nieuws

De huren in 1993

bouwbreed

De huurstijging was in 1993 met gemiddeld 5,9% groter dan de door Heerma gewenste 5,5%. Achter dat gemiddelde verbergt zich echter een regionaal nogal uiteenlopende ontwikkeling. Vooral de grote steden vormen een klasse apart.

Door de gemiddelde huurverhoging in 1993 gingen de huren blijkens bijgaande tabel omhoog van – 510 naar – 540 per maand. In de grote steden was de huurverhoging met 6,1% nog 0,2 puntjes hoger, niettemin bleven de huren hier met gemiddeld – 468 per maand nog 13% beneden het landelijk niveau. Evenals in vorige jaren was de gemiddelde huur in Flevoland het hoogst; in deze provincie zijn er nauwelijks oude woningen met lage huren, die het gemiddelde omlaag ke trekken.

Precies het tegenovergestelde beeld treffen we aan in de vier grote steden. Daar zijn, als gevolg van het grote aantal oude woningen met een geringe kwaliteit, de huren gemiddeld 17% (Amsterdam) tot 6% (Utrecht) lager dan het landelijk gemiddelde.

In N-Holland vinden we dan ook met – 513 per maand het laagste gemiddelde huurniveau van ons land. In deze provincie is het percentage woningen met een huur van minder dan – 450 groter dan overal elders. Landelijk bedraagt dat nog ruim 32%, in N-Holland echter is dat 40%. In Groningen, Friesland, Overijssel en Z-Holland is dit met rond 37% eveneens hoger dan gemiddeld, in de overige regio’s is het (soms belangrijk) lager, het laagst uiteraard in Flevoland (9%). Daar is het aandeel van de woningen met een huur van meer dan – 650 dan weer het hoogst met 41%, tegenover landelijk 25%.

Het laagste is dat in Friesland (19%), waar niet zoveel vraag is naar duurdere huurwoningen. Groningen en N-Holland komen met 21% duurdere huurwoningen op de tweede plaats. Afgezien van het buitenbeetje Flevoland, blijken de gemiddelde huren vooral wat hoger te zijn in Utrecht en in Brabant en Limburg.

In die laatste provincie was ook de gemiddelde huurstijging met 6,4% het hoogste. Het is voor de Limburgse aow’ers te hopen dat dit percentage de komende jaren wat gematigd wordt; het aandeel goedkope woningen is er immers ook al eenderde lager dan gemiddeld.

Forse stijgingen

Vooral in Amsterdam en Rotterdam, zowel stad als agglomeratie, waren de huurverhogingen aan de forse kant. Het is niet onmogelijk, dat in de grotere huurstijging van de steden een flink aantal renovaties wordt weerspiegeld.

Zoveel invloed kan daarvan echter ook weer niet zijn uitgegaan, aangezien de kwaliteitscorrectie nog steeds laat zien dat de woningen in deze steden meer kosten dan ze waard zijn.

Het CBS heeft voor de vier grote steden de huurprijzen gecorrigeerd voor kwaliteit, bouwsubsidie en bouwperiode.

De uitkomsten zijn voor Utrecht, dat de woningen weliswaar nominaal – 35 goedkoper zijn dan het landelijk gemiddelde, maar gecorrigeerd voor kwaliteit – 9 duurder.

Voor Den Haag is de uitkomst van deze correctie min – 38 en plus – 56; voor Rotterdam min – 60 en plus – 10. Amsterdam toont de grootste verschillen. Daar zijn de woningen gemiddeld – 91 goedkoper dan landelijk, maar gecorrigeerd voor kwaliteit zijn zij – 27 duurder. Ondanks de vele miljarden guldens aan stadsvernieuwingssubsidies, die de belastingbetalers al jaren met gulle hand over deze steden uitstrooien, is de woningkwaliteit er nog steeds niet om over naar huis te schrijven.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels