nieuws

Gebouwen met een lange adem

bouwbreed

Kazernes die dienst doen als werkruimte, pakhuizen waarin wordt gewoond, een kasteel dat als hotel aan een tweede leven begint. Het herbestemmen van grote complexen is in, maar het eindresultaat is lang niet altijd tot ieders tevredenheid. Tessel Pollmann trok langs een achttiental herbestemde complexen en legde haar bevindingen in ‘Monumentale Gebouwen Herbestemd’ vast.

“Het was moeilijk voor te stellen: dat sombere, gesloten gebouw een monument? Om in te Wonen?” Toch slaagde architect J. van Stigt erin dat gebouw – in dit geval de Oranje Nassaukazerne in Amsterdam – te transformeren tot een appartementencomplex met 174 woningen en 28 bedrijfseenheden. Op het voormalig exercitieterrein verrezen zes moderne woontorens naar buitenlands ontwerp. “Wie van moderne architectuur houdt, kan er zijn hart ophalen. Wie in een nostalgisch moment even terug wil naar de kazerne , vindt er op zijn minst een vertrouwd beeld”, aldus Pollmann in het onlangs verschenen ‘Monumentale Gebouwen Herbestemd’.

De in 1970 tot rijksmonument benoemde kazerne is een van die vele in onbruik geraakte complexen die na jaren van plannenmakerij een andere functie kreeg, maar daarbij zijn karakteristieke uitstraling van weleer wist te behouden. Juist die specifieke sfeer die doorleefde complexen als kloosters, slachthuizen of kostscholen uitademen, gaat bij een nieuwe invulling vaak verloren en dat is jammer. In een aantal van de beschreven poen, waaronder de Rotterdamse Kop van Zuid en het Ceramiqueterrein in Maastricht, is volgens Pollmann te weinig karakteristieke oudbouw blijven staan om het te transformeren gebied iets oud vertrouwds te laten behouden. In het laatstgenoemde complex, dat onder leiding van Jo Coenen moet uitgroeien tot de zuidelijke metropool van Nederland, zal straks nog weinig tastbaars herinneren aan de eens zo bloeiende aardewerkindustrie.

In andere gevallen bleken een aantal door sommigen als ‘monumentale’ panden omschreven gebouwen uiteindelijk zelf te weinig uitstraling te hebben om de herinneringen aan het verleden levend te houden. De auteur, als onderzoekster werkzaam bij de Rijksdienst voor de Monumentenzorg in Zeist, concludeerde na haar bezoek aan het Utrechtse Slachthuis: “In de toekomst zal weinig meer herinneren aan de vorige functie. De drie bewaarde panden zijn neutraal van architectuur; ze houden ook van het GEB ke zijn…”

Op een ander slachthuisterrein – dat in Den Haag – verdwenen daarentegen weer te veel historisch waardevolle gebouwen, zodat hier nauwelijks van herbestemming gesproken kan worden.

Het redden van monumentale panden van de slopershamer luidt vaak het begin in van een moeizaam en langdurig herbestemmingsproces, waarbij het hebben van een lange adem een eerste vereiste is. De inspanningen van de vele partijen die hierbij betrokken zijn, blijken echter in veel gevallen niet het gewenste eindresultaat op te leveren. “Het po Wilhelminagasthuis zal ongetwijfeld niet de geschiedenis in gaan als het meest tot de verbeelding sprekende stadsvernieuwingspo”, zoals een direct betrokkene na tien jaar planontwikkeling opmerkte.

‘Monumentale Gebouwen Herbestemd’ is bedoeld om dit soort conclusies in de toekomst te vermijden. Bestuurders en bouwers ke er hun voordeel mee doen.

‘Monumentale Gebouwen Herbestemd’ kost – 44,90 en is een uitgave van Sdu Uitgeverij Koninginnegracht i.s.m. de Rijksdienst voor de Monumentenzorg,

ISBN 90 12 08060 6.

Rola Johannes

Het directiekantoor van de Holland-Amerika Lijn op de Rotterdamse Kop van Zuid is nu in gebruik als hotel.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels