nieuws

Wonen aan de Scheveningse duinrand

bouwbreed

Wonen aan de duinrand in Scheveningen klinkt als een sprookje. Maar zelden zijn sprookjes werkelijkheid, zodat men ook aan een verkeersgoot terzijde van de penitentiaire inrichting te Scheveningen woont boven de grootste parkeergarage… De ontwerpopdracht kon nauwelijks moeilijker, dus werd er een vooraanstaande Britse architect bijgehaald door een willige woningbouwer, die vervolgens onenigheid kregen. Desalniettemin moet worden gesteld dat Scheveningen er een opmerkelijk complex woningen bij kreeg, niet meer en niet minder.

Nadat het ontwerp van een Haagse architect onderuit was gehaald door gebrek aan kwaliteit, kwam de Brit Neave Brown in beeld. Hij genoot bekendheid door een woningbouw po in Londen op een langgerekt grondstuk terzijde van een druk bereden treintrace. Brown ontwikkelde aan weerskanten van een voetgangersroute aan terraswoningen, waardoor het straatprofiel zich per verdieping een terrasdiepte verbreedde. De architectuur werd uitvoerig in het BNA-tijdschrift Plan geroemd met een speciaal aan de Brit gewijd nummer.

Haagse wethouders wilden meer dan Nederlandse middelmaat in de tijd dat een vooraanstaande buitenlander na het noemen van zijn naam al vrijwel zeker was van de opdracht. In dit geval was dat terecht, omdat Brown in Londen had getoond wat er in zo’n probleemgebied mogelijk is. Een aantrekkelijke woonomgeving waarin enkele wijkwinkels en schooltje waren opgenomen. Een sprookje om er op een zomerse dag te verwijlen.

Wilma nam het voortouw en Brown kreeg de opdracht. Langs de vermaledijde Zwolse straat, op een voormalige treintrace en deels langs de duinen was Brown een goed gemotiveerde architectenkeuze voor wethoudersarchitectuur. Duivesteijn, toen nog wethouder, kneep na Richard Meier voor het stadhuis terecht zijn handjes dicht.

De Engelsman deed wat van hem werd gevraagd. Langs de Zwolse straat ontwierp hij een bijna driehonderd meter lang ‘s-Gravenduin met drie ondergrondse parkeerlagen. Huurders parkeren op de begane grond met vijf woonlagen er boven voor uiteenlopende woonvormen van flat tot maisonnette. Aan de zijde van de Zwolse straat is het blok geleed met clusters woningen en daartussen stijgpunten. Verder is de gevel door uitgebouwde serres van zes meter breed als het ware geleed. Een hellend gazon met wat bomen scheidt de woningen van die verkeersgoot, waar op zomerse dagen duizenden auto’s voorbij komen in files om zo mogelijk aan de rand van het strand te parkeren. Dat lukt niet, zodat er veel een half uurtje later weer terugkeren naar die enorme parkeergarage onder de woningen.

Over een deel van deze woonlengte heeft de architect ook nog studentenhuisvesting aan de overzijde van de straat boven een bestaande tramremise gerealiseerd. Forse gesloten trappehuizen van beton geven een plastisch aanzien terwijl de achtergevel vriendelijk de zon opvangt.

In de wand met huurflats is het kostelijk te weten dat men zo dicht bij de duinen en het strand woont, maar de flinke woonruimten aan de zonzijde hebben alleen uitzicht op die Zwolse straat. De ‘serres’ zijn prachtig, maar deze zomer werd de modelwoning wel met een straatbeeld verstorend zonnescherm uitgerust om het klimaat goed ventilerend op niveau te houden.

De woningen worden aan de centrale voetgangersroute onder een fraaie pergola ontsloten. Maar tussen straat en duinen zijn drive-in-woningen en plaatselijk stedelijke villa’s opgetrokken. Op de kop aan de landzijde zijn twee torens van veertien bouwlagen opgetrokken met een gekromde gevel, deels met prachtig uitzicht op het duingebied tussen Scheveningen en Katwijk.

De situatie overziende, komt het me voor dat Brown hier niet de unieke woonomgeving van zijn Londense ontwerp heeft gehaald. Maar er staat onmiddellijk tegenover dat het ontwerp ondanks de relatieve hoge woondichtheid met liefde en kunde is ontworpen. De baksteenarchitectuur is Hollands sober, maar plastisch uitgewerkt. En de stoffering met plantenbakken van metselwerk langs de voetgangersroute is even overtuigend als in Londen. Zo ontstond een architectonische kwaliteit die we zelden halen.

Dat Brown tijdens de bouw besloot zijn naam niet aan de Scheveningse bouw te willen verbinden is jammer en zal voor Wilma teleurstellend. Ik wens me niet te verdiepen in gelijk en ongelijk van partijen, en constateer dat er toch een interessant complex woningen is gerealiseerd. Dat ik niet aan zo’n verkeersgoot zou willen wonen, ondanks welwillende bomen en permanente sproei-installatie voor het gazonnetje, doet weinig af van de welwillend vorm gegeven woonomgeving. Inclusief de opmerkelijke studentenhuisvesting er tegenover.

Londense woningbouw heeft Den Haag eerder geinspireerd tot het voorbeeldige Coeperusduin van Sjoerd Schamhart en Atelier PRO (vergelijk dat eens met Weebers woonkazerne er direct naast of nog erger Bofill huisvesting voor bejaarden daarnaast).

Aan de Zwolsestraat was de intentie aanwezig iets moois te maken. Maar de verkeersgoot bleef onaangetast en je kan je afvragen of er een andere functie aanleiding tot nog meer architectonische kwaliteit gegeven zou hebben. Omdat de woningen verhuurd zijn, lijkt er voldoende belangstelling voor deze stedelijke woonvorm met strand en duinen op begeerlijk kleine afstand. Het komt me voor dat gekissebis over details als de overigens zeer plastische straatwand boven de remise en dergelijke niet terecht zijn. Duurdere architectuur? ‘Wat koop je daar nou voor?’

Tegen die achtergrond is het po binnen de geschetste randvoorwaarden geslaagd. Modale inlandse ontwerpers zouden het Brown niet verbeterd hebben, al blijft die gefrustreerd door hetgeen hij nog meer in petto had, en nog lopende procedures of er nog een klein groepje woningen aan de duinrand bijkomt.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels