nieuws

Picasso: De kunstenaar en zijn model

bouwbreed

Zo’n honderd werken op papier van de Spaanse kunstenaar Pablo Picasso (1881-1973) zijn vanaf morgen te zien in het Museum Paleis Lange Voorhout in Den Haag. Bijna tweederde van het werk uit de periode 1905-1971 komt uit een particuliere verzameling en is nooit buiten Spanje geweest. De rest bestaat uit etsen, litho’s en affiches uit de collectie van het prentenkabinet van het Haags Gemeentemuseum.

De titel van de tentoonstelling ‘De kunstenaar en zijn model’ is ontleend aan een geliefkoosd onderwerp van Picasso. De expositie gaat morgen open en loopt tot en met 20 november.

De etsen en litho’s die niet eerder in Nederland zijn getoond, komen uit de collectie van de weduwe van de Spaanse galeriehouder Gaspar. In de jaren zestig, toen Picasso wegens zijn anti-Franco-houding moeilijk toegang had tot de Spaanse kunstwereld, stelde deze Catalaanse kunsthandelaar zijn werk als eerste wel ten toon.

De galerie, de Sala Gaspar in Barcelona, bestaat nog steeds. Gaspars zoon zwaait er nu de scepter. Gaspars echtgenote komt ter gelegenheid van ‘De kunstenaar en zijn model’ naar Nederland.

Picasso maakte er de gewoonte van ook de affiches voor zijn tentoonstellingen in de Sala Gaspar zelf te ontwerpen. Datzelfde gold voor de catalogus-omslagen. Ook voorbeelden daarvan zullen tijdens de tentoonstelling te zien zijn.

Picasso maakte in totaal ruim tweeduizend prenten, in de meest uiteenlopende technieken. Op het gebied van de grafiek was hij autodidact, al gaf de Spaanse kunstenaar Ricardo Canals hem wel wat aanwijzingen over vooral de etstechniek.

De zelfkant van de samenleving in Barcelona was in het begin van zijn carriere een veel gekozen thema. Van 1902 tot 1905 maakte hij bij voorbeeld onder de titel Saltimbanques een serie etsen van circusartiesten. Daarbij tekende hij zijn modellen niet tijdens hun werk, maar na de voorstelling. Buiten de glamour van de piste zagen ze er moe, mager en armzalig uit.

Kort na de Eerste Wereldoorlog maakte Picasso figuratief werk met een klassieke sfeer. Hij tekende en etste portretten van zijn vrienden die qua stijl nog het meest deden denken aan de portrettekeningen van Ingres aan het begin van de 19de eeuw.

In diezelfde stijl begon Picasso in de jaren twintig aan een serie etsen met thema’s als De drie Gratien en De drie baadsters.

In 1937 was die reeks, die later bekend zou worden als de Suite Vollard, voltooid. Picasso experimenteerde in die jaren met eigen procedes die bij vakmensen verbazing wekten. Zijn werktempo was moordend; op een gegeven moment ontstonden in vier dagen tijd elf etsen.

In de jaren zestig concentreerde Picasso zich vooral op het maken van etsen, drogenaaldprenten, aquatinten en suikeraquatinten. Opnieuw brak een periode aan waarin hij in een onstuitbare werkdrift reeksen prenten maakte. Zo ontstonden tussen maart en oktober 1968 maar liefst 347 bladen.

Tot het laatst van zijn leven bleef Picasso een gepassioneerd prentkunstenaar. Zo stond hij op 89-jarige leeftijd nog regelmatig midden in de nacht op om ongestoord aan een prent te ke werken. Het thema van de kunstenaar en zijn model nam in zijn hele carriere een centrale plaats in.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels