nieuws

Het dorpelloze hotel

bouwbreed

Schade, die door de opdrachtgever van een bouwwerk wordt geleden, moet door de aannemer worden vergoed als die zich tenminste aan wanprestatie schuldig heeft gemaakt.

Wanneer over de uitvoering van het werk directie wordt gevoerd, kan ook de architect aansprakelijk zijn voor die schade. Daarvoor is nodig, dat de schade het rechtstreeks gevolg is van een verwijtbare fout van de architect. Dat bepalen de Standaardvoorwaarden Rechtsverhouding Opdrachtgever-Architect van 1988.

Toen die SR 1988 er nog niet waren gold een veel strengere eis voor die architecten-aansprakelijkheid: pas als er sprake was van een ernstige fout van de architect kon zijn opdrachtgever hem met succes aanspreken voor vergoeding van die schade. En omdat zijn aansprakelijkheid ook nog werd beperkt tot de helft van zijn honorarium, was de keuze voor de opdrachtgever wie hij zou aanspreken niet zo moeilijk.

Het komt tegenwoordig dan ook vaker voor dat niet de aannemer maar de architect door de opdrachtgever wordt gedagvaard als die laatste schade lijdt door gebreken aan het bouwwerk.

Dat was ook het geval toen de aanbesteder van een hotel werd geconfronteerd met een aantal afwijkingen van het bestek; zijn schade bestond dan ook uit de kosten die gemaakt moesten worden om die gebreken te herstellen. Omdat hij vond dat zijn architect tekort was geschoten in de directievoering eiste hij dat die de deuren van het hotel, die te kort bleken te zijn, zou vervangen.

De architect wist wel degelijk, dat de hotelbouwer geen dorpels in zijn hotel wilde, maar vergat de deuren-leverancier erop te wijzen dat geen danwel overrijdbare dorpels zouden worden toegepast. Van de 60 deuren in het vrij kleine hotel met 12 kamers, was de leverantie van 22 buiten het bestek gehouden; die zou door de opdrachtgever zelf verzorgd worden.

Het feit, dat het hotel zelf aan de deuren-fabrikant opdracht gaf standaard deuren te leveren en te monteren, kon dan ook moeilijk aan de architect worden verweten. Ook trof hem niet het verwijt, dat hij de leverancier er niet op had gewezen, dat hij rekening had moeten houden met de afwezigheid van dorpels.

Dat zegt de arbiter, maar niet waarom dat niet uit zijn toezichthoudende taak voortvloeide. Hij had deze beslissing zo mooi ke motiveren, want in zijn uitspraak zegt hij even eerder nog, dat voor die 22 deuren in het bestek wel een (natuurstenen) dorpel was voorgeschreven. Dat had de architect zelf bedacht. Voor een verandering door zijn opdrachtgever, die de natuurstenen onderdorpels wegliet omdat hij een hardstenen vloer liet aanleggen, kon de architect redelijkerwijze dan ook niet aansprakelijk zijn.

Voor de 38 overige deuren die tekort bleken te zijn, lag de zaak echter anders. De omstandigheid dat die tekort waren was aan de aannemer te wijten: hij had bij het stellen van de stalen kozijnen geen rekening gehouden met het bestek, waarin stond dat daar geen dorpels onder zouden komen. De standaard-deuren, die volgens het bestek in die kozijnen moesten komen, waren daarom enkele centimeters te kort.

Nu bleek dat voor de wc-deuren niet zo erg te zijn en de hotelbaas accepteerde die dan ook wel. Maar de oplossing om de overige 26 deuren aan de onderkant met latten te verlengen, stelde hij toch niet meer op prijs. Alle deuren moesten worden vervangen.

Dat de kosten daarvan door de architect dienden te worden gedragen vond ook de arbiter, want bij het toezicht had hij moeten zien, dat de stalen deurkozijnen te hoog waren gesteld door de aannemer. Bovendien bracht hij zijn opdrachtgever in de problemen door akkoord te gaan met het aanbrengen van latten onder de deuren, want daardoor verwerkte die zijn recht op een deugdelijke leverantie door de aannemer.

Bij de eerste oplevering had de opdrachtgever wel met die latten ingestemd als tijdelijke oplossing, maar dat betekende dat de architect diens rechten tegenover de aannemer had moeten reserveren. Dan had, als die oplossing in de praktijk esthetisch zou tegenvallen, alsnog verlangd ke worden dat goed passende deuren geplaatst zouden worden.

Alles bij elkaar genomen kwam de arbiter daarom tot het oordeel dat deze nalatigheid van de architect gekwalificeerd moest worden als een fout, die een goed en zorgvuldig architect onder de desbetreffende omstandigheden, met inachtneming van normale oplettendheid en bij normale wijze van vakuitoefening, had ke vermijden.

Dat is de terminologie, die de SR1988 gebruikt in het artikel dat de aansprakelijkheid van de architect regelt met uitzondering van het woordje “verwijtbare” voorafgaande aan “fout”. Maar dat zal een slordigheidje van onze academisch gevormde arbiter zijn, die in zijn uitspraak ook nog al eens krom Nederlands gebruikt. Ook zijn bezwaar tegen een veroordeling van de architect tot vervanging van de deuren begrijp ik niet goed. Omdat de architect alleen maar een adviseur is en zelf geen uitvoering kan geven aan zo’n vervanging zou zo’n veroordeling (en niet vordering, zoals de arbiter zegt!) tot executiegeschillen (-problemen?) ke leiden.

De juridisch geschoolde gemachtigde van de hotelbaas had zijn eis natuurlijk niet in een vlaag van domheid zo geformuleerd. Hij wist natuurlijk wel, dat zo’n veroordeling zou moeten leiden tot een opdracht van de architect aan de aannemer om op zijn kosten de juiste deuren te plaatsen.

(BR 1994 p. 443)

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels