nieuws

Meerkosten grote poen best te beheersen

bouwbreed

Aan het eind van de regeerperiode van het vorige kabinet leek in de politiek consensus te bestaan over een budget van – 6,2 miljard voor de Betuwelijn. Het bedrag voor geluidreducerende maatregelen bleef de politiek bezig houden. De hoogte daarvan valt echter in het niet bij de kostenoverschrijdingen die realiseren van zo een complex po zullen treffen. De werkelijke kosten van een dergelijk groot civieltechnisch werk zullen door onderschatting van de problematiek de – 10 miljard zeker overschrijden. Kostenoverschrijdingen bij grote projecten zijn weliswaar onvermijdelijk maar ke nu beter

worden beheerst.

Ir. H.A.J. de Ridder verkreeg vorige week de graad van doctor aan de Technische Universiteit Delft voor onderzoek dat resulteerde in een contractvorm voor ‘Design and Construct’ opdrachten voor complexe civieltechnische systemen waarbij de kosten wel te beheersen zijn. Hij is senior consultant bij Delta Marine Consultants, een dochteronderneming van Hollandsche Beton- en Waterbouw BV. Het promotieonderzoek is gedaan in een periode van vier en een half jaar. Voorafgaande aan de verdediging van zijn proefschrift ‘Design en Construct of complex civil engineering systems’ voor een commissie van hooggeleerden, aangewezen door het College van Dekanen van de Technische Universiteit Delft, gaf De Ridder een korte uiteenzetting over zijn proefschrift. De aanleiding zich te verdiepen in ‘Design en Construct’ (D en C) vormde het po Ekofisk Barrier waar hij de ontwerpcoordinatie van het offshore gedeelte heeft gedaan. Die werkzaamheden waren aanvankelijk onderwerp van de studie.

Gaandeweg het onderzoek bleek de contractvorm van D en C minstens zo belangrijk te zijn als coordinatie van ontwerp en uitvoering. Bij D en C-contracten worden zowel het ontwerp als de aanleg van een po gegund aan een aannemer en geregeld met een contract. Voor de opdrachtgever is deze contractvorm aantrekkelijk. Die heeft maar met een realiserende partij te maken, verantwoordelijkheden liggen vast en het uitvoeringsvriendelijk ontwerp leidt tot een lage prijs.

Er zijn twee uiterste vormen van D en C. Een ‘D en C cost +’ systeem is leuk voor de aannemer. Die krijgt kosten en een vast bedrag als honorarium vergoed. Bij deze vorm is de opdrachtgever echter behalve de invloed op het ontwerp ook nog eens de greep op de kosten kwijt. Een ander uiterste is het nu zo populaire ‘D en C lump sum’, een contract voor een vaste prijs. Dat heeft voor de aannemer het nadeel dat onzekerheden niet zijn in te brengen. Onzekerheden zijn per definitie al niet te kwantificeren. Daardoor is het proces van realisatie voor de aannemer moeilijk te beheersen. Desondanks groeit de populariteit van deze contractvorm.

Beide betrokken partijen (aannemer en opdrachtgever) zijn bij grote D en C-poen niet in staat gebleken de kosten te beheersen. Dat komt mede omdat wat moet worden gemaakt doorgaans slecht is gedefinieerd terwijl het budget door de opdrachtgever in een vroeg stadium al wordt vastgesteld. Het programma van eisen is betrokken op een idee zoals de opdrachtgever zich dat voorstelt. De oplossing is in het begin echter nog onbekend (het feitelijke ontwerp moet nog gemaakt worden).

Voorts kan worden gesteld dat voor complexe systeem geldt dat het geheel meer is dan de som der delen. Aangetoond kan worden dat het verschil wordt gevormd door de onderlinge relaties tussen de onderdelen. In het algemeen wordt dit door de aannemer niet onderkend. Daardoor wordt de nodige ontwerpinspanning voor een ‘Design and Construct’ contract in het algemeen onderschat. Gedacht wordt aan uitvoeringswerk waaraan nog enige detaillering en optimalisering vooraf dient te gaan.

Een dergelijke onderschatting leidt tot kostenoverschrijding bij de aannemer die in de regel bij de opdrachtgever worden geclaimd. Een optimaal D en C-proces kan volgens De Ridder worden verkregen door de risico’s van het D en C-proces daar te leggen waar ze te beheersen zijn. Daarvoor is het nodig dat het doel van het D en C-proces aan het begin goed wordt vastgelegd. Er moet overeenstemming zijn over een conceptoplossing. Ook moet de werkelijk vereiste prestatie van de oplossing die door de aannemer wordt gerealiseerd, ten opzicht van de initieel geeiste prestatie gemeten ke worden. Verder moet nog de mogelijkheid bestaan de werkelijk vereiste prestatie gedurende het D en C-proces aan te passen. En de extra inspanningen die nodig zijn voor het realiseren van een gewijzigde prestatie moeten bepaald en verrekend ke worden.

De mogelijkheid tot kwantificering ontstaat door de conceptoplossing te beschouwen als systeem en dit te ontleden in specifieke deelsystemen. Bij deze deelsystemen horen zogenoemde aspectsystemen van gelijke inhoud en gewicht. Tot deze deelsystemen behoren onder andere zogenoemde sspectsystemen. Dat zijn: sterkte, stijfheid, stabiliteit, gewicht,geometrie, capaciteit en duurzaamheid.

Van belang is te bedenken dat tussen deze aspectsystemen relaties bestaan. De prestatie van een aspectsysteem wordt nu uitgedrukt in kengetallen. Met een – volgens De Ridder eenvoudige – transformatie is de initieel geeiste prestatie van het geheel uit te drukken als de som van de geeiste prestaties van de aspectsystemen. Meten van kengetallen geeft de basis voor het bepalen van veranderingen in de geeiste prestatie.

Daarmee is beheersen van het D en C-proces mogelijk geworden. Weergegeven in formulevorm heeft het een bijna begrijpelijke eenvoud.

Er zijn drie verschillende beheersonderdelen te onderscheiden. Geconfronteerd met een verandering in geeiste prestatie kan de opdrachtgever besluiten tot aanpassing van het doel. Besparingen worden meestal gevonden in onderhoud ofwel capaciteit. Het tweede onderdeel heeft betrekking op de beschrijving en kwantificering van de initieel geeiste prestatie. Die moet zo goed mogelijk worden vastgelegd. Tenslotte is er een term die betrekking heeft op de doelmatigheid en de doeltreffendheid van het D en C-proces gezien als proces van probleemoplossing.

De Ridder stel voor een nieuw type contract te gebruiken. In het Fixed-Price-Performance-Reimbursement D en C-contract is verrekening van verandering in geeiste prestatie geregeld volgens de opgestelde theorie. De organisatievorm is gericht op besturen van D en C met behulp van aspectsystemen. Met de nieuwe contractvorm is D en C volledig, dynamisch en continu te beheersen, aldus De Ridder. De toehoorders in de zaal doen er in afwachting van wat de commissie van geleerde heren zal inbrengen het zwijgen toe.

Voor het officiele gedeelte van de promotie nemen de leden van de commissie plaats in de zaal. Zij zijn aangesteld om erop toe te zien dat niet iedereen zomaar de graad van doctor haalt. Daartoe voeren zij oppositie. Zij stellen vragen aan de promovendus en wegen zijn antwoorden.

Zo speelt bij de voorgestelde methode van aanpak van D en C-contracten de spreiding van waarden rond een gemiddelde volgens De Ridder eigenlijk geen rol. Als in de mathematische formuleringen van de dissertatie ook de spreiding wordt meegenomen ontstaat geen beter proces of instrument voor opdrachtgever of aannemer.

De status van de aspectsystemen die tot het gehele systeem van de oplossing behoren wordt gemeten. Daarmee is te bepalen of de te leveren prestaties afwijkt van een in eerst instantie overeengekomen prestatie. Het gaat om de afspraak van de referentiewaarde. Dat kan een gemiddelde waarde zijn maar ook een gemiddelde vermeerderd met een factor maal de spreidingswaarde.

Grote winst bij hanteren van de voorgestelde werkwijze kan zijn dat voor elk aspectsysteem afspraken te maken zijn, die vanzelfsprekend binnen de landelijke normen voor de bouw moeten vallen.Een eerste toepassing van de voorgestelde contractvorm zal niet lang op zich laten wachten mits betrokken partijen, opdrachtgever en aannemer, van de voordelen overtuigd ke worden, meent De Ridder.

Kostenoverschrijdingen voor een po als de Betuwelijn zijn ermee te beheersen. Het budget voor de Betuwelijn is door het vorige kabinet gesteld op – 6,2 miljard. Met de gangbare praktijk weet iedereen dat dit niet gehaald zal worden. Het wordt dan eerder meer dan – 10 miljard voor zo een complex werk. Dat wil niet zeggen dat met de nieuwe contractvorm geen verhoging van kosten zal ke optreden. Beschouw bijvoorbeeld het aspect ‘geluid’ voor de Betuwelijn. Van te voren is nooit te voorzien hoe dat precies moet. Stel dat de gewenste geluidreductie niet is te realiseren dan tegen hogere kosten dan gebudgetteerd.

In zo een geval moet de controle over het D en C-contract van de aannemer worden overgenomen door de opdrachtgever. Die besluit dan of het budget aan te passen ofwel de doelstelling van het ontwerp te wijzigen om tot compenserende besparingen te komen. Dan kan de controle weer naar de aannemer.

Extra inspanningen voor de aannemer zijn te bepalen en te verrekenen. “Daarvoor wordt in het ontwikkelde model een evenredigheid tussen de te leveren (extra) inspanningen het daarmee gemoeide geld verondersteld. Dat lijkt te ontkennen dat die evenredigheid er helemaal niet hoeft te zijn”, aldus een van de aanwezige criticasters.

Het ontwikkelde model is geschikt voor oplossen van algemene problemen op verschillend terrein. Daarom zijn behalve technische zaken ook maatschappelijke aspecten in de methode te betrokken. In de dissertatie zijn geen esthetische aspecten opgenomen. Die zouden met referenties best meetbaar te maken zijn. Dat is niet gedaan omdat de cultuursprong naar de methodiek met de aspectsystemen al als groot genoeg werd beoordeeld. Esthetica toevoegen zou een extra barriere vormen om het systeem toe te passen. Dat ontlokte de opmerking aan een commissielid: “dat het dan mogelijk zou zijn geweest uit te gaan van aanleg van een ‘mooie’ Betuwelijn.”

Blijft dat het ontwikkelde systeem bruikbaar is voor oplossen van problemen op diverse gebieden, bijvoorbeeld de politiek. Want Nederland is ook op te vatten als een complex systeem. Er wordt nu overwegend gestuurd op ‘koopkrachtplaatjes’ en ‘werkgelegenheid’. Andere aspecten krijgen niet eenzelfde niveau van aandacht. Met toepassen van de ontwikkelde methodiek zouden alle aspectsystemen, bijvoorbeeld ook het milieu, eenzelfde aandacht krijgen.

De opponenten krijgen in een tweede vragenronde nog de gelegenheid een vraag te stellen die zij beantwoord willen zien voordat de zitting wordt beeindigd. Het antwoord op het afwijzen van gebruik van foutenbomen bij een volledig probabilistische benadering van het ontwerp zoals door de Bouwcombinatie Maeslant Kering bij de Stormvloedkering in de Nieuwe Waterweg is toegepast blijft echter achterwege.

‘Hora est’ klinkt. De tijd voor oppositie is verstreken. De commissie trekt zich voor beraad terug. Na terugkeer wordt de promovendus meegedeeld dat hem de graad van doctor is toegekend. Het was zoals de voorzitter van de commissie te kennen gaf een ‘goed stuk werk’.

Jan van Staveren

De promovendus

ir. H.A.J. de Ridder verdedigt zijn proefschrift.

Een commissie van geleerde heren ziet erop toe dat niet

iedereen zomaar de graad van doctor haalt.

De voorzitter van de commissie feliciteert dr.ir H.A.J. de Ridder.

Foto’s: Ingmar Siegram, Delft.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels