nieuws

Architecten Cie

bouwbreed Premium

“De Architecten Cie is al jaren een bekend architectenbureau in Amsterdam. In het Nederlandse architectuurlandschap zijn wij zeer herkenbaar. Een opleiding tot bouwkundig ingenieur aan de faculteit der bouwkunde van de Technische Universiteit in Delft hebben wij gemeen. Twee van ons zijn daar inmiddels ook hoogleraar in het architectonisch ontwerpen. Bovendien vervullen wij hier en daar, diverse maatschappelijke functies.”

Bovenstaand citaat uit een folder begeleidt een tentoonstelling in het ABC Architectuurcentrum Haarlem. Zij is getekend door Pi de Bruijn, “als geen ander in staat om nieuwbouw op eigentijdse wijze te integreren met historische nieuwbouw”, Frits van Dongen, “bekend als veelbelovend jong architect”, Jan Dirk Peereboom Voller, “die zich ontwikkelde in de omgeving van de overheid waar hij enige tijd de functie van plaatsvervangend rijksbouwmeester vervulde” en Carel Weeber, “eerst hoogleraar en pas later architect”. Ook deze citaten zijn ontleend aan de presentatiebrochure van De Architecten Cie. Het roept herinneringen op aan de schetterende presentatie van een opperstalmeester in een circus vol idolen.

De dit schrijvende pr-functionaris blijkt een jaar of tien na oprichting nog knap onder de indruk. Er wordt precies datgene verhaald dat in architectenkringen werd verwacht toen het vroegere architectenbureau Ooyevaar, Stolle en Van Gool in de hoofdstad werd verjongd met het aantreden van Weeber en Van Dongen. De hoogglanzend gedrukte meededeling van het bureau, met vier heren in modieuze mantels, zette enerzijds de toon van een lichte zelfoverschatting, maar riep ook verwachtingen op van ‘het’ architectenbureau in de hoofdstad, op een tijdstip dat veel wat oudere meesters – waaronder Van Gool – zich teruggetrokken.

In het ABC in Haarlem (Groot Heiligland 47) kan men tot 19 maart het werk van dit architectenbureau toetsen aan de praktijk van gerealiseerde en papier gebleven ontwerpen.

De tentoonstelling is verrassend vormgegeven, als een oogst van meer dan tien jaar, omdat ook vroege werken van de partners in andere samenwerkingsverbanden worden geexploiteerd. Weebers hoogtepunt in zijn oeuvre blijkt nog altijd het Nederlands paviljoen op de Japanse wereldtentoonstelling in Osaka. Het ontwerp werd gezamenlijk met Jaap Bakema gemaakt, als een begaanbare sculptuur voor expo-bezoekers. Ernaast treft men De Peperklip in Rotterdam aan, in ons land op z’n minst even bekend als spraakmakend, wat men ook van het neo-Auillaud-ontwerp vindt.

Opmerkelijk is dat de aanvankelijk veelgeroemde aanpassingsarchitectuur van Pi de Bruijn aan waarderings-erosie in de vakwereld lijdt. De uitbreiding van de Tweede Kamer is daar een voorbeeld van, hetgeen zeker ook voor het bouwtechnische concept opgeld doet met spectaculaire vormen van vroeg invallend onderhoud. Intussen zag De Bruijn wel kans zich in de prijsvraag voor de Berlijnse Rijksdag te nestelen tussen – internationaal geroemde – collega’s als Sir Norman Foster en Santiago Calatrava. In Haarlem hangen prachtige presentatietekeningen van het Berlijnse ontwerp dat afviel, en overigens wel een vervangende ontwerpopdracht in de directe omgeving opleverde dat nog niet publicabel blijkt.

Na zijn aandeel in de concertzaal van Den Haag werden hooggestelde verwachtingen voor Van Dongens stadsschouwburg De Harmonie in Leeuwarden door critici gevarieerd qua architectonische kwaliteit beschreven.

Daardoor rijst vaak de vraag, wat er van de oorspronkelijk hoge verwachtingen terecht gekomen is. Een kantoorgebouw voor de belastingen achter het station Zaanstad laat een inspirerende eenvoud in architectuur met fraai op aansluitende bouwmassa’s zien. Het lijkt een hoogtepunt dat onmiddellijk gecompenseerd wordt door de Kamer van Koophandel in Den Haag.

Het werk van het bureau roept zo voortdurend vragen op. Enerzijds werd de penitentiaire inrichting De Schie van Carel Weeber door critici en Rijksgebouwendienst welwillend ontvangen. Maar het was ook aanleiding voor rijksbouwmeester Kees Rijnboutts geruchtmakende uitspraak op wethoudersniveau, dat hij zich voor de volgende gevangenis in Dordrecht genoodzaakt zag een beroep op twee ‘beroemde buitenlanders’ te doen. Maar met de toen impliciet geleverde kritiek op voorgaande ontwerpen van Nederlandse architecten moet geconstateerd worden dat beide beroemde buitenlanders hun ontwerpen zelfs niet voor nadere uitwerking, laat staan voor realisering in aanmerking kwamen.

Zo roept het werk van de Architecten Cie gemengde gevoelens op, waarin aanvankelijke appreciatie na korte tijd kan omslaan in een kritischer beoordeling, terwijl de beste werken tot boven de middelmaat kan rekenen.

Wanneer Weeber bijvoorbeeld optreedt als co-architect voor Aldo Rossi bij diens Haagse woonmuur De Lamel, is de uitwerking zwaarder geaccentueerd door Weeber dan door Rossi. Het pleit zeker niet voor de Italiaan dat hij in het kader van de Haagse wethoudersarchitectuur met een grotendeels onbruikbaar stedebouwkundig en architectonische ontwerp verscheen, dat Weebers ingreep noodzakelijk maakte. Maar architectonische kwaliteit, om van een leefbare woningbouw maar te zwijgen, treft men er ter plaatse verwijlend niet aan.

Het heeft me lang verbaasd dat het gezamenlijke oeuvre van de vier bureaupartners nog geen andere documentatie kreeg dan in het bureaumatige presentatieboek van De Architecten Cie. De bleke doordruk in zwart/wit op licht transparant papier in het ABC werkt minder overtuigend. Licht generaliserend, lijkt de specialiteit die de Architecten Cie zichzelf public relations-zuchtig in de begeleidende strooifolder in Haarlem toedicht, toch weinig tot architectonische kwaliteit te leiden. De aanvankelijke hoge verwachtingen noopten derhalve tot bijstelling.

Intussen is het opmerkelijk dat het meer regionale ABC de actualiteit dienend een specifieke NAi-functie overnam. Want er mag geen onduidelijkheid over bestaan, dat de tentoonstelling actueel en broodnodig was om na de aanvankelijke euforie zicht te krijgen de ontwerppraktijk van het bureau.

Vier architecten in een arcadisch landschap waar nog veel bouwopdrachten in het verschiet liggen.

De Architecten Cie

Reageer op dit artikel