nieuws

Westeuropese bouw licht in herstel

bouwbreed Premium

De Westeuropese bouwactiviteit, die sedert 1990 vrij sterk is gedaald, bereikte in 1994 haar dieptepunt, maar het lijkt erop dat daarmee tevens een keerpunt werd gepasseerd.

Over het gehele jaar gemeten zal de totale bouwproduktie in West-Europa iets hoger uitkomen dan in 1993. De stijging zet door in 1995, maar ook in dat jaar is die nog steeds niet groot. De groei van de produktie voltrekt zich vooral in de woningbouw, maar ook de utiliteitsbouw, de grond-, water- en wegenbouw en de renovatie trekken weer enigszins aan.

Het herstel van de bouwactiviteit loopt min of meer in de pas met de beginnende verbetering van de economische conjunctuur. De groei van het gezamenlijke bruto nationaal produkt zal in de Westeuropese landen blijkens informatie, verstrekt op de conferentie van Euro-construct van december jongstleden, in 1994 rond 2 % bedragen. In het daarop volgende jaar wordt een verdere groei met 3 % verwacht. Het herstel van de conjunctuur, waar alle vijftien landen die in Euro-construct samenwerken deel aan hebben, werd op gang gebracht door een toeneming van de export, waardoor in verschillende landen ook de investeringen weer aantrekken.

Bouwproduktie volgt

De ontwikkeling van de bouwproduktie volgt met enige vertraging het algemeen economisch herstel. In 1994 neemt in alle landen tezamen de totale bouwactiviteit met 1 % toe en voor 1995 wordt een verdere groei verwacht, die echter met 1,5 % slechts weinig groter zal zijn. Daarmee komt een eind aan de recessieve ontwikkeling in de eerste helft van de jaren negentig, die resulteerde in een daling van de totale Westeuropese bouwproduktie met rond 5 %.

Wat betreft die dalingen zijn er in de vijftien landen grote verschillen. Vooral de vier Scandinavische landen, maar ook het Verenigd Koninkrijk en Zwitserland gaven in de jaren 1990 tot en met 1994 een vrij sterke daling van de produktie te zien. In vijf landen was daarentegen de totale bouwactiviteit in 1994 niet onbelangrijk groter dan in 1989, namelijk in Belgie, West-Duitsland en Oostenrijk en ook in Ierland en Portugal. In 1995 echter lijkt het tij in alle landen gekeerd en neemt, zoals een der bijgaande tabellen laat zien, de totale produktie in alle landen weer toe.

De gangmaker in het herstel is de woningbouw, die ongeveer voor een kwart bijdraagt in de totale bouwproduktie. De woningbouw stijgt in 1994 met ongeveer 5 % en in het daarop volgende jaar nog eens met 2,5 %. De stijging voltrekt zich in vrijwel alle landen; alleen in Zweden, waar de woningbouw in drie jaar tijds met ruim 70 % daalde, is de ontwikkeling nog steeds rampzalig en ook Italie geeft in de jaren 1994 en 1995 tezamen een daling met 9 % te zien. In de overige grote landen is de groei van de woningbouw vrij groot, met in de jaren 1994 en 1995 tezamen in West-Duitsland een verwachte toeneming met 16 %, in het Verenigd Koninkrijk met 13 %, in Spanje 7 % en in Frankrijk 6,5 %. Ook in de kleinere landen zijn de vooruitzichten voor de woningbouw in het algemeen gunstig; zo verwacht, om enkele voorbeelden te noemen, Nederland voor de beide genoemde jaren tezamen een toeneming met 21 %, Oostenrijk met 18 % en Zwitserland met 12 %. Het aantal woningen dat in alle vijftien landen tezamen wordt opgebouwd neemt toe van ruim 1,66 miljoen in 1993 tot bijna 1,77 in 1995.

Utiliteitsbouw

De recessieve conjunctuur in de eerste helft van de jaren negentig trof vooral de particuliere utiliteitsbouw, die goed is voor ongeveer 15% van de totale bouwproduktie. Sedert 1990 verminderde de particuliere utiliteitsbouw in vier jaren tijds met ongeveer een kwart. Tot dusverre leidde het herstel van de conjunctuur in de meeste bedrijven slechts tot een betere bezetting van het produktie-apparaat en derhalve nog niet tot een toenemende vraag naar bedrijfshuisvesting. In 1995 zou echter de produktie van gebouwen voor de nijverheid weer ke aantrekken.

Daarentegen blijft de produktie van kantoorgebouwen nog stagneren. De behoefte aan deze gebouwen werd in verscheidene landen overschat en de afgelopen jaren zijn gekenmerkt door een overproduktie in deze sub-sector. Zwitserland meldt een stagnerende markt van kantoorgebouwen, als gevolg van bedrijfsverplaatsingen vanuit dat land naar landen die deel uitmaken van de Europese Unie.

Voor 1994 wordt nog in elf landen een daling van de produktie in de particuliere utiliteitsbouw voorzien, zodat die ongeveer 4 % geringer zal zijn dan in 1993. Voor het daarop volgende jaar zijn de vooruitzichten in vrijwel alle landen echter weer gunstiger; behalve in Frankrijk , Spanje en Zwitserland is de verwachte ontwikkeling overal tamelijk positief, zodat de produktie in alle landen tezamen met ongeveer 2 % kan stijgen.

Voor de publieke utiliteitsbouw, die voor ruim 5 % bijdraagt aan de totale bouwactiviteit, zijn de verwachte veranderingen niet groot, maar er zijn tussen de landen wel verschillen. In enkele landen stelt de financiering uit publieke middelen grenzen aan de omvang van de produktie, in andere landen worden daarentegen publieke werken uitgevoerd ter stimulering van de bouwactiviteit. Voor 1994 en 1995 voorzien de meeste grote landen een daling van de produktie. In West-Duitsland droeg de Bondsregering de financiering voor een groot deel over aan lagere publiekrechtelijke lichamen, waar de budgetten reeds onder zware druk staan; verwacht wordt dat de produktie in dat land met ongeveer 3 % zal dalen. Frankrijk voorziet in 1994 en 1995 een daling met 7 %, Italie met 2,5%, Spanje met 4 %, terwijl het verenigd Koninkrijk een toeneming met 2,5 % verwacht. De daling in de grote landen wordt min of meer gecompenseerd door een niet onbelangrijke toeneming van de produktie in enkele kleinere landen, zoals Belgie (+5 %), Denemarken (+10 %), Nederland (+11 %) en Zwitserland (+2 %).

Gww-sector

Ook voor de civiele sector, die ruim 20 % van de totale bouwproduktie uitmaakt, is het beeld in de onderscheiden landen nogal verschillend. Het zijn vooral het begin en de voltooiing van grote poen die oorzaak zijn van de fluctuaties. Zo consolideert de produktie in Frankrijk, nu de aanleg van traces voor de TGV zijn voltooiing nadert. Engeland daarentegen geeft een sterke daling te zien, vooral als gevolg van het gereed komen van de Kanaaltunnel. In Spanje is in 1992 en 1993, na de grote produktie in verband met de Wereldtentoonstelling en de Olympische Spelen, de activiteit sterk verminderd, maar als gevolg van nieuwe programma’s ter verbetering van de Spaanse infra-structuur geeft de produktie in 1994 en 1995 weer een herstel te zien. In Duitsland wordt overal geinvesteerd in de verbetering van de infra-structuur van de nieuwe Lander en als gevolg daarvan ondergaat de wegenbouw in West-Duitsland in 1994 een verdere daling en voor het volgende jaar wordt slechts een bescheiden groei verwacht. Voor alle landen tezamen daalde de produktie in de grond-, water- en wegenbouw in 1992 en 1993 met ongeveer 6 % en ook 1994 zal nog een lichte daling te zien geven, waarna in 1995 een begin van herstel volgt.

Renovatie en onderhoud

De sector renovatie is uitgegroeid tot de belangrijkste sector in de West-Europese bouw en vormt thans bijna een derde van de totale produktie. De groei van de woningrenovatie is in verscheidene landen door subsidiering gestimuleerd en de renovatie betrof daardoor aanvankelijk vooral woningen. De voortdurende groei van de produktie vertraagde in de eerste helft van de jaren negentig, maar vooral als gevolg van een toeneming van de renovatie van utiliteitsgebouwen is de produktie in deze sector opnieuw gaan groeien en voor 1994 en 1995 tezamen wordt de toeneming op ongeveer 4 % geraamd.

Tenslotte toont een der bijgaande tabellen voor Nederland en de ons omringende landen de veranderingen van de produktie in totaal en per sector in 1993 en de verwachtingen voor 1994 en 1995.

Ontwikkeling totale bouwactiviteit per land 1990 – 1995

Indices, 1989 = 100

1990 1991 1992 1993 1994 1995

(verw.) Belgie 106,5 109,5 113,5 112 113,5 117 Denemarken 96 87,5 86,5 83 87 88 West Duitsland 105 108 112,5 111,5 116 118 Finland 100 86 71,5 61,5 59,5 63,5 Frankrijk 102,5 102,5 99,5 93,5 93,5 94,5 Ierland 117 116,5 117 115,5 122,5 130,5 Italie 102,5 104 105 99 96 97 Nederland 101 101,5 103 99,5 101 105,5 Noorwegen 90 86 86 83 86,5 91 Oostenrijk 106 111 116,5 119,5 124 127 Portugal 105,5 110 113 113 114 121,5 Spanje 109 113,5 106,5 98 99 101,5 Ver. Koninkrijk 102 95 91,5 89,5 92 93 Zweden 103 99,5 93,5 85 80,5 80,5 Zwitserland 100,5 95 93 91 94,5 96 Alle landen 103,5 103,5 102,5 98,5 99,5 101 Procentuele verandering bouwactiviteit per sector in enkele landen

wo- part. publ. g.w.w renov.totaal

ningb. ut.b. ut.b Belgie 1993 – 2 – 9 +5 +20 – 12 – 1,5

1994 +2 – 1 +3 +10 – 4 +1,5

1995 +3 +3 +2 +5 +2 +3 W-Duitsland 1993 + 5 – 6 – 3,5 – 4,5 – 1,5 – 1

1994 +13 – 1 – 2 +2,5 +1,5 +4

1995 +3 +3 – 1 +0,5 0 +1,5 Frankrijk 1993 – 11 – 19,5 0 – 5 +0,5 – 6

1994 +5 – 13 – 4 – 1,5 +2,5 0

1995 +1,5 – 3 – 3 +1,5 +2 +1 Nederland 1993 +2 – 20 – 1 +1 – 2 – 3,5

1994 +11 – 15 +9 +3 – 1 +1,5

1995 +10 +5 +2 +3 +1 +4

Reageer op dit artikel