nieuws

Fotografen betalen behoud Italiaanse cultuursteden

bouwbreed Premium

Beroemde Italiaanse steden strijden om het behoud van hun cultuurgoed. Vooral de gebouwde monumenten leveren een grote (financiele) zorg. Pers- en publiciteitsfotografen, moeten uitkomst bieden. Voor ieder fotootje, met commerciele doeleinden, van de Palazzo Ducale op het San Marco in Venetie moet minstens honderd gulden betaald worden. Italie heeft al een wet die deze bijzondere ‘fotobelasting’, mogelijk maakt. De gemeentebesturen van Venetie, Florence en Pisa zijn dit inmiddels aan het effectueren.

De cultuurgeschiedenis ligt in Italie nog steeds (gratis) voor het oprapen. Met de val van de lire is de toeristische belangstelling voor alle kerken, basilieken, torens en palazzo’s alleen maar toegenomen. Het onderhoud van de bezienswaardigheden en de infrastructuur vergt echter dermate veel geld, dat al jaren gezocht wordt naar een zakelijke oplossing. Om die reden vaardigde cultuurminister Ronchey al in 1993 een nieuwe wet uit, die het mogelijk maakt voor gemeenten om vergoedingen te eisen voor het gebruik van hun erfgoederen

Met de nieuwe wet in de hand, heeft de wethouder van cultuur in Venetie het voortouw genomen. De bestuurder laat iedere beroepsfotograaf nu al bij het Palazzo Ducale aan het San Marco-plein honderd gulden betalen. Een reclamefilmpje kost een kleine duizend gulden per draaidag. Het betreft hier in eerste instantie opnamen met commerciele doeleinden. Als reactie op dit voornemen is Italie in rep en roer: waar leidt dit toe? Vertegenwoordigers van diverse steden met culturele bezienswaardigheden vliegen elkaar in de haren. Bovendien komt door het invoeren van deze nieuwe wet veel cultuurleed extra schrijnend aan het licht.

Zo kampt men in Verona met een arena waar de operatechniek te veel materieel aan het cultuurgoed bevestigt, zodat het amfitheater ongeveer op instorten staat. De gemeente Pisa weet dat na de restauratie van de beroemde scheve toren komend jaar miljoenen gasten voetje voor voetje een nieuwe verzakking te weeg gaan brengen.

De stad Florence staat al jaren gedeeltelijk in de steigers. Zodra de monumenten zijn schoongemaakt, kan men opnieuw beginnen. De groeiende aantallen toeristen dragen tevens bij aan

de verkeersstroom en de (lucht)vervuiling die de gevels van de monumenten aantast. Bovendien zou het toerisme ook op andere manieren schade toebrengen aan kerken en musea.

In Venetie is de nood het allerhoogst. Met per jaar zo’n acht miljoen wandelaars in de nauwe straatjes ziet men de gebouwen vervallen. Daar komt nog eens bij dat de stad steeds verder onder het toelaatbare waterpeil zakt. Voor dat gigantische probleem wordt op korte termijn nog geen oplossingen aangedragen; in de eerste plaats door de financiele consequenties.

De problemen in culturele steden zoals Venetie, Florence, Pisa en Verona zijn exemplarisch voor Italie. Wethouder Gianfranco Mossetto van Venetie gaat nu als eerste zijn onderhoudsbudget spekken met de ‘fotobelasting’. Mossetto heeft overigens nog geen afgerond kader voor het controleren van de fotografen.

“Uiteraard gaan we de ingang van het Palazzo Ducale bewaken. Men zal ook voor het binnenwandelen van de gangen moeten betalen.” Mossetto stelt zich voor dat wie de gevel van het vooraanstaande paleis filmt voor een reclamespotje waarin een ander produkt centraal staat, evenals diep in de buidel moet tasten. Binnenkort zou dat weleens voor alle belangrijke punten in de stad ke gaan gelden. Het controlesysteem hierop – de toezichthouders ter plaatse alsmede de controleurs die alle buitenlandse publikaties moeten nagaan – zou weleens meer geld ke kosten dan de nieuwe wet opbrengt.

Van dat probleem is vooral het gemeentebestuur in Florence zich bewust. Al jaren bereidt men hier een systeem voor dat een evenwicht voorstaat tussen gastvrijheid voor de toerist en het laten betalen door de grote bedrijven die gebruik maken van de schoonheid in de stad.

Cultuurvertegenwoordiger Pier Luigi Ballini ziet voor Florence voorlopig een oplossing. “De betaling van copyright op het fotomateriaal moet steviger aangezet worden. De uitgevers dienen te betalen. Tot nog toe gaat het geld naar de fotograaf, de artistieke weergave. De gemeente moet daar een deel van vorderen, zonder dat toeristische gidsen onbetaalbaar worden. We gaan dit binnenkort uitproberen met de boekwinkel bij de Palazzo Vecchio die deze maand open gaat.”

Gemeentebesturen van steden als Napels, Lucca en Pisa denken er hard over om de aanzet van Venetie te volgen. De gemeentebesturen overwegen in de eerste plaats om de commercie aan te pakken. Veel reclamespots van autofabrikanten als Fiat en Porsche, alsmede de Japanse filmpjes met de toren van Pisa als achtergrond, hebben de stekels overeind gezet. Vooral nadat er recent een fotomodel uit de kleren ging voor een kathedraal, kreeg men de indruk dat Jan en Alleman de gemeentelijke rijkdom met voeten treedt zonder er iets voor terug te geven. Beide autofabrikanten hebben overigens al een aanzienlijk bedrag betaald voor het ‘gebruik’ van monumenten in hun publiciteit.

Claudio Minelli, de socialistische wethouder van Rome, is het helemaal niet eens met de beoogde aanpak van andere culturele steden: “Of de stad nu als achtergrond bij een koekjesreclame dienst doet, het blijft toch ook gratis publiciteit voor de stad”. De wethouder voegt er wel aan toe dat Rome weinig onderhoudsproblemen heeft en een ruim budget: zo’n f. 60 miljoen vorig jaar en f. 90 miljoen dit jaar.

Er moeten heel wat commerciele foto’s van het Colosseum worden gemaakt, wil men aan een dergelijk bedrag komen. En dat is precies het punt waar de tegenstanders, zoals de gemeente Perugia en Siena op wijzen: de nieuwe wet op cultuurgoed levert weinig geld op, wel een verkeerd visitekaartje in het buitenland en een enorme rompslomp.

Een stapje verder en de gewone toerist moet ook betalen voor zijn vakantiekiekje.

De wethouder voor culturele zaken van Perugia vertolkt de volksgevoelens kernachtig als hij stelt: “Als wij trots zijn op onze gebouwen en paleizen, moeten we zelf een oplossing zoeken om er goed voor te zorgen. We ke hier en daar best wat minder belangrijke cultuurerfenissen verkopen. Zo hebben wij in Perugia de Fontana Maggiore gerestaureerd met de opbrengst van enkele etsen, die in verhouding veel minder belangrijk waren voor de stad.”

Het valt te hopen dat de stellingname van bestuurders van steden als Rome, Siena en Perugia navolging vindt in de andere Italiaanse cultuursteden. Anders zit het San Marco straks vol met tekenaars die stiekem, net als in een rechtszaal, een schets van het Palazzo Ducale zitten te maken.

Reageer op dit artikel