nieuws

Radartechniek blijkt bij inspecties interessant

bouwbreed

Impulsradar is niet de inspectietechniek die alles gaat oplossen. Wel is hiermee veel te leren over steenachtige constructies. Waar andere niet-destructieve meetmethoden meestal een beeld geven van of het oppervlakte of de diepte, geeft radar informatie over zowel de oppervlakte als het inwendige van bouwconstructies. Radar als inspectietechniek is in een heleboel gevallen als eerste survey erg interessant.

Dat meent ir. P.C. van Staalduinen van TNO Bouw, afdeling Constructies. Hij houdt zich bij dit onderzoeksinstituut bezig met werk op het gebieden dynamica en betrouwbaarheid. Daaronder vallen ook inspectietechnieken aan bouwwerken. Gevraagd naar de activiteiten van TNO op het gebied van radar voor constructies heeft hij in een gesprek laten weten dat TNO Bouw zich inmiddels ongeveer twee jaar bezighoudt met toepassen van impulsradar voor inspecties van het inwendige van bouwconstructies, kunstwerken en wegen.

Bij de zogenoemde impulsradar wordt gebruik gemaakt van elektromagnetische golven. Het meetprincipe is hetzelfde als de radartoepassingen in de atmosfeer bij het vaststellen van de positie van bijvoorbeeld vliegtuigen. Daar bij gaat het om een continu signaal dat wordt uitgezonden. Bij impulsradar worden de elektromagnetische golven in een puls uitgezonden.

TNO Bouw richt zich de laatste twee jaar op onderzoek naar beschikbare technieken voor niet destructieve inspectiemethoden. Doel is te bezien of deze methoden en technieken niet objectiever te maken zijn. Van Staalduinen: “Het oog is wel het beste meetinstrument, maar de interpretatie blijft nog te subjectief. Subjectiviteit bij de interpretatie verhoogt de betrouwbaarheid van de resultaten. En dat is van belang om beleidsbeslissingen over onderhoud of reparatie beter te onderbouwen.”

In het brede inventarisatiekader van het onderzoek werd met het Engelse bedrijf GB Geotechnics, specialist in radarinspecties, afgesproken samen in Nederland proefpoen uit te voeren waarvoor radar typisch de goede meettechniek leek. GB Geotechnics was een van de weinige bedrijven die ook in de sector gebouwen en kunstwerken met radar actief is, alhoewel weginspectie nog steeds de bulk van het werk vormt.

Sceptisch

Naar Van Staalduinen heeft laten weten heeft men zich bij TNO Bouw ten opzichte van radar aanvankelijk sceptisch opgesteld. Inmiddels is men er wel van overtuigd geraakt dat radar een krachtig hulpmidddel kan zijn bij inspecties. Na een aantal proefpoen is duidelijk geworden dat impulsradar als niet-destructieve inspectietechniek heel goed kan voldoen.

Radar is nu een onderzoeksinstrument dat door TNO, behalve in het kader van het brede onderzoek naar niet-destructieve onderzoekstechnieken, ook voor de eigen advisering direct is in te zetten. TNO zal de radarinspecties uitbesteden aan bedrijven met deze specifieke expertise.

Bij het uitvoeren van radarinspecties zijn drie belangrijke punten te onderscheiden. De meetploeg moet weten wat ze doen. Want op een eerste zicht van de radarbeelden moet al vaak een beslissing genomen worden omtrent het verdere verloop van de metingen. Ook moet duidelijk zijn wat hetgeen wordt aangetroffen betekent voor de constructie. Dat weet TNO. En tenslotte moet elke meting gericht zijn op het verbeteren van de interpretatie. In dit laatste punt zit volgens Van Staalduinen zeker het belang voor TNO gezien het streven naar objectivering van interpretatie van meetgegevens.

Radar is slechts een goede onderzoekstechniek onder de voorwaarde dat redelijke ervaring is opgedaan met het interpreteren van de radarbeelden. Van Staalduinen: “Daar heb je wel het oog van de meester voor nodig. Interpreteren is alleen in de praktijk te leren. Een bedrijf als GB Geotechnics is nu ongeveer tien jaar bezig. Zij weten intussen wel wat wel en wat niet kan met radar.”

De Technisch Physische Dienst van TNO (TPD) richt zich al aantal jaren op verbeteren van radarsignalen. De TPD begon met dit zogenoemd focuseringswerk voor de verschillende toepassingen van de grondradar. Deze radar voor het opsporen van kabels en leidingen in de ondergrond verschilt niet echt van meten in beton of metselwerk. De resultaten tot nu toe staan

Volgens Van Staalduinen nog wel ver van de praktijk af. Het gaat om een softwarematige benadering van de radarbeelden bij het herkennen van bepaalde ontvangen signalen en niet om een expertsysteem. Aanpak via programmatuur is een eerste slag om ruis en anomalieen uit de beelden te halen. Het echte interpreteren door een persoon kan dan sneller gebeuren.

proefpoen

Inmiddels zijn door TNO Bouw/GB Geotechnics al een stuk of tien proefpoen gedaan. Zo zijn er drie viaducten bekeken. Bij een ging het om vaststellen van de ligging van de wapening en van de voorspanningskanalen in volle doorsnede. De schampranden waren verwijderd. Voor de verankering van de nieuwe betonnnen kering moesten gaten worden geboord. De vraag was waar dat mogelijk zou zijn zonder de voorspankanalen te raken. Gebleken is dat dit met radar goed is te doen. In het algemeen leent radar zich voor metingen aan constructies waar water of vocht aan te pas komt. Delaminaties bij asfaltconstructies, aantasting van betonconstructies door dooizouten en zelfs aan houtconstructies is met radar te meten. Vocht in hout is narigheid want vocht betekent rot. Met radar in hout kijken gaat wel, mar duidelijk minder dan in steenachtig materiaal.

De resultaten bij deze poen zijn aansprekend. Naar Van Staalduinen aangeeft moet echter wel bedacht worden dat inzetten van andere inspectietechnieken dan radar nooit mag worden. Vaak leveren andere methoden aanvullende gegevens op. Er is naar zijn zeggen bij inspecties dan ook niet een techniek die gezien mag worden als de techniek.

Het beeld bij interpretatie van de signalen wordt bij onduidelijkheden met de ene methode vaak pas compleet als beschikt kan worden over gegevens van een methode werkend volgens een ander meetbeginsel. In die zin moet dus complementair worden gewerkt.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels