nieuws

Belastingboete bestuurder nalatige bv vernietigd

bouwbreed Premium

De belastinginspecteur mag een bestuurder van een vennootschap die de fiscus heeft getild wel aanspreken voor de misgelopen belasting, maar zal doorgaans moeten afzien van een boete. De Hoge Raad laat dat oordeel van het Gerechtshof in den Haag in een woensdag gepubliceerd arrest volledig intact.

De Hoge Raad bakent met dit arrest de grenzen af van rechten en plichten van de inspecteur en de ondernemer die hij wegens onbehoorlijk bestuur wil aanpakken. De Wet bestuurdersaansprakelijkheid is expliciet ontworpen om de bestuurders van een bedrijf persoonlijk in hun portemonnee te raken als hun bedrijf niet in staat blijkt de navordering van de belastingdienst te voldoen.

Pas het afgelopen jaar blijkt dat de inspecteurs de techniek enigszins onder de knie krijgen. Eerder constateerden met name de bedrijfsverenigingen, die achter ontdoken sociale premies aanzitten, dat veel bestuurders in weerwil van de wet, de dans ontsprongen.

In het onderhavige geval draait het om een inmiddels failliete onderaannemer in de kassenbouw, die zowel voor de vennootschaps- als de loonbelasting over de jaren 1983 tot en met 1986 achter de vodden werd gezeten.

Er kwam uiteindelijk een navordering voor de loonbelasting van ruim f. 107.000, waarvan het bedrijf zelf ruim 24 mille voldeed. Vervolgens deed het bedrijf aangifte van betalingsonmacht. Voor het restant van de vordering sprak de inspecteur de directeur aan. Het Hof en nu ook de Hoge Raad zijn het met die navordering eens. Maar voor het opleggen van een boete moet de inspecteur steviger in zijn schoenen staan. Onbehoorlijk bestuur is onvoldoende om een boete op te leggen, meent de Hoge Raad.

Het Europese mensenrechtenverdrag bepaalt dat bij een ‘strafvervolging’ de inspecteur moet bewijzen dat de bestuurder schuldig is aan onbehoorlijk bestuur. Dat vergt veel verdergaand onderzoek en bewijsmateriaal dan de inspecteur doorgaans verzamelt.

Reageer op dit artikel