nieuws

Nieuwe regels voor opbouw pensioen in eigen beheer

bouwbreed

Per 1 januari 1995 verandert voor ondernemers met een pensioen in eigen beheer de opbouwmethode. Zij mogen niet meer ‘lineair’, maar moeten net zoals verzekeraars ‘actuarieel’ gaan opbouwen. Wie het slecht treft, heeft enkele jaren stilstand in zijn pensioenopbouw en kan vanaf 1995 tijdelijk geen fiscale aftrek toepassen. Met passende maatregelen voor 31 december 1994 kan in 1994 een extra fiscaal voordeel worden behaald.

Iedere werknemer in ons land heeft het recht een maximaal pensioen op te bouwen van 70% van zijn eindloon. Dat wordt volgens de algemeen maatschappelijke opvattingen als een aanvaardbare pensioenregeling gezien. Lineair bouwt een ondernemer in eigen beheer in veertig jaar een pensioen op.

Hij reserveert dan jaarlijks 1,75% van zijn jaarsalaris minus aow-franchise in zijn werkmaatschappij of holding. Zo komt hij op zijn 65ste jaar aan een vol eindloonpensioen van 70% inclusief aow. Wie later start als ondernemer en minder dan dertig opbouwjaren heeft mag jaarlijks maximaal 2,33% pensioenopbouw in zijn pensioenpot stoppen. De jaarlijkse dotaties aan de pensioenpot in eigen beheer vormen kosten, aftrekbaar van de winst voor belastingen. Daarmee blijft over die toevoegingen de vennootschapsbelasting buiten de deur.

Tussentijdse salarisverhogingen mogen ook worden doorgerekend over de achterliggende opbouwperiode en ke in een keer ten laste worden gebracht van het resultaat.

In 1992 heeft de Hoge Raad de toegestane pensioenleeftijd verlaagd naar 60 jaar. Het gevolg daarvan is dat jaarlijkse pensioendotaties mogen worden gevormd tot een vol 70%-eindloonpensioen op 65jaar en een overbruggingspensioen tussen 60 en 65 jaar. De maximale opbouwfactor van 2,33% per jaar mag echter niet worden overschreden. Ook voor de meewerkende echtgenote is volgens dezelfde regels tot 1 januari 1995 lineaire pensioenopbouw in eigen beheer toegestaan.

Actuariele opbouw

Volgend jaar is de lineaire opbouw in eigen beheer voorbij. De Staatssecretaris van Financien wil dat voor pensioenopbouw in eigen beheer of bij derden, overal dezelfde actuariele methode wordt gevolgd. Bij deze actuariele opbouwmethode zijn de jaarlijkse dotaties veel lager. Het eindbedrag op 60 of 65 jaar blijft overigens hetzelfde.

Maar voor ondernemers die nu lineair in eigen beheer opbouwen heeft die maatregel grote gevolgen. Zij hebben – actuarieel gezien – een te ruime voorziening opgebouwd en mogen pas weer pensioenopbouw toepassen als zij hun actuariele snijpunt bereiken. Dat betekent meestal enkele jaren geen fiscale pensioenaftrek.

Wie een pensioen in eigen beheer opbouwt moet zijn accountant of belastingadviseur op korte termijn laten uitrekenen wat de verschillen zijn tussen lineaire en actuariele opbouw. Daar zijn computerprogramma’s voor. De berekening geeft een basis voor individuele maatregelen. Die moeten wel voor 31 december 1994 zijn ingevoerd. Ondernemers die opbouwen in een aparte Pensioen BV volgen reeds de actuariele methode.

Bouwondernemer Wim Steen is 48 jaar. Zijn echtgenote Els is 46 jaar. Wim is oorspronkelijk van plan op 65 jaar met pensioen te gaan. Zijn jaarsalaris bedraagt – 100000. Hij heeft al 16 jaar lineair pensioen in eigen beheer opgebouwd. Eind 1994 bedraagt zijn pensioenpot – 389581. Hij zou zonder wijziging lineair een jaardotatie van – 24351 mogen aftrekken. Maar actuarieel mag er maar – 267482 in zijn pensioenpot zitten. Wim heeft dus een overschot en mag vanaf 1995 circa vijf jaar tot 1999 in eigen beheer geen aftrek meer toepassen.

Opties

Wim vindt dat helemaal geen leuk idee. Hij overweegt een aantal opties:

1. Herverzekeren. Als hij besluit zijn pensioenpot van – 389581 af te storten bij een verzekeraar, of overbrengt naar zijn eigen Pensioen BV, ontstaat een vrijval over het verschil van – 122 099 tussen de lineaire en actuariele opbouw. Daar moet Wim 40% vennootschapsbelasting over afrekenen.

2. Pensioenleeftijd verlagen. Besluit Wim zijn pensioenleeftijd te verlagen naar 60jaar, dan moet in zijn pensioenpot eind 1994 lineair een bedrag zitten van – 551 614. Hij mag dan in 1994 het tekort van – 162033 in een keer ten laste brengen van het resultaat. Indien hierdoor een verlies ontstaat, mag Wim dat verlies fiscaal verrekenen met de winsten in de afgelopen drie jaar of de komende acht jaar.

3. Salaris verhogen. Hij kan ook zijn salaris optrekken van – 100000 tot – 115000. Dan moet eind 1994 – 462442 in zijn pensioenpot zitten. Het verschil van – 72861 (t.o.v – 389581) mag hij eveneens ten laste brengen van het bedrijfsresultaat. Voor Wim is de situatie nog rooskleuriger indien hij – uitgaande van dezelfde omstandigheden – al 23 jaar pensioen in eigen beheer heeft opgebouwd.

Bij een jaarsalaris van – 100000 is dan zijn eigen beheerpositie bij een pensioenleeftijd van 65 jaar eind 1994 – 469188. Besluit hij zijn pensioenleeftijd naar 60jaar te brengen dan moet zijn eigen beheerpositie eind 1994 – 693751 bedragen. Wim mag dan het verschil van – 224563 aftrekken van de winst.

Ook in die situatie is afstorten bij een verzekeraar niet interessant. Zijn actuariele opbouw zou – 529380 moeten zijn maar is in werkelijkheid – 693751. Over het verschil van – 164371 moet dan VPB worden afgerekend.Bij gelijktijdige salarisverhoging naar – 115000 hoort zijn opbouwpositie per 31december1994 – 796 633 te zijn. Dat creeert een aftrekbare dotatie van – 327445.

De maximale aftrek in 1994 bereikt Wim dus door zijn pensioendatum te verlagen tot 60jaar en zijn salaris te verhogen. Die salarisverhoging moet overigens wel binnen redelijke grenzen blijven.

Holding of Pensioen BV

Veel ondernemers die hun pensioenvermogen in eigen beheer willen vrijwaren tegen bedrijfsrisico’s hebben eind 1992 hun pensioenvermogen overgebracht uit de werkmaatschappij naar hun holding of aparte Pensioen BV In brede kring werd toen verwacht dat het pensioenvermogen moest worden opgebouwd binnen de risicosfeer van de werkmaatschappij. Achteraf blijkt die haast ongegrond.

Oprichting van een Pensioen BV met jaarlijks aftrekbare dotaties is nog steeds mogelijk. Maar het is vaak eenvoudiger het pensioenvermogen veilig af te zonderen in een Holding. Het afzonderen van het directiepensioen in de holding of Pensioen BV is ook van belang om de aandelen van de werkmaatschappij te ke overdragen aan een opvolger.

Flexibilisering

Voor iedere werknemer ontstaat in de naaste toekomst de mogelijkheid een maatwerkpensioen op te bouwen dat veel meer ruimte geeft aan individuele wensen en omstandigheden. De Staatssecretaris van het Ministerie van Financien heeft in mei 1994 de Tweede Kamer een nota gestuurd waarin hij zegt dat de ‘fiscale definitie van pensioenregeling geen belemmering is voor flexibilisering’.

Er wordt over gedacht het maximum van de 70% eindloonnorm los te laten en over te schakelen naar dienstjaren met een maximum opbouw van 2% per jaar. Bij 50 dienstjaren ontstaat zo een 100%-eindloonpensioen. De pensioenleeftijd wordt binnen bepaalde grenzen losgelaten, zodat het individu zelf zijn gewenste pensioenleeftijd kan kiezen – eerder of later dan 65 jaar. Ook komt er meer keus tussen wel of geen, of een lager nabestaandenpensioen, invaliditeitspensioen, of juist een verhoogd ouderdomspensioen op een eerdere pensioendatum.

(De namen in dit artikel zijn gefingeerd. Iedere overeenkomst met de werkelijkheid berust op toeval).

*) Voor vragen over accountancy en belastingzaken kunt u bellen met Paul Schol, Moret Ernst en Young Accountants, Arnhem, Tel.085 – 209500

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels