nieuws

Koepelcampagne begin van verbetering imago bouw

bouwbreed

Sinds een week communiceert de bedrijfstak bouw op televisie, na programma’s als Knightrider en Beverly Hills 90210, via een reclameboodschap met de jeugd. De spot maakt deel uit van de ‘Koepelcampagne’, die als doel heeft het imago van de bedrijfstak op een hoger niveau te brengen en jongeren voor de vakopleiding te winnen. Drie jaar lang zal het filmpje in verschillende variaties te zien zijn. De oorzaken van het huidige slechte imago moeten echter tegelijkertijd worden aangepakt, zo bleek uit de discussie tussen werkgevers en werknemers bij de start van de campagne.

Een krachtig en charismatisch beeld van de bouw. Dat heeft het reclamebureau Roorda en Company uit Amsterdam voor ogen gehad bij het maken van de ‘ster-spot’ die de bouw bij jongeren een beter imago moet geven. “We moeten niet verwachten dat de bouw – met tachtig spotjes van dertig seconden voor het komende half jaar – meteen een ander imago heeft. Omo Power komt iedere maand met tachtig spotjes de huiskamer binnen. Wekelijks zijn er in totaal 3000 reclameboodschappen bij de Nederlandse omroepen te zien. Je moet de impact dus niet overschatten. Wel is het een duidelijk begin om de ‘Van gewest tot gewest’-achtige voorlichting die de bedrijfstak tot nu toe hanteerde om te bouwen tot een stevige campagne die echt aanslaat bij jongeren,” aldus Eugene Roorda.

In de ‘clip’ die het reclame-bureau in opdracht van de bouw maakte, komen stoere, behaarde mannenvuisten neer op ruwe bouwmaterialen. Begeleid onder het geluid van neerkomende heiblokken en zich opwindende katrollen vormen de vuisten uiteindelijk een toren, Vervolgens verschijnt de tekst ‘huizen, wegen, kantoren, meubels, ornamenten, kabelnetten, spoorwegen, dijken en vaarwegen’ in beeld om te eindigen met de slogan van de Koepelcampagne: ‘Je maakt het in de bouw’.

Bij de presentatie van de Koepelcampagne voor de bouw in Amersfoort bleken de werkgevers- en werknemersvoorzitters duidelijk verrast door de aanpak van Roorda. Voorzitter F. van der Meulen van de hout- en bouwbond CNV vond de reclameboodschap in een eerste reactie ‘angstaanjagend’. Later moest hij toegeven dat het ‘kunstig’ was aangepakt. Wel vindt hij het jammer dat in het filmpje toch weer wordt gerefereerd aan het ‘stoere en bonkige’ uiterlijk van de bouwvakker. Ook voorzitter R. de Vries (bouwbond FNV) vond het een ‘ruwe en bonkige’ clip. AVBB-voorzitter H.P. Barth bestempelde het echter meteen als ‘een fantastische carrier’ voor de Koepelcampagne. Voorzitter J. Van der Worp van de FAANB vond ‘m ‘pakkend’, terwijl J. Nuyens van de Centrale Bond van Meubelfabrikanten (die ook meedoen aan de campagne) het iets te veel ‘spierballentaal’ zei te vinden. Hij voegde er aantoe dat hij vreest dat jongeren het filmpje niet meteen zullen associeren met het maken van ‘fijne en tere meubeltjes’.

Nuyens die samen met de andere voorzitters in een forumdiscussie zat, raakte hier meteen een heikel punt. Want hoewel de diverse sectoren in de bouw, waaronder dus ook de meubel- en houtsector, de handen ineen hadden geslagen om een eenduidige campagne op te zetten die de hele branche moet beslaan, keken de vertegenwoordigers van de diverse geledingen in de afbouwsector natuurlijk wel of de reclameboodschap ook hun discipline belicht.

Op een lijn

De reclameboodschap op tv vormt overigens maar een onderdeel van de imagoverbeterende actie van de bouw. De Koepelcampagne moet ook de tot nog toe nogal versplinterde activiteiten op het gebied van werving en imagoverbetering in de regio op een lijn brengen. Om die reden krijgen de regiovoorlichters en de opleidingsconsulenten (kortweg ‘de veldwerkers’) allemaal hetzelfde voorlichtingsmateriaal.

Ook moeten de activiteiten op elkaar worden afgestemd. Zo zal in februari volgend jaar, en ook in de twee jaren erna, een ‘Week van de bouw- en houtnijverheid’ worden gehouden. De praktijkopleidingsplaatsen van de samenwerkingsverbanden van aannemers houden dan open dag, terwijl in elke provincie tenminste een bouwpo voor het publiek openstaat. De campagne wordt op landelijk niveau verder uitgebouwd met een ’06-informatienummer’. Dit nummer zal via de televisiespot, advertenties in bladen en billboards in het land bekend worden gemaakt.

De eenduidigheid zal wellicht voor het grote publiek enigszins worden verstoord doordat de vijf branche-organisaties in de gww, naast de Koepelcampagne, op 9 november beginnen met de eigen campagne ‘Go Infra’. Deze campagne beoogt met name de beeldvorming van de branche te beinvloeden bij jongeren. “Als je aan jongeren vraagt wat je met een gww-opleiding kunt bereiken is het antwoord: ‘straatmaker worden'”, zo vertelt de voorlichter van de Nederlandse Vereniging van Wegenbouwer. “Met dit eenzijdige beeld wordt een hele bedrijfstak, waarin steeds meer hoog opgeleiden nodig zijn, opzij geschoven. Ouders en decanen zijn geneigd dit beeld in stand te houden, omdat ze veelal weinig met techniek ophebben”. De ‘Go Infra’-campagne moet hier dus wat aan doen. Gastlessen op het basisonderwijs en het beschikbaar stellen van lesmateriaal aan de Basisvorming door ‘ambassadeurs’ uit de bedrijfstak moeten dit beeld bijstellen. Ook deze infra-campagne krijgt overigens een eigen 06-nummer.

Niet echt gelukkig

Volgens de NVWB-woordvoerder werkt de gww-campagne aanvullend op de Koepelcampagne en zal het de eenduidigheid van deze laatste niet aantasten. Voorzitter C. van Vliet van de stuurgroep Instroombevordering Bouwnijverheid, verantwoordelijk voor de Koepelcampagne laat weten niet echt gelukkig te zijn met deze aparte actie. “Maar, we ke het de individuele sectoren natuurlijk niet verbieden om ook eigen activiteiten te ontplooien. Toch hoop ik niet dat ook de andere sectoren binnen de bouw hiertoe besluiten. Het zou de eenduidigheid geen goed doen.”

Tijdens de discussie bij de presentatie van de campagne met de vijf werknemers- en werkgeversvoorzitter werd duidelijk dat het imago van de bouw niet alleen met een campagne verbeterd kan worden. Het blijft nodig de oorzaken van dat slechte imago aan te pakken. Van der Meulen (CNV) wijst erop dat op het gebied van de arbeidsomstandigheden en de veiligheid werkgevers en werknemers nog veel te doen hebben. Hij werd bijgestaan door Van der Worp (FAANB) die benadrukt dat ouders en scholieren vaak voor de bouw kiezen vanuit een negatieve invalshoek. De buitenwereld zou niet inzien dat bouwen vaardigheid en inzicht vergt. Dat het in feite een beroep is dat je met de handen uitvoert, maar waar je wel degelijk je hoofd bij moet gebruiken. De Koepelcampagne kan deze negatieve selectie niet keren als niet tegelijkertijd de arbeidsomstandigheden worden aangepakt. Volgens Barth (AVBB) valt het allemaal best mee: “Het imago van de bouw is niet zo slecht. Integendeel zelfs. De mensen hebben weliswaar een beeld van de gemiddelde bouwvakker als een ‘macho’. Maar dat is toch niet negatief? Een bouwvakker die er mager, bleek en slap uitziet is ook geen reclame voor de bouw.”

Voor wat betreft het verbeteren van de arbeidsomstandigheden is Barth van mening dat de technologische ontwikkelingen deze in de toekomst zullen verbeteren, en voor het overige moeten we er mee leren leven. “In het openbaar vervoer is ook een hoog ziekteverzuim en de arbeidsomstandigheden bij de politie en de brandweer zijn ook niet je van het. Dat is inherent aan deze bedrijfstakken. Het zij zo.” Volgens Van der Meulen is het echter zaak dat zolang nog maar een klein percentage bouwvakkers zijn pensioen haalt, sociale partners gezamenlijk ijveren om deze situatie te verbeteren.

Beunhaas

Zwartwerken en fraude, waarmee de bouw wel eens in verband wordt gebracht, zijn eveneens twee onderwerpen die het imago van de sector ondergraven. Duidelijk is echter dat de werkgeversorganisaties op korte termijn geen oplossing hiervoor hebben. Van der Worp: “het probleem groeit. De FAANB praat hier al sinds 1890 over. We ke er weinig aan doen”. Barth: “Zolang ik de kapotte deur in mijn schuur door een beunhaas kan laten repareren voor – 300 en er bij een echte aannemer – 900 voor betaal, is daar niks tegen te doen. De overheid moet het verschil tussen het bruto en het netto-loon verlagen.”

Tot slot is er nog de discontinuiteit in de bouw die de sector weinig aantrekkelijk maakt voor jonge mensen. Zo is, aldus Van der Worp, een vakopleiding waar van tijd tot tijd even moet onderbroken omdat er geen werk meer is een bijzonder slechte reclame. In de gww-sector heeft men inmiddels een convenant met de overheid gesloten om dit te verbeteren. GWWO-voorzitter Meijer liet echter onlangs weten dat dit nog weinig heeft uitgehaald. Desondanks zijn sociale partners bezig met een onderzoek of een dergelijk convenant ook in de b en u-sector nuttig kan zijn.

Al met al lijkt er naast de campagne dus nog het nodige te doen om de bedrijfstak aantrekkelijk te voor schoolverlaters die zich orienteren op de arbeidsmarkt. Het enige waar alle voorzitters (ook die van werknemerszijde) het over eens is dat de beloning van bouwvakkers relatief goed is. En de sfeer. In dat geval heeft Roorda met zijn ‘snelle en charismatische’ maar ook enigszins ‘angstaanjagende’ tv-spot goed geschoten. De toekomst zal het uitwijzen.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels