nieuws

Overzicht bouwkunst soms provocerend

bouwbreed

De geschiedenis van de architectuur kan vanuit verschillende invalshoeken worden beschreven. Dat leidt tot steeds weer nieuwe geschiedenisboeken waarbij uitgevers graag gewag maken van een ‘volwaardige opvolger’ van eerder verschenen meesterwerken die in talrijke vertalingen hun weg over heel de wereld vonden. SUN verwacht als uitgever dat een nieuwe generatie in de toekomst lang zag teruggrijpen op een nieuw boek van David Watkins.

De zeer kloeke paperback ‘De westerse architectuur’ van Watkin is een degelijk geschreven overzicht van de Grieken tot en met 1950. Een enkel plaatje van een nog recenter gebouw mag geen aanspraak maken op recentere geschiedschrijving. Dat is overigens wel jammer omdat een interessant stuk geschiedenis nu niet in het verlengde van de voorgaande ontwikkelingen is doorgetrokken. Maar kunsthistorici hebben soms wat meer tijd nodig om afstand te nemen. Daarbij kan aangetekend worden, dat het boek reeds in 1986 in Groot Brittannie is verschenen, daarvoor geruime tijd voor het samenstellen in beslag nam en dus bijna minder up-to-date moet zijn.

Een nadeel van de vertaling van een buitenlands boek blijft dat de Nederlandse geschiedenis wat licht op de achtergrond raakt, bijvoorbeeld ten opzichte van de Engelstalige landen.

Watkin wilde de architectuurstijlen niet onderling separeren, en is er op uit om de ontwikkelingslijnen duidelijker aan te geven. Oorzaak en gevolg zijn daarbij belangrijker als een procesmatige ontwikkeling. De brug die is geslagen tussen vroege Grieken en twintigste-eeuwse Amerikaanse architecten krijgt daarom veel aandacht.

De auteur spaart geen heilige huisjes en zet bijvoorbeeld al vroeg de veroordeling van de moderne doosvormige bouwvolumen in. Platte daken lekken en glazen puien laten teveel warmte binnen volgens Watkin. ‘Dat deze esthetica – want een esthetica is het, ook al ontbreekt iedere functionele rechtvaardiging – een halve eeuw stand ke houden, zelfs in huizen van de rijken, is mischien wel het meest verbijsterende aspect van het eindeloze vervolgverhaal over de nieuwe kleren van de keizer.’ Het citaat weerspiegelt de af en toe wat provocerend gestelde geschiedschrijving.

Het geeft ook aan dat de tussenzin niet weergeeft wat de schrijver bedoelt: pure esthetica omdat functionele rechtvaardiging wel ontbreekt!

In het boek komen ook andere onduidelijkheden voor, bijvoorbeeld met materiaalaanduidingen die leiden tot ‘huizen in witte betonstijl’.

Er staat tegenover dat Watkin De Stijl beschrijft als een van de voorlopers voor het werk van Gropius en Mies van der Rohe. Dat is nog steeds niet helemaal duidelijk en de opvattingen winnen vooral de te jaren aan logische conclusies.

Maar of Watkin af en toe niet zelf in de kuil valt welke hij toeschrijft aan Frank Lloyd Wright als hij het heeft over ‘de babbelzieke goeroe met een ongekende eigenwaan, een halfbakken filosoof-architect met een eindeloze voorraad wondermiddeltjes…’ is minder zeker. De toen al op pensioengerechtigde leeftijd gekomen architect ontwierp toendertijd zijn huis boven een waterval, Johnson Wax en moest zijn Guggenheim Museum nog ontwerpen. Watkin slaat het toontje van een tegen ouderen provocerende tiener aan, hetgeen zijn geloofwaardigheid niet bevordert. De leesbaarheid wordt er daarentegen niet minder om, dus gaat het om de voorkeur van de lezer.

Want het parcours dat de auteur in diens overzicht van de architectuur volgt blijft vaak intrigeren. Daarmee vormt het boek een interessante uitgave die men gebruikt naast bestaande oudere boeken over de de ontwikkeling van de architectuur. Vergelijking van standpunten is dan vaak heel verrassend en kan zowel in het voor- als nadeel van dit boek uitvallen. Nadrukkelijk moet hier vermeld worden, dat het boek aanvangt met de bouwkunst van de Grieken en Romeinen, en vervolgens de historische bouwstijlen de revue laat passeren, met extra aandacht voor de ontwikkelingen en soms terugkoppeling op oudere perioden in de architectuurgeschiedenis.

Het boek leest uitstekend en is goed geillustreerd. Hinderlijk is het verzamelen van de kleurenfoto’s op pagina’s in de drukvorm. Ze lopen soms pagina’s vooruit of juist achter op de tekst die men leest. De kwaliteit van de foto’s en tekeningen is over het algemeen goed, al mist men specifieke details die de ontwikkelingen in de bouwtechniek verduidelijkt zouden hebben.

Het boek vormt een waardevolle aanvulling op de bestaande boeken.

WVH

David Watkin: ‘De westerse architectuur – een geschiedenis’. Uitgave: SUN, Nijmegen 1994. Formaat: 19 x 24 cm,592 blz. ISBN: 90 6168 409 9. Prijs: (ingenaaid) tot 1 januari – 89,50, daarna – 99,50.

Architect Frank Lloyd Wright was de zestig al gepasseerd toen hij in 1936 het ‘huis boven een waterval’ realiseerde.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels