nieuws

Economie het belangrijkst voor ruimtelijk beleid

bouwbreed Premium

Het huidige kabinet is verkeerd bezig voor wat betreft de ontwikkeling van de grote steden. Niet ruimtelijke ordening, milieu en infrastructuur moeten het ruimtelijk beleid bepalen, maar de economie. De nationale overheid zou zich facilitair op moeten stellen. Er zijn sterke, financieel onafhankelijke lokale besturen nodig, die alleen op een aantal functionele terreinen samenwerken in regio’s.

Dat was de strekking van de lezing van prof. dr. A.M.J. Kreukels, gegeven aan de Technische Universiteit te Delft in het kader van Stylos Themalezingen van de faculteit der Bouwkunde. Kreukels is hoogleraar planologie en geografie aan de Universiteit van Utrecht.

Tijdens de gesprekken voorafgaand aan de vorming van het kabinet heeft Economische Zaken volgens hem wel getracht te voorkomen dat het ruimtelijke beleid vooral op milieu en infrastructuur gericht zou zijn, maar dat is niet gelukt. Het beleid is nu veel te centralistisch en er wordt naar regionale besturen toegewerkt, die de concurrentie tussen lokale gemeenten zullen frustreren en waarvan het territorium binnen enkele jaren weer herverdeeld zal moeten worden als gevolg van de economische ontwikkelingen. Om de steden een kans te geven moet afgezien worden van centrale nationale plannen. Integendeel, de lokale besturen moeten een sterke, financieel onafhankelijke positie krijgen. De gemeenten in een regio moeten niet op een hoop gegooid worden, maar met elkaar concurreren. Alleen op terreinen zoals infrastructuur en milieu is cooperatie nodig in de regio’s. De eerste lijn moet echter zijn: het economisch versterken van de gemeenten.

Vinex verouderd

Volgens Kreukels bewijzen de ontwikkelingen rond het Vinex-beleid zijn stelling. Ook daar bepaalt uiteindelijk de economische ontwikkeling waar en wat wordt gebouwd. “Cru geformuleerd: Zadelhoff en dergelijke bedrijven weten meer over de ruimtelijk-economische ontwikkeling dan de ministeries”, aldus Kreukels. “Het Vinex-beleid is dan ook verouderd. De tijd van nationale nota’s is voorbij, het nationaal beleid moet facilitair worden. Het moet de lokale besturen strategisch ondersteunen bij de internationale competitie.”

Succesvolle steden

Kreukels onderstreepte zijn betoog met voorbeelden van succesvolle grote steden in Europa. Hij noemde onder andere Lille en Montpellier als steden, die een sterke ontwikkeling doormaken. Zelfs bij Engelse steden als Sheffield en Birmingham steekt Rotterdam mager af, vindt Kreukels. “Rotterdam heeft weliswaar het imago van een gerevitaliseerd stad, maar in werkelijkheid doet de stad het niet zo best wat betreft economie en sociale problematiek. Door de uiterlijke vormgeving van het vastgoed lijkt Rotterdam het goed te doen, maar waarschijnlijk weten de meeste Rotterdammers, zelfs in het gemeentehuis, niet wat de economische mogelijkheden van de haven zijn. Men richt zich teveel op ruimtelijke ordening en milieu en te weinig op economische motor.”

Volgens Kreukels is het de economie die feitelijk de ruimtelijke ontwikkeling van de grote steden bepaalt. “De bedrijfssector heeft eigen kanalen en legt uiteindelijk de economische ontwikkeling op aan het beleid. Infrastructuur, ruimtelijke ordening en milieu gaan dan toch mee. Ik pleit er daarom voor om de kracht van de economie, die feitelijk een leidende rol speelt, binnen de democratie te halen”, aldus Kreukels.

De hoogleraar wees erop dat er nu al economisch-ruimtelijke differentiatie aftekent in de regio’s. “De steden van de jaren ’70 en ’80 verdwijnen”, zei hij. “Er zijn nieuwe verbindingen nodig, tussen de suburbane gebieden en tussen knooppunten zoals Schiphol en de haven van Rotterdam. Het gaat niet meer om verbindingen met het centrum van de grote steden. Die ontwikkeling zie je ook in de Verenigde Staten en Japan. De sociaal-economische morfologie van de stad wordt gereorganiseerd. Het gevecht om de plekken vindt daarbij plaats tussen de gemeenten, binnen de regio’s. Daar is nog te weinig onderzoek naar gedaan.”

Managed growth

Het model dat Kreukels voorstaat is dat van de ‘managed growth’. Dat gaat uit van een beleidsdriehoek met als hoekpunten economie, infrastructuur en ruimtelijke ordening en milieu. “We moeten leren met economie te beginnen”, aldus Kreukels. “Vervolgens moeten we de infrastructuur uitbreiden en dan komt vanzelf de ruimtelijke ordening en het milieu. Nederland richt zich nu veel te eenzijdig op het te. Op grond daarvan worden regio’s voorgesteld, waarbinnen gemeenten niets meer te zeggen zouden hebben. De competitie van bijvoorbeeld Capelle aan den IJssel, de luis in de pels van Rotterdam, zou dan wegvallen. Dat is een verkeerde ontwikkeling. Je hebt juist een lappendeken van sterke lokale gemeenten nodig, die met elkaar ke concurreren. Bovendien heeft het geen zin om regio’s in te stellen, want de territoriale afbakening ervan is over een aantal jaren toch weer achterhaald.”

Reageer op dit artikel