nieuws

Stichting als bewaker van Gronings cultuurgoed haalt 2010 met gemak: Monument en Materiaal hangt aan het oude

bouwbreed Premium

“Het komt wel eens voor dat wij hier met een klant bijna slaande ruzie hebben. Altijd gaat het er dan om dat wij een deur, paneel of schouw niet aan hem willen verkopen. Om de eenvoudige reden dat het oorspronkelijk ook niet in zijn huis zat. Wij doen hier niet aan geschiedvervalsing. Alleen als het ooit in het pand zat ke ze het kopen. Tsja, en dat wordt niet altijd begrepen…”

Peter Broekhuizen is werkzaam als coordinator bij de Groningse Stichting Monument en Materiaal. Sinds de oprichting in 1983 verzamelt de stichting oude bouwmaterialen. Daarbij gaat het om zaken als schoorsteenmantels, paneeldeuren, lijstwerk, bedschotten, trapleuningen, ramen, bovenlichten, dakpannen, tegels en plavuizen. Alles dat uit een oud huis komt en nog een beetje bruikbaar is wordt door de vrijwilligers van de stichting verzameld als het nodig is hersteld en vervolgens opgeslagen.

Monument en Materiaal is opgericht door een groep mensen die zelf een oud pand hadden waaruit in de loop der jaren veel oorspronkelijke zaken waren gesloopt. Zij wilde het pandje, dat zeker in de begin jaren tachtig voor een appel en ei was gekocht, in de oude staat terug brengen. Het bleek echter haast onmogelijk om die materialen gewoon te kopen.”

Strooptocht

Er werd door de initiatiefnemers menig strooptocht langs grootvuil en containers met sloopmateriaal ondernomen. “De gemeente sloopte in die jaren heel wat panden, daar haalde wij de spullen snel weg.”

Al snel volgde het idee om een depot in te richten waar de materialen konden worden opgeslagen. “Het werd een kleine ruime van 10 bij 5 meter die na twee jaar al helemaal vol stond.”

Met hulp van de gemeente Groningen die van het begin af aan wel wat in de activiteiten van de stichting zag, werd een grotere ruimte betrokken.

Omdat Monument en Materiaal steeds vaker met vragen over de oorspronkelijke staat van de woningen werd geconfronteerd, werd een begin gemaakt met bouwhistorisch onderzoek. “We begonnen met het in kaart brengen van de woningen. Hoe is de oorspronkelijke plattegrond en welke materialen zijn er gebruikt. Als iemand dan een soortgelijk huis heeft maar niet precies weet welke materialen er van oudsher in horen, ke wij dat eenvoudig laten zien. De resultaten van dergelijk onderzoek zorgen er dan ook voor dat het huis op een verantwoorde wijze wordt gerestaureerd.”

Een ander belangrijk aspect van het bouwhistorisch onderzoek is ook het in kaart brengen van de bouwkundige ontwikkelingen van de stad. “Kijk het liefst hebben wij dat er geen oud pand meer wordt gesloopt. Maar helaas is dat niet altijd mogelijk. Om dan toch de gegevens niet verloren te laten gaan leggen we voor de sloop van het pand alles vast.”

Archeologie

Van historisch onderzoek naar archeologie is dan nog maar een klein stapje. “Er werd door de gemeente Groningen midden jaren tachtig weinig aan archeologie gedaan. Er was toen ook nog geen officiele stadsarcheoloog.”

De stichting ging vervolgens zelf archeologisch onderzoek verrichten. Dit overigens wel onder toezicht van het Biologisch-Archeologisch Instituut van de Rijksuniversiteit Groningen. Daarnaast kreeg de stichting ook alle steun van aannemingsbedrijven die de vrijwilligers tipte voor ze aan de slag gingen. Uiteindelijk nam de stad Groningen op een gegeven moment het besluit om in de sloopvergunning op te nemen dat eerst de stichting langs zou komen alvorens tot sloop mocht worden overgegaan.

Sinds 1993 de gemeente Groningen zelf opgravingsbevoegdheid bezit, worden de opgravingen en vondstverwerking door de vrijwilligers van Monument en Materiaal verricht.

Organisatie

De stichting is in de afgelopen jaren dan ook al tot een forse organisatie uitgegroeid. Hoewel nog steeds op vrijwillige-basis hebben de medewerkers door middel van cursussen en opleiding heel wat kennis over ‘het oude wonen’ in Groningen vergaard. Over belangrijke opgravingen worden boeken en brochures geschreven en exposities ingericht.

Samen met de dienst Ruimtelijke Ordening en Economische Zaken is de stichting sinds enige tijd in een voormalig schoolgebouw gevestigd. Hier is niet alleen het depot van de Monument en Materiaal ondergebracht maar worden tevens de archeologische opgravingen schoongemaakt, gedocumenteerd en opgeslagen.

Het ruimere jasje baart het bestuur echter ook zorgen. Zo moet voor dit pand een forse huur worden opgebracht. Hoewel de organisatie voor het archeologische werk een subsidie van de gemeente Groningen krijgt, hangen bezuinigingen in deze sector als het spreekwoordelijke zwaard van Damocles boven het hoofd. De verkoop van oude materialen is niet toereikend. De opmerking om dan wellicht wat toeschietelijker te zijn bij de verkoop van materialen wordt door Broekhuizen gezien als vloeken in de kerk. “Nooit”, zegt hij resoluut, “zullen wij commercieel gaan werken. Ten eerste zou dat tegen de gemaakte afspraken met de gemeente Groningen zijn, maar ten tweede zouden wij daarmee onze goede relatie met de aannemerij op het spel zetten. Want wat denk je wat ze doen als blijkt dat wij de materialen die zij op ons verzoek netjes behandelen en vaak even bewaren, voor grof geld verkopen? Dan zeggen zij, en dat is terecht, dat ke wij ook. Nee, daar schieten we uiteindelijk niets mee op.”

En zo komt het dus dat er op de stellingkasten van de stichting een compleet gerestaureerde marmeren schouw ligt omdat de aspirant koper uiteindelijk zijn boerderij dusdanig had verbouwd dat Broekhuizen afzag van de verkoop. “We hebben hem door een steenhouwer laten restaureren. Toch een strop van – 6000. Maar we zetten hem niet zomaar in een woning waar die niet hoort of niet meer past.”

Binnenplaats

De opslagruimte van de stichting staat vol met deuren, trapleuningen, ornamenten en alles wat maar opnieuw bruikbaar wordt geacht. Op de binnenplaats staat veel hout maar ook fraaie gietijzeren hekwerken en beelden. De gemiddelde doorlooptijd van de materialen is volgens Broekhuizen 2,5 jaar. “Uiteindelijk komt er altijd wel de juiste koper voor de materialen.”

Afgezien van de financiele rompslomp ziet Broekhuizen de toekomst van de stichting rooskleurig tegemoet. “Op basis van de huidige sloopplannen, of je daar blij mee moet zijn is natuurlijk een tweede, maar op basis daarvan en gekoppeld met onze archeologische werkzaamheden, halen we 2010 op ons gemak.”

Milieuprijs

Vorig jaar kreeg de stichting uit handen van de Groningse gedeputeerde Van Dijk een milieuprijs overhandigd. Monument en Materieel overweegt dan ook om de provincie in te trekken. “We richten ons in eerste instantie met onze activiteiten op de stad Groningen, maar we denken erover om ook contacten met andere plaatsen in de provincie aan te knopen.”

Nu al komt het volgens Broekhuizen voor dat mensen vanuit de provincie bij de stichting voor bouwmaterialen aankloppen. “Als het historisch verantwoord is dan verkopen we het. Maar deze materialen zullen de provincie nooit verlaten. Dat kan ook niet want deze bouwkunst vind je alleen hier in Groningen. Die vindt je misschien nog een beetje in Noord-Drenthe, maar verder nergens.

Het is allemaal weinig frivool in het noorden. Het mag wel mooi zijn, maar het mag ook weer niks kosten. Het zou niet goed zijn als een oude schouw naar een nieuwbouwwoning in Amsterdam gaat. Dan kan niet. We hangen aan het oude ja”, aldus Broekhuizen. Als hij later zijn blikken over het volle binnenterrein laat glijden merkt hij nog zachtjes op: “Je moet misschien ook een beetje knettergek zijn om dit allemaal voor niets te doen.”

Reageer op dit artikel