is voldoende om besparingsmaatregelen kostenneutraal door te voeren.

Verhuurders stellen volgens energieconsulent E. Hasselaar van de Woonbond uit Amsterdam vaak dat huurders weinig belangstelling tonen voor maatregelen die onder meer het energieverbruik verminderen. Daardoor vermindert voor een langere periode het uitzicht op aanpak.

Huurders menen op hun beurt dat de corporaties maar moeilijk tot verbeteringen te brengen zijn omdat zulke werken nu eenmaal geld kosten. Daarbij verkeert een individuele huurder vaak niet in een positie, waarin die bij de verhuurder maatregelen tegen bijvoorbeeld vocht en hoge stookkosten kan afdwingen.

Tegelijkertijd zien de bewoners hun rekening voor de huur en de servicekosten elk jaar toenemen. Verbeteringen leiden doorgaans tot huurverhogingen. De reden dat corporaties soms afzien van maatregelen omdat ze ook voor de taak staan een zeker bestand aan goedkope woningen aan te houden. Een slechter comfort wordt dan voor lief genomen.

Adviesbus

Om er achter te komen met welke tekortkomingen huurders te maken krijgen leende de Woonbond een adviesbus van de Novem en trok daarmee het land in. In een jaar tijd werden volgens Hasselaar op die manier 43 complexen bezocht. Huurders konden hun klachten in de bus kwijt tijdens het spreekuur.

Per complex voerde de organisatie bij zo’n vijf bewoners onderzoek in huis uit en spoorde daar de oorzaak van het ongenoegen op. Genoemd werden bouwkundige gebreken, het gebruik en de kwaliteit van verwarmingsinstallaties, de warmwatervoorziening en de ventilatie. Samen met de inspectie van het ketelhuis geeft een dergelijk onderzoek inzicht in de gang van zaken omtrent een complex.

Nadien volgt overleg met de verhuurder en een vertegenwoordiger van het energiebedrijf. De eerste kan daarbij op mogelijkheden en belemmeringen wijzen voor het verhelpen van de klachten en de aanzet geven tot het maken van een energieplan. Het verslag van de actie dient tevens als advies.

Deze wijze van aanpak betekent wel dat de Woonbond alleen daar komt waar bewoners zelf veranderingen wensen en daarvoor initiatief nemen. Dit jaar moet er meer lijn komen in de acties. Het ligt in de bedoeling grote corporaties te bezoeken en te praten met de energiebedrijven die die gebieden. In het laatste geval worden de plannen voor de komende jaren besproken en nagegaan of daarvoor subsidie beschikbaar komt.

Het uitvoeren van de inhoud van het convenant dat het rijk, de Woonbond en de koepels NWR en NCIV eerder sloten, vraagt vooral consultaties. In de afgelopen periode wisten de koepels en de Woonbond elkaar in deze volgens Hasselaar goed te vinden. Het schept de voorwaarden voor het stimuleren van energiebesparende maatregelen in huurwoningen.

Overleg en onderlinge afstemming moeten ideeen opleveren voor de toekomst van de overeenkomst. Mogelijk komt er vanaf 1996 een nieuw convenant voor een periode van twee of drie jaar. Dat wordt dan meer een overeenkomst voor duurzaam bouwen dan een energieconvenant. Wil men in 1996 met iets nieuws ke komen dan moeten de voorbereidingen deze zomer zijn afgerond.

Ketelhuis

Te denken valt aan onderwerpen als materiaalkeuze, de besparing van energie en water en de kwaliteit van het binnenmilieu. Zaken waarvoor nu al volgens Hasselaar veel aandacht bestaat. Aan de zijde van de huurders(organisaties) is dat minder het geval. Daar heerst de gedachte dat huurders niet of nauwelijks invloed ke uitoefenen op de keuze van verf en houtsoorten en op het voorkomen van pvc.

De Woonbond buigt zich verder over maatregelen voor de bestaande voorraad. Die staan niet los van maatregelen voor de nieuwbouw. Een woning wordt met de oplevering immers aan de bestaande voorraad toegevoegd.

De Woonbond onderzoekt met de Consumentenbond verder de gang van zaken omtrent de servicekosten. Veel aandacht gaat daarbij uit naar de stookkosten. In de praktijk wordt daarover informatie verzameld. Zo’n 500 tot 600 enquetes worden verwerkt. Per complex wordt getoetst of er veel of weinig moet worden betaald en waar de excessen liggen. Per complex volgt een analyse.

Wordt een ketelhuis en de bijbehorende inventaris afgeschreven en vervangen dan gaat het formeel gezien niet om een verbetering zodat geen huurverhoging volgt. Dat gebeurt wel bij een structurele verbetering wanneer vroegtijdige afschrijving plaats vindt of wanneer een ketel wordt vervangen door een HR-ketel. Wanneer een complex vijftig woningen telt betekent een investering van f. 50.000 een rekening van f. 1000 per huishouden wat neer komt op een verhoging van f. 10 per maand. Een alleszins te overkomen bedrag.

Reageer op dit artikel