nieuws

Sterke fluctuaties in prijzen van woningen

bouwbreed

Er was vorig jaar sprake van sterk uiteenlopende prijsontwikkelingen van verkochte woningen. De gemiddelde prijzen per provincie vertoonden stijgingen tussen 3% en 30%. Een overzicht.

In 1993 werden er 18% meer bestaande en nieuwe woningen verkocht dan het jaar daarvoor; de gemiddelde prijs was 8% hoger. Dat was flink meer dan de inflatie, zodat het gevaar van een oververhitting van de woningmarkt weer actueel kan gaan worden. Ditmaal zou daar het Vinex-beleid een belangrijke bijdrage aan leveren. Het is daarom maar goed, dat de vorige regering door een vreedzame revolutie in mei j.l. omvergeworpen is. Hopelijk zien de opvolgers van deze bewindslieden wel in, dat een gezonde woningmarkt van nationaal belang is.

De gemiddelde prijsstijging van 8% verbergt vrij forse fluctuaties. Dit wordt duidelijk, wanneer we de cijfers per provincie bekijken. We hebben deze voor woonhuizen en voor appartementsrechten afzonderlijk op een rijtje gezet. Om een vergelijking tussen beide jaren mogelijk te maken, zijn alleen de cijfers over de decembermaanden opgenomen. Zo blijft de tabel beperkt van omvang en dus overzichtelijk.

Woonhuizen

De hoogste gemiddelde koopprijzen van woonhuizen waren in 1992 te vinden in Z-Holland met – 195000 en in Utrecht ( – 213000). De laagste prijzen vinden we in dat jaar in Friesland, Groningen en Zeeland. In die laatste provincie was de prijsstijging in het volgende jaar met 20% echter het sterkst. Ook in Groningen stegen de prijzen fors (+16%), maar nog niet zo veel als in Drenthe en Overijssel het geval was. In Friesland bleef de prijsstijging beperkt tot 3%, het laagste cijfer van alle. De Friese woonhuizen bleven daardoor het goedkoopste; rond een ton minder dan die in Utrecht en Z-Holland.

Was in 1992 alleen in Utrecht de gemiddelde prijs boven de twee ton, in 1993 passeerden ook Gelderland, Noord en Zuid-Holland en N-Brabant deze enigszins magische grens.

Appartementsrechten

Deze vorm van eigen woningbezit betreft doorgaans koopflatjes, maisonnettes, serviceflats en dergelijke. Het zijn dus zeer ongelijksoortige woningen met sterk uiteenlopende prijzen. Een enkel project met dure serviceflats kan het gemiddelde in een provincie flink verhogen.

De gemiddelde prijzen zijn in de regel lager dan die van eengezinshuizen. In beide hier beschouwde jaren was dat in iedere provincie weer het geval. Dat neemt niet weg, dat in sommige provincies de gemiddelde koopprijs van appartementen hoger was, dan de prijs van een eengezinswoning in een andere provincie. In 1992 waren de appartementsrechten in Utrecht en N-Holland duurder dan de eensgezinswoningen in Groningen, Friesland en Zeeland. In 1993 waren de appartementen in N-Holland bijvoorbeeld even duur als de eengezinswoningen in Zeeland. In 1992 waren er nog vier provincies waar de gemiddelde koopprijs van flatjes beneden een ton uitkwam, het volgende jaar was dat nergens meer het geval. De prijsstijging van deze woningen was in zeven provincies (veel) sterker dan die van eengezinswoningen; in zes provincies kwam zij op of boven 20% uit. Waar dit door komt is niet direct duidelijk.

Buiten de randstadprovincies werden er in 1993 niet belangrijk meer meergezinswoningen gebouwd dan het jaar daarvoor, dus aan een veel groter aanbod op de markt voor nieuwbouwwoningen kan deze verschillende ontwikkeling niet liggen.

Zonder nadere informatie moeten we wel aannemen, dat de oorzaak van de forse prijsbeweging van dit woningtype is gelegen in de relatief geringe aantallen die jaarlijks van eigenaar wisselen, en in de sterk uiteenlopende kwaliteiten die binnen dit type ke worden gevonden. De prijsontwikkeling zou daardoor eerder aan de verschillende samenstelling van de verkochte pakketten moeten worden toegeschreven, dan aan de marktontwikkeling. Het blijft echter toch een beetje merkwaardig, dat dit fenomeen zich dan in zoveel provincies tegelijk blijkt voor te doen.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels