nieuws

“Maatschappelijke weerstand neemt steeds meer toe” Provincies bezorgd over winning van grondstoffen

bouwbreed

“De winning van oppervlaktedelfstoffen vormt niet zozeer een fysiek probleem, maar veeleer een probleem van maatschappelijke acceptatie. Dit geldt niet alleen voor de winning van grind en mergel, maar in toenemende mate ook voor grootschalige winning van beton- en metselzand en ophoogzand op landlocaties.”

Dit schrijft het Interprovinciaal Overleg (IPO) in een reactie op het ontwerp-Structuurschema Oppervlaktedelfstoffen. Volgens het IPO zijn voor de meeste oppervlaktedelfstoffen in principe nog wel zeer ruime winningsmogelijkheden. Maar in werkelijkheid zijn die aanmerkelijk geringer “niet alleen vanwege planologische belemmeringen, maar vooral ook omdat er een grens is aan de maatschappelijke acceptatie van telkens weer nieuwe ontgrondingen in een bepaalde regio”.

Die weerstand groeit met name toe bij voortgaande winning van beton- en metselzand op landlocaties, meer specifiek het voorzien in de resterende netto-landelijke behoefte vanuit de van oudsher zandleverende provincies Gelderland, Noord-Brabant en Limburg.

Deze provincies streven ernaar hun taakstelling te verlagen van landelijke naar eigen provinciale behoefte. Tegen die achtergrond bepleit het IPO dan ook “meer toepassing van secundaire grondstoffen, door het beter benutten van importmogelijkheden en het toepasbaar maken van Noordzeezand. Wat dan nog aan landelijke behoefte resteert, zal op evenwichtige wijze over provincies en overige rijkswateren verdeeld moeten worden”.

Kritiek op Maij

In dit verband uit het IPO forse kritiek op de – inmiddels vertrokken – minister Maij van verkeer en Waterstaat. Zij had in mei 1991 tijdens een bestuurlijk overleg met het IPO toegezegd nader onderzoek te zullen doen naar importmogelijkheden van beton- en metselzand:

“Geconstateerd moet worden dat van rijkswege zo’n onderzoek nog steeds niet verricht is en dat evenmin een voornemen daartoe in het Structuurschema is opgenomen. Wij achten dit in strijd met eerder gedane bestuurlijke toezeggingen en vinden dat zo’n onderzoeksvoorstel alsnog daarin moet worden opgenomen.”

Ook stelt het IPO dat het rijk onderzoek moet doen naar continuering van import van beton- en metselzand uit het Engelse deel van de Noordzee. Op korte termijn zijn de toepassingsmogelijkheden voor met name Noordzeezand van het Nederlandse deel van het continentaal plat vanwege het zoutgehalte en te fijne korrelstructuur vooralsnog beperkter.

Ontzilten

Het IPO acht het dan ook “van groot belang om de komende jaren veel energie te steken in de toepassingsmogelijkheden van ontzilt en van fijner zand voor het maken van beton. Daarmee zou niet alleen de toepassing van meer (relatief fijn) Noordzeezand mogelijk worden, maar tevens van fijnere zanden elders in Nederland”.

Dit vergroot volgens het IPO de zoekruimte en daarmee de spreidingsmogelijkheden van de winning van beton- en metselzand over Nederland.

“Om de toepassing van secundaire grondstoffen (bouw- en sloopafval en gereinigde baggerspecie) en Noordzeezand te realiseren zal de winning van ophoogzand in rijkswateren en op landlokaties verminderd moeten worden. Voor toepassing van ontzilt zeezand en secundaire grondstoffen moeten overigens met de betrokken overheden wel werkbare afspraken over de normstelling gemaakt worden”, meent het IPO.

Dat is verder voorstander van een gelimiteerd vergunningenbeleid voor kleiwinning, teneinde een dreigend overschot aan deze grondstof te voorkomen. Het IPO zou zelfs willen komen tot taakstellingsafspraken voor kleiwinning.

Klei

“Een overschot aan kleiwinningsmogelijkheden doet niet alleen afbreuk aan de doelstellingen voor een zuinig grondstoffenbeleid en voor hergebruik van secundaire grondstoffen, maar ook aan de beoogde functie van kleiwinning als financiele motor voor natuurontwikkeling. Daarvoor zijn namelijk veel meer plannen en initiatieven in voorbereiding dan aan vrijkomende klei zal ke worden afgezet”, stelt het IPO vast.

In dit verband bepleit het IPO om in het Structuurschema alsnog rekening te houden met winningsmogelijkheden in Limburg van een speciale niet vervangbare kleisoort, die gebruikt wordt door de grofkeramische industrie rondom Tegelen.

Evaluatie

Tenslotte dringt het IPO aan op een spoedige evaluatie van de tot nu tope door provincies en rijk bereikte resultaten in uitvoering van taakstellingen voor winning van oppervlaktedelfstoffen.

Dit met name nu gebleken is dat Gelderland vijftien tot twintig miljoen ton achterblijft bij het effectueren van winning van beton- en metselzand. En ook de winning in Utrecht en Overijssel minder snel toeneemt dan via de taakstellingsafspraken werd beoogd.

Bovendien heeft Zuid-Holland door oppositie in provinciale staten haar in IPO-verband afgesproken taakstelling nog niet ke realiseren.

Voorts heeft ook het rijk zelf overigens nog weinig initiatieven ontplooid om haar taakstelling voor Noordzee en IJsselmeer in concrete vergunningverlening om te zetten.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels