nieuws

Ir. C. Gouwens, sinds 1 april directeur van TNO Bouw: ‘TNO Bouw moet de beste zijn, niet de goedkoopste’

bouwbreed

Marktgericht, klantvriendelijk en efficient. Dat zijn de sleutelbegrippen die de toekomst van TNO Bouw gaan bepalen. Met als doel: een optimale prijs/kwaliteitsverhouding. Want TNO Bouw hoeft niet de goedkoopste te worden, maar moet wel de beste blijven. Een interview met ir. C. Gouwens die een halfjaar geleden bij TNO Bouw het roer overnam.

Niet alleen Gouwens zelf, ook zijn meubilair verhuisde mee vanuit Tilburg, waar hij de laatste tien jaar directeur was van de gemeentelijke Milieudienst. Zijn werkkamer in het Rijswijkse barakkencomplex, waar TNO Bouw is gehuisvest, krijgt daarmee toch iets van een directiekamer. En bovendien toont het een beetje van de uitstraling waarvan Gouwens vindt dat het past bij een onderzoekinstituut voor de bouw. “De huidige huisvesting doet afbreuk aan het imago dat je als bouwinstituut zou moeten hebben. Het hoeft niet overdreven luxe te zijn, maar bij een degelijk instituut hoort een degelijk gebouw.”

Er wordt weliswaar al tientallen jaren gesproken over nieuwbouw maar als het aan de nieuwe directeur ligt, duurt het nu echt niet langer dan drie jaar voordat TNO Bouw vanuit meer dan dertig verspreide gebouwen kan verhuizen naar een gebouw in Delft. Binnen drie maanden worden de locatie gekozen: ofwel op het terrein van het TNO-hoofdkantoor, ofwel naast de faculteit Civiele Techniek van de Technische Universiteit.

Een verhuizing waarmee alle faciliteiten op een locatie worden geconcentreerd, kan TNO Bouw ook wel gebruiken. ‘TNO in topconditie’ heet de operatie waarin alle TNO-onderdelen hun efficiency met tien procent moeten verbeteren om de resultaten op peil te houden.

“De huidige verbrokkelde huisvesting staat een efficiente bedrijfsvoering in de weg. Het kost ons meer dan een miljoen gulden per jaar. Daar liggen dus belangrijke financiele voordelen.”

Efficiencyverbetering

Welke efficiencyverbeteringen TNO Bouw verder zullen treffen, wil Gouwens niet kwijt zolang de door hem voorgestelde maatregelen nog onderwerp van discussie zijn binnen de Raad van Bestuur en de ondernemingsraad. “Op 4 oktober wordt tot in detail duidelijk waar het op uitdraait. We zoeken het onder meer in personeelsvermindering, voor het grootste deel via natuurlijk verloop. Daarnaast zullen taken worden overgedragen naar andere TNO-onderdelen en medewerkers efficienter worden ingezet.” Het is niet de eerste keer dat Gouwens (52) bij TNO Bouw werkt. Als pas afgestudeerd hts-er kwam hij in 1965 in dienst van het toenmalige IBBC (Instituut voor Bouwmaterialen en Bouwconstructies). Hij deed er onder meer onderzoek op het gebied van betonconstructies, elastische modellen en numerieke mechanica. In de avonduren studeerde hij tussen 1969 en 1975 bovendien civiele techniek aan de Technische Universiteit Delft. Na het behalve van zijn ir-diploma bleef hij nog drie jaar bij TNO om in 1978 zijn managementkwaliteiten verder te ontplooien bij de gemeente Tilburg, onder andere als directeur van de Dienst Bouw- en Woningtoezicht en als directeur van de door hem opgerichte Milieudienst. “Hoewel ik het bij TNO naar mijn zin had, schatte ik voor mezelf in dat ik het niet verschrikkelijk leuk zou vinden om rond m’n vijftigste nog steeds onderzoekwerk te doen”, verklaart Gouwens zijn overstap van wetenschappelijk werk naar een managementfunctie. Maar het oude nest bleef trekken en “langer dan zeven tot tien jaar moet je niet dezelfde directiefunctie uitoefenen”. Hij zei dan ook ‘ja’ toen hem een jaar geleden werd gevraagd om als opvolger van prof.ir. J. Witteveen directeur van TNO Bouw te worden.

Wie na zestien jaar bij zijn vroegere werkgever terugkomt, moet wel veranderingen opmerken. Het meest opvallende verschil ziet Gouwens in het financiele regime van de organisatie. “Het is allemaal veel zakelijker geworden. Toen was er nog een grote vrijheid voor onderzoekers om hun eigen keuzen te maken, nu bepaalt de opdrachtgever de richting van het onderzoek. Toen stond het werk van TNO ook dermate hoog aangeschreven, dat opdrachtgevers gemakkelijk bereid waren om extra onderzoek te financieren. Vandaag de dag is de opdrachtformulering veel strakker en moet je als onderzoeker van goeden huize komen om daar nog wat aan te veranderen. Onze klanten weten tegenwoordig erg goed wat ze willen. De markt heeft het nu voor het zeggen.”

Maar Gouwens verlangt niet terug naar vroeger. “Ik vind dat we als dienstverlener de klant zo goed mogelijk moeten bedienen en dat is een goed werkbare en praktische manier van onderzoek doen. Bovendien vergroot het ook in hoge mate de efficiency.”

Luisteren

In het verlengde daarvan ligt ook de koers die Gouwens de komende jaren met zijn onderzoekinstituut wil varen. Marktgericht, klantvriendelijk en efficient zijn daarbij de sleutelwoorden. “We moeten goed luisteren en de markt onze onderzoekprogramma’s laten aansturen. De klant moet zich bij ons echt klant voelen. Daarbij is het van groot belang de prijs/kwaliteitsverhouding zo optimaal mogelijk te houden. Vooral de kwaliteit van het onderzoek vind ik uitermate belangrijk. Want het moet duidelijk blijven dat TNO Bouw de beste is. De prijs is daarbij niet van doorslaggevend belang. Het is een utopie om te denken dat we de goedkoopste ke zijn. We willen de beste zijn voor een prijs die ons produkt dubbel en dwars waard is.”

Uiteraard zullen daarbij accenten verschuiven in de onderzoekterreinen. Extra aandacht voorziet Gouwens onder andere voor het onderzoek naar de relatie tussen bouwen en milieu, arbeidsomstandigheden, informatietechnologie en ondergronds bouwen.

Als onderdeel van een meer klantgerichte opstelling is onlangs gestart met TNO Bouwadvies voor een proefperiode van een jaar. “Het is een poging om dichter bij de markt te komen en onze kennis zo efficient en toegankelijk mogelijk aan te bieden.”

TNO Bouwadvies biedt informatie via een telefonische helpdesk, het kwartaalblad TNO BouwPraktijk en de al langer bestaande BouwBalie. Tijdens de proefperiode zal worden onderzocht of het haalbaar is de klant via een abonnementensysteem voor de dienstverlening van TNO Bouwadvies te laten betalen.

Gouwens rekent overigens op een grote belangstelling voor de adviesdienst. “Dit is typisch een formule die veel gebruikers nodig heeft. Driehonderd vragen per jaar is niet voldoende.”

Lange weg

Gouwens is zijn nieuwe functie begonnen in een tijd waarin onderzoekinstellingen zoals TNO Bouw de wind niet mee hebben. Zowel overheid als bedrijfsleven verminderen hun inspanningen voor onderzoek. Gouwens moet daarover aan het eind van het gesprek nog wel even iets kwijt: “Hoogwaardige technologie is in Nederland van eminent belang voor een goed draaiende economie. En in de bouw is er wat dit betreft nog een lange weg te gaan. We komen uit een ontzettend ambachtelijk verleden, maar dat biedt ook mogelijkheden voor verdere ontwikkeling. TNO Bouw wil daaraan een bijdrage leveren.

Vooral voor de bouw is technologie verschrikkelijk belangrijk. Als we geen achterlijk land willen worden, moeten de financiele inspanningen echt groter worden dan de afgelopen jaren. We lopen beslist niet voorop in het investeren in technologie-ontwikkeling. Eigenlijk zou dat wel moeten, want we moeten het hebben van een hoge toegevoegde waarde aan hoogwaardige produkten.” En wat zijn eigen plannen met TNO Bouw betreft, lijkt Gouwens haast te hebben: “Kom over een jaar maar eens terug, dan zullen we zien wat ervan terecht is gekomen.”

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels